Archive for November, 2018

11 redenen waarom Oranje wereldkampioen wordt

Nederlands Elftal

30/11/2018

Het is twintig jaar geleden dat het Nederlands elftal wereldkampioen werd. In Delhi 2010 pakten de Nederlandse hockeyers brons, in Den Haag zilver. Natuurlijk is de concurrentie sterk , maar hockey.nl weet elf redenen waarom Oranje zich tot wereldkampioen gaat kronen in het Indiase Bhubaneswar. 1. Dit team is het sterkste Oranje sinds jaren Alles klopt. De balans tussen jong en oud is goed. Talenten als Jonas de Geus, Jorrit Croon, Thijs van Dam, Lars Balk en Thierry Brinkman zorgen voor jeugdig enthousiasme. De routiniers zijn op hun sterkst. De chemie onderling is goed en daardoor is de ruggengraat van het team sterker geworden. Het team kan op achterstand komen en zich terugvechten op belangrijke momenten, zoals het in de EK-finale in het Wagener Stadion vorig jaar bewees tegen België, met een 0-2 op het scoreboard en de rug tegen de muur. De selectie van het Nederlands team. Foto: Koen Suyk De nadruk binnen het team ligt op jezelf zijn, ‘authentiek zijn’. Dat is een van de kernwaarden van dit Oranje. Er zit muziek in de ploeg, die aanvallend wil en kan spelen en de Indiase hockeyliefhebbers zal beroeren. Een elftal dat over de kwaliteit, ervaring en teamspirit beschikt, die er nodig zijn om een hoofdrol te spelen tijdens dit WK. Zeker als het in India in elke fase van het toernooi en wedstrijd ook echt een team blijft, waar iedereen voor elkaar wil werken. 2. De begeleiding houdt elkaar in balans, ook als het spannend wordt Met een emotionele en dominante Nederlands Argentijnse opperbevelhebber als uithangbord, een gedreven en serieuze Australiër met een voorliefde voor aanvallend hockey, gecombineerd met de rust en inhoud van misschien wel de grootste Nederlandse dribbelaar ooit, lijkt de trainersstaf van Oranje in balans. Max Caldas, Graham Reid en Taco van den Honert vullen elkaar als persoonlijkheid goed aan en weten heel goed hoe succes smaakt. Max Caldas (midden), Graham Reid (rechts) en Taco van den Honert. Foto: Willem Vernes 3. De lessen van Den Haag en Rio zijn geleerd. Tijd om te oogsten In Den Haag werd het Nederlands elftal overklast door een Australië, dat fysiek, qua fitness en duelkracht de betere was. Waardoor Oranje van een van hun wapens – pure snelheid – geen vuist kon maken. Daar ging het Nederlands elftal mee aan de slag, met gewichten en meer uren in de sportschool. In Rio de Janeiro leerde het team dat er intern nogal wat verschillen zijn in de benadering van de wedstrijden. Op het moment suprême wilde de ene helft van het team vooruit en het andere achteruit. Dat werkte niet. Ook voelden sommige spelers zich niet vrij om zichzelf te kunnen zijn en zich uit te spreken, zeiden ze achteraf. De sfeer was niet optimaal voor iedereen. Feit is dat al deze hindernissen uit de weg zijn geruimd en is ondervangen met een nieuwe hiërarchie en een drietal leiders. Het is een nieuwe werkelijkheid die goed werkt en ervoor zorgt dat echt iedereen gehoord wordt en zich gewaardeerd voelt. Dat is te zien op het hockeyveld, waar jong tot oud zichzelf mag laten horen en laten zien. Tijd om te oogsten. 4. Teruggekeerde Sander de Wijn stuk cement in de verdediging  Sander de Wijn was na het EK vorig jaar afwezig, om zijn studie af te ronden. Nu de aanvoerder van Kampong weer meedoet bij Oranje, scheelt dat in alle opzichten. De Wijn is een van de beste verdedigers van de wereld en een van de beste strafcorneruitlopers. Hij zal hard nodig zijn in het internationale geweld op de kop van de cirkel in India. Vier jaar geleden was hij op het WK in Den Haag nog vleugelverdediger in Oranje. Nu staat hij in Bhubaneswar op de plek waar hij tijdens het WK hoort te staan: in de as, met een heel belangrijke rol. De verdediger met de uitschuifarmen is een fenomeen binnen Oranje, die het verschil kan maken tussen wel of geen titel. 5. Herstelde Mink van der Weerden heeft wereldtitelwaardige strafcorner Europees kampioen werd Oranje in Amstelveen vorig jaar mede dankzij de sleepcorner van Mink van der Weerden. Zoals bijna alle teams van Oranje die titels wonnen, dit met een geweldige strafcornerschutter deden. Of diegene nou Taeke Taekema, Bram Lomans, Floris Jan Bovelander of Taco van den Honert heette. Oranje heeft traditiegetrouw die strafcorner nodig om titels te winnen. Nu het kanon Van der Weerden weer hersteld is van zijn enkelblessure, is Oranje pas echt weer compleet en op volle oorlogssterkte. Met zijn perfectionisme en gedrevenheid is hij een van de leiders van dit Oranje. Ook met zijn spel. De scherpschutter uit Someren zal een grote rol moeten spelen dit toernooi. Niemand die intenser kan juichen dan de Brabander. Mink van der Weerden. Foto: Koen Suyk 6. De laatste kans voor de oudere generatie om wereldkampioen te worden Voor de meeste spelers geboren tussen 1988 en 1990 zal het waarschijnlijk de laatste keer dat ze samen de wereldtitel kunnen veroveren. Jeroen Hertzberger, Billy Bakker, Robbert Kemperman en Valentin Verga wonnen met elkaar al brons in 2010 en zilver in 2014. Misschien gaan er een aantal dertigers langer door, maar er zullen er zeker een aantal afhaken na de Olympische Spelen in Tokio. Dit is dus voor de jongens die elkaar soms al kennen sinds Jong Oranje de laatste kans om samen wereldkampioen te worden. Ze zijn nu fit, ervaren en weten hoe het is om finales te spelen en die te winnen. Die wereldbeker kan nu nog met elkaar behaald worden. Het zal de spelers extra motiveren om in het Mekka van het hockey met elkaar het hoogst haalbare binnen te slepen. 7. De Nederlanders voelen zich dankzij de HIL thuis in India Zoals de Australiërs zich thuis voelden in Den Haag in 2014, omdat de helft van het team al in de Hoofdklasse had gespeeld, zo voelen veel Nederlanders zich ondertussen thuis in India dankzij de Hockey India League (HIL). Spelers als Seve van Ass, Billy Bakker, Mink van der Weerden, Sander Baart, Mirco Pruyser, Robbert Kemperman en Pirmin Blaak hockeyden al in de HIL. Een echt grote cultuurshock is een maand in India verblijven voor de meeste spelers dus niet. Die zijn gewend aan de hitte en de chaos. Het is een groot voordeel voor de Nederlanders. 8. Aanvoerder Billy Bakker is de local hero in Bhubaneswar Captain Billy Bakker lijkt altijd iets beter te spelen met de aanvoerdersband om. Dat was vorig jaar zo bij de HWL3 in Londen, waar hij weergaloos was. Ook nu lijkt de band hem weer perfect te passen. Dat Bakker nu aanvoerder is in India, is in het hockeygekke Bhubaneswar een voordeel. Bakker is daar nog steeds een grote held, omdat hij in 2017 in de laatste editie van de Hockey India League kampioen werd met de Kalinga Lancers, het team van Bhubaneswar, dat in het Kalinga Stadium speelt. Dat zal voor extra support zorgen tijdens de wedstrijden. Mocht India zijn uitgeschakeld, dan weten de Indiase fans in ieder geval wie ze moeten aanmoedigen: Billy Bakker en zijn teamgenoten van Oranje. Aanvoerder Billy Bakker in actie tijdens de uitzwaaiwedstrijd tegen Ierland. Foto: Willem Vernes 9. Het middenveld laat zien dat creativiteit kan overwinnen Eigenlijk kan het op papier niet, wat het Nederlands elftal doet op het middenveld, met Seve van Ass, Robbert Kemperman, Billy Bakker, Valentin Verga en Jorrit Croon (en eventueel Jonas de Geus of Bob de Voogd). Op het oog alleen maar aanvallende middenvelders, eerder beroemd vanwege hun capaciteiten aan de bal, dan wat ze kunnen in niet-balbezit. Toch hebben deze spelers de afgelopen jaren met elkaar een middenrif ontworpen, waar wel degelijk de balans wordt bewaakt. De enorme creativiteit is niet alleen een lust voor het oog, maar kan tegenstanders kapot spelen. En mocht het wel echt nodig zijn om iets te veranderen tijdens het toernooi, al dan niet door een blessure, dan kunnen ijzervreters en fantastische balafpakkers als Sander Baart of Glenn Schuurman moeiteloos een linie doorschuiven naar voren. 10. Veel spelers kunnen een duel beslissen Als je alleen al kijkt naar de spelers op het middenveld en de aanval: iedereen kan scoren en de wedstrijd beslissen. Een handigheidje van Thierry Brinkman, een backhand in volle loop van Bob de Voogd, de counter van Thijs van Dam, het torinstinct en de rust van Jeroen Hertzberger, het schot van Robbert Kemperman, de dubbele versnelling van Seve van Ass, de actie van Valentin Verga, de vuurkracht van Billy Bakker, de turn van Jorrit Croon, het ruimtelijk inzicht van Jonas de Geus. Dit Oranje heeft te veel wapens om op te noemen. 11. De goals van superspits Mirco Pruyser Hij is de meest a-typische hockeyer van het Nederlands elftal. De man die zijn eigen stijl heeft bedacht, om met behulp van zijn lange lichaam aan de lopende band goals te maken. Vreemd genoeg maakt de 29-jarige Pruyser nu pas zijn debuut op een WK. Het was bondscoach Max Caldas die in 2014 het roer overnam en de Amsterdamse goalgetter Pruyser meenam naar de Champions Trophy in Bhubaneswar. Daar kwam de spits nog niet los, pas na de Olympische Spelen van Rio is de makkelijk scorende spits een begrip in het Nederlands elftal en in het internationale hockey. Op elk toernooi dat Nederland speelde sinds Rio, was hij de topscorer van Oranje, wat eigenlijk bijna niet te bevatten is, maar het rijtje ziet er zo uit: HWL3 Londen 7 goals. EK 6, HWL Final Bhubaneswar 5, Champions Trophy 5. Mirco Pruyser (Ned) heeft gescoord tijdens de Hockey World League Finals , de kwartfinale wedstrijd Duitsland-Nederland (3-3). Foto: Koen Suyk Het Indiase Bhubaneswar was waar de interlandcarrière op 6 december 2014 begon, met een wedstrijd in de Champions Trophy tegen Argentinië. Het zou zomaar kunnen dat de carrière van de superspits, die elk jaar weer een beetje beter lijkt te worden, in datzelfde Bhubaneswar explodeert. Als zijn carrière al niet is geëxplodeerd, met 53 goals in 86 interlands. Pruyser is het schoolvoorbeeld dat je met discipline en hard werken, in je totaal eigen stijl, de wereldtop kunt halen. Hij is een inspiratie voor iedereen die wat wil bereiken. Dat hoeft niet altijd via de gebaande paden. En hoeveel succes hij ook heeft, en hoeveel goals hij ook maakt: hij blijft altijd dezelfde persoon, nuchter en met beide benen op de grond. Dat is wat dit Oranje nodig heeft.   Het bericht 11 redenen waarom Oranje wereldkampioen wordt verscheen eerst op Hockey.nl .

Lees het hele bericht op Hockey.nl

Deel dit artikel met anderen

Billy Bakker en Max Caldas genieten van India en kijken uit naar WK-start

Nederlands Elftal

30/11/2018

Het Nederlands elftal moest er in vergelijking met andere landen lang op wachten, maar zaterdag speelt Oranje de eerste poulewedstrijd tegen Maleisië. Vierentwintig uur voorafgaand aan de openingswedstrijd van Oranje spraken we in het spelershotel in Bhubaneswar met bondscoach Max Caldas en aanvoerder Billy Bakker uitgebreid over de eerste week in India, de openingsceremonie en tegenstander Maleisië. Hoe leeft Oranje toe naar de toernooistart in het hockeygekke India, hoe zag de voorbije week op Indiase bodem eruit en hoe staat de selectie er voor? Want, begint Nederland morgen in het imposante Kalinga Stadium met een volledig fitte selectie aan het WK?   Het bericht Billy Bakker en Max Caldas genieten van India en kijken uit naar WK-start verscheen eerst op Hockey.nl .

Lees het hele bericht op Hockey.nl

Deel dit artikel met anderen

WK-nieuws #2: China laat tiener debuteren

Nederlands Elftal

30/11/2018

Vanaf woensdag zullen alle ogen in de hockeywereld gericht zijn op Bhubaneswar. In de Indiase stad zal vanaf 28 november tot en met 16 december de 14de editie van het WK worden afgewerkt. In het WK-nieuws brengen we het laatste nieuws, opmerkelijke zaken en opvallende berichten op social media. 200 caps voor Kemperman Robbert Kemperman speelt zaterdag tijdens de eerste wedstrijd van het WK tegen Maleisië zijn 200ste interland. Hij was ooit de jongste debutant in Oranje. Hij speelde zijn eerste wedstrijd voor Oranje onder trainer Roelant Oltmans in maart 2008. Kemperman treft zaterdag Oltmans opnieuw, als coach van Maleisië. Kemperman speelt in India zijn zeventiende titeltoernooi met Oranje. Aan de zestien eerdere toernooien hield hij drie hoofdprijzen over: winst tijdens de EK’s van 2015 en 2017 en de eindzege in de Hockey World League van 2014. De Belgen België won op de openingsdag van het WK nipt van Canada. Maar de Red Lions hadden zich goed voorbereid. Voor het vertrek naar India had de ploeg namelijk al allerlei filmpjes opgenomen, waarin gejuicht werd. Zo zagen we woensdag op het twitteraccount van de Belgian Red Lions een feestvierende Felix Denayer, juichende Thomas Briels en kwam zelfs Vincent Vanasch voorbij, na een goede redding. Goaaaaal!!! 2-0 for Belgium pic.twitter.com/82mMOCM2A5 — Belgian Red Lions (@BELRedLions) 28 november 2018 Debutant Een speler debuteert op het WK in India. Dat is de Chinese Nan Meng. Met zijn negentien jaar speelt hij vrijdag zijn eerste wedstrijd voor China tegen Engeland. Zijn teamgenoot en tweede keeper Caiyu Wang speelt die dag mogelijk zijn tweede interland. Hij kwam voor het WK slechts een keer eerder uit voor zijn land. De jongste speler dit toernooi komt uit Frankrijk. Timothée Clément is 18 jaar. Clément is geboren op 8 april in het jaar 2000. Er zijn nog zes andere tieners die deelnemen aan dit toernooi. Tim Brand (Australië), Dilpreet Singh (India, 12 november 1999), Zachary Wallace (Engeland, 29 september 1999), James Wallace (Canada), Dayaan Cassiem (Zuid-Afrika) en debutant Nan Meng (China). De jongste Nederlandse spelers zijn Jonas de Geus en Jorrit Croon. Zij zijn allebei 20 jaar. De keeper van Maleisië zat al in het nationale team (1999) terwijl de jongste speler (Timothée Clément) van dit WK nog niet geboren was. De oudste speler dit toernooi is 39 jaar. Twee keepers hebben de eer de oudste te zijn. De Argentijnse Juan Vivaldi (17 juli 1979) en Maleisische Kumar Subramiam (26 december 1979). De keeper van Maleisië zat al in het nationale team (1999) terwijl de jongste speler van dit WK nog niet geboren was. De oudste speler van Oranje is Jeroen Hertzberger met zijn 32 jaar. Dubbele paspoorten Er spelen dit WK spelers mee die voor meerdere landen uit zijn gekomen. Zo speelt de hele Engelse selectie logischerwijs wedstrijden voor zowel Engeland als Groot-Brittannië. Drie spelers kwamen ook uit voor Ierland en hebben zo caps bij drie landen. Ian Sloan speelde 38 wedstrijden voor Engeland, 31 voor Groot-Brittannië en 19 voor Ierland. Mark Gleghorne staat met Engeland op 102, Groot-Brittannië op 48 en Ierland op 80. David Ames speelde er tot dusver 30 voor Engeland, 26 voor Groot-Brittannië en 63 voor Ierland. Zo is de speler met de meeste caps ook afkomstig uit Engeland. De 34-jarige Barry Middleton vertegenwoordigde 151 keer Groot-Brittannië en kwam voor het WK al 274 keer uit voor Engeland. Dat brengt zijn totaal op 425 caps. Jeroen Hertzberger is de meest ervaren international van Oranje met 213 caps. Er is nog een speler op dit WK die ook voor meerdere landen uitkwam en niet in Engeland speelt: Nicolas Dumont. Dit WK komt hij uit voor Frankrijk, waar hij tot dusver 42 keer voor is uitgekomen. Hij heeft ook 12 interlands gespeeld met België.   Het bericht WK-nieuws #2: China laat tiener debuteren verscheen eerst op Hockey.nl .

Lees het hele bericht op Hockey.nl

Deel dit artikel met anderen

NS bouwt treinen in Polen: ‘We lossen bagageprobleem Schiphol op’

Algemeen Nieuws

30/11/2018

In de fabriek van Alstom in het Poolse Katowice worden de nieuwe Intercity-treinen voor de Nederlandse Spoorwegen gebouwd. Deze treinen, die 200 kilometer per uur zullen rijden, bieden extra ruimte voor bagage.

Lees het hele bericht op Nu.nl

Deel dit artikel met anderen

Feit of fabel: Is koffie slecht voor je?

Algemeen Nieuws

30/11/2018

Komen bepaalde ziektes door de koffie of is dat slechts een mythe? We checken de waarheid in de rubriek Feit of fabel, met deze keer: is koffie slecht voor je?

Lees het hele bericht op Nu.nl

Deel dit artikel met anderen

Max Caldas: ‘Voor mijn gevoel ben ik net begonnen bij Oranje’

Nederlands Elftal

30/11/2018

Voor Max Caldas is het WK zijn tweede mondiale toernooi als bondscoach van de Oranje Heren. Nadat de Olympische Spelen in Rio op een teleurstelling uitdraaiden, gooide Caldas het roer om. Ook bij zichzelf. Van baas werd hij verbinder. ‘Ik was wie ik dacht dat ik moest zijn, nu ben ik wie ik ben’, zegt de coach in een openhartig gesprek aan de vooravond van het WK. ‘Ik houd van mijn spelers. Je moet van je spelers houden om met ze te kunnen presteren.’ Max Caldas zegt het in Café-Restaurant Dauphine in Amsterdam, ergens halverwege het interview. Het is in het Amsterdamse etablissement kijken en bekeken worden. Bekeken wordt in ieder geval Tristan Algera, de international die afviel voor het WK. Een paar dagen voor vertrek naar India, heeft de bondscoach hier een gesprek met de verdediger van Rotterdam. Een mogelijkheid voor een persoonlijke toelichting op die beslissing was er eerder niet geweest. Daar neemt de bondscoach nu alle tijd voor. Zoals Caldas met alle afvallers een onderhoud had. Met de een langer dan met de ander. Met een enkele speler zelfs meerdere keren. Dat is investeren in de relatie met de spelers. Zelfs met een strakke planning en volle agenda’s. Max Caldas te midden van de spelers tijdens de Champions Trophy in Breda. Foto: Willem Vernes Een investering voor de lange termijn. Algera is straks misschien weer nodig, voor de FIH Pro League, het EK 2019 in België of de Olympische Spelen in 2020. ‘Tot het moment dat we naar India vertrekken, besteden we tijd aan de afvallers’, vertelt Caldas liefdevol. ‘Bellen, koffie met ze drinken. Ik heb dat altijd gedaan, maar nu valt het misschien wel meer op, omdat die jongens ook rond het team blijven hangen. Ze horen er nog bij. Tot we in het vliegtuig stappen, praten we over de Oranje-ploeg. Die telt een man of 28, waarvan er per toernooi achttien meegaan.’ ‘We hebben allemaal zin om elkaar te zien’ De verbondenheid in de Oranje-groep is groot. Afvallers houden via de app soms bijna dagelijks nog contact met de WK-gangers, bezoeken wedstrijden. ‘Bij Oranje heerst een gevoel zoals bij de club’, schetst Caldas. ‘De spelers zijn er niet vanwege het aanzien van de Oranje-jas, maar ze willen erbij zijn. Ook geblesseerde jongens willen niks missen en komen naar de training. We hebben allemaal zin om elkaar te zien.’ Dat geldt ook voor Caldas, die graag tijd doorbrengt met zijn spelers. De liefde voor zijn spelers bleek onder meer onlangs bij het vierlandentoernooi in Valencia. De onfortuinlijke Floris Wortelboer, net hersteld van een armblessure, raakte weer geblesseerd aan die schouder. Geen WK voor de Bloemendaal-verdediger, die door Caldas persoonlijk naar de luchthaven werd gebracht. Na afloop van de interland die volgde, stond een geëmotioneerde Caldas met een brok in de keel de pers te woord. Foto: Koen Suyk Het is Caldas ten voeten uit: betrokken en gepassioneerd. Hij lacht en huilt met zijn spelers. Raakt ze aan. Zoekt de interactie. Een vergelijking met Rio dringt zich op. Toen was er zichtbaar meer afstand tussen coach en hockeyers. Van terugkijken houdt de geboren Argentijn niet zo. Hij wil de lessen van Rio wel toelichten. Ze vormen immers het fundament voor het huidige Oranje. ‘Voor Rio hebben we ervoor gekozen om als staf op afstand te staan. We kozen ervoor dat het technisch, tactisch en conditioneel klopte, maar dat was het. In Rio zijn we op die vlakken ook overeind gebleven. We zijn onderuit gegaan door het ontbreken van het geloof onderling en een hechte relatie met elkaar. Daarvoor ben ik verantwoordelijk geweest.’ Teleurstelling bij Max Caldas en Robbert Kemperman na de verloren halve finale hockey heren België-Nederland (3-1), tijdens de Olympische Spelen. ‘We zijn onderuit gegaan door het ontbreken van het geloof onderling en een hechte relatie met elkaar.’ Foto: Koen Suyk Het Nederlands elftal werd vierde op de Olympische Spelen. Een teleurstelling. Een doffe dreun. In de maanden na het toernooi concludeerde Caldas dat het roer bij Oranje om moest. ‘In Rio was ik wie ik dacht dat ik moest zijn, nu ben ik wie ik ben. Ik begrijp beter wat het team nodig heeft. Ik kan nog steeds op mijn strepen staan. Maar ik ben beter geworden in het luisteren, vragen stellen, delegeren, mensen motiveren. Ik heb geleerd dat de baas zijn niet synoniem staat aan gelijk hebben. Ik zet de mensen waarmee ik werk nu in hun kracht. Ik faciliteer en luister meer dan ooit. Dat is ook waar deze generatie sporters meer behoefte aan heeft. Als coach moet ik me aanpassen naar hun taal. Ik blijf het hoogste nastreven, maar wel op een andere manier.’ We moeten elkaar de waarheid kunnen zeggen en toch goede maten zijn. Niks is bij ons onbespreekbaar Max Caldas Caldas sprak na Rio uitgebreid met de spelers, met de nieuwe staf en andere betrokkenen. ‘Wij concludeerden dat we als ploeg ook een stap moesten maken. We moesten in alle facetten meer een team zijn. De spelers onderling, maar ook de spelers en staf en zelfs de staf met de mensen bij de bond. We moeten een team zijn dat past bij ons land. Wij zijn geen mensen die gemakkelijk luisteren naar anderen. We hebben allemaal onze mening snel klaar, zijn rete-eigenwijs. Wij moesten een modus vinden waarbij we die cocktail van kwaliteiten in ons voordeel gingen gebruiken. We hebben daarom de betrokkenheid van spelers vergroot bij meetings, de voorbereiding, de programmering en de manier van spelen. De dienstbaarheid naar elkaar moet op nummer een staan. We moeten elkaar de waarheid kunnen zeggen en toch goede maten zijn. Niks is bij ons onbespreekbaar. Dat was voorheen wel zo. Die grens had ik gebouwd. Die grens is nu weg. Geloof me: ze kunnen alles met me delen en doen dat ook.’ Max Caldas met Jeroen Hertzberger na afloop van de uitzwaai-interland tegen Ierland. Foto: Willem Vernes De basis van de nieuwe werkwijze werd gelegd op het trainingskamp in Kaapstad, in januari 2017. En kreeg daarna bijna dagelijks een vervolg. Dat is keiharde noodzaak, predikt Caldas. ‘Ik sprak onlangs op een bijeenkomst over teambuilding. Ook daar werd ik weer gevraagd naar mijn truc zodat hun afdeling, hun bedrijf in een keer beter zou gaan draaien. Maar zo werkt het niet. Je kunt niet een avond de kroeg in gaan of een weekend naar de Ardennen en dan verwachten dat plotseling maandag op het werk alles anders is. Teambuilding is gedrag veranderen. Dat is een proces waaraan je elke dag moet werken. Wij zijn hele dagen bezig met het faciliteren van gesprekken. Op het veld, buiten het veld. Wat heb je gezien, hoe sta jij daar tegenover? Dat is waar we tegenwoordig mee bezig zijn naast trainen, fit zijn, sprinten, data analyseren.’ ‘Onderling geloof is groter dan in Rio’ Caldas vindt dat zijn ploeg er beter voor staat dan twee jaar geleden voor de Olympische Spelen. ‘Het is nu én, én. Ik denk dat we het technisch, tactisch en conditioneel goed voor elkaar hebben, maar dat het onderlinge geloof in elkaar groter is. Dat neemt niet weg dat we nog steeds zesde, zevende of achtste kunnen worden. Als we de kwartfinale halen, spelen we waarschijnlijk tegen België of India. Dat zijn tegenstanders waarvan je kunt verliezen. We hebben vrede met het feit dat verliezen erbij hoort. Dat anderen ook goed kunnen hockeyen. Dat bevrijdt ons in onze manier van doen en laten. Als wij goed zijn, hebben we een goede kans om van iedereen te winnen. Voorheen reageerden we, nu gaan we uit van onze eigen spel en onze eigen identiteit. Die nuance lijkt voor de buitenwereld misschien een detail, maar voor ons is het een gigantisch verschil.’ Nederland staat er goed voor in de aanloop naar het WK, maar dat geldt voor meer teams. Misschien is de wereldtop wel nooit zo breed geweest. Is dat niet lastig? Caldas: ‘Ik vind het wel mooi dat er dit toernooi zoveel teams zijn die de beker aan het einde omhoog zouden kunnen houden. Wij kunnen zonder meer een van die teams zijn. Maar wat voor ons lastig is, is ook lastig voor die anderen. Zij zien ons ook als sterke concurrent. Wij zullen vanaf de eerste dag gefocust moeten zijn. Er is geen ruimte om te denken: het toernooi begint pas bij de kwartfinale.’ Nederland wint de Europese titel in Amsterdam. Foto: Willem Vernes Nederland won 20 jaar geleden voor het laatst een grote mondiale titel. Het wordt toch tijd voor nieuw succes? Caldas: ‘Ik vind dat wij met ons land toonaangevend moeten zijn. Wij hebben de meeste clubs, de meeste leden, sponsoren en de rest. Wat wij in het verleden vergeten zijn, is ons voorbereiden voor de toekomst. We zijn blijven doen wat we deden. We hebben daardoor andere landen, met minder middelen, de mogelijkheid gegeven een modus te vinden ons te bestrijden. Wij hebben in Nederland de neiging om dan te roepen: het komt wel goed. Maar het komt niet zomaar goed. We moeten ons als sport ook blijven ontwikkelen. Wij moeten blijven investeren om de volgende stap te maken.’ Jij hebt een contract tot en met de Spelen van 2020 in Tokio. In hoeverre ben je voor de verdere toekomst bezig met die ontwikkeling? ‘Ik zie het als mijn belangrijkste opdracht dat ik het herenprogramma weer beter achterlaat dan ik hem heb aangetroffen. Ik maak geen keuzes waarvan ik alleen zelf kan genieten. Of een beslissing om alleen mijn baan te behouden. Dat is niet goed voor onze sport en zo ben ik ook niet opgevoed door mijn ouders. Wanneer ik stop, wil ik het idee hebben dat Oranje nog tien jaar op het hoogste niveau door kan. Wanneer ik stop, weet ik niet. Ik ben pas begonnen. Dat gevoel heb ik.’ Jouw opvolger na de Spelen van Tokio zou ook Max Caldas kunnen zijn? ‘Zonder meer. Ik voel een enorme ambitie, plezier en betrokkenheid. Ik voel het vermogen om er nog meer uit te halen. Ik word wakker met een smile op mijn gezicht. Ik ben zo gepassioneerd in mijn werk, in mijn team. Ik heb het gevoel dat ik pas ben begonnen. Ik weet dat andere mensen beslissen over mijn toekomst. Natuurlijk staat er na het WK een evaluatie gepland. In de beslissing of ik doorga, speelt ergens resultaat ook mee. Maar het gaat meer om de vraag: zijn de juiste keuzes gemaakt en is de match Caldas Nederlands team nog goed? Ik denk van wel. Maar dat zien we dan wel. Misschien vraagt voetbalclub Boca Juniors me dan wel als coach. Dan ben ik weg. Haha. Maar als je me nu vraagt, denk ik dat dit voor langere tijd mijn job is. Voor ons land heb ik nu de mooiste baan die er is. Ik geniet er enorm van.’ Het bericht Max Caldas: ‘Voor mijn gevoel ben ik net begonnen bij Oranje’ verscheen eerst op Hockey.nl .

Lees het hele bericht op Hockey.nl

Deel dit artikel met anderen

Auto’s meegesleurd door overstromingen in Bodrum

Algemeen Nieuws

29/11/2018

In de Turkse badplaats Bodrum zorgden overstromingen donderdag voor veel overlast. Door zware hagel- en regenbuien liepen de straten van de stad onder water. Tientallen auto’s werden door de overstromingen meegesleurd. Veel winkels en restaurants raakten zwaar beschadigd.  

Lees het hele bericht op Nu.nl

Deel dit artikel met anderen

WK Bhubaneswar livestreams dag 3

Hoofdklasse

29/11/2018

Op dag 3 van het WK Hockey in Bhubaneswar staat op het programma Australië tegen Ierland (externe link) Engeland tegen China (externe link)

Lees het hele bericht op HoofdklasseHockey.nl

Deel dit artikel met anderen

Dirkse van den Heuvel stopt bij Oranje: ‘Het is mooi geweest’

Nederlands Elftal

29/11/2018

Ze twijfelde sinds de Olympische Spelen van Rio in 2016 al wel vaker, maar vond het spelletje nog te leuk en de uitdaging nog te groot om te stoppen. Maar nu haar toekomst als fysiotherapeut in het gedrang dreigt te komen, heeft Oranje-aanvoerder Carlien Dirkse van den Heuvel (31) toch besloten per direct een punt achter haar imposante interlandcarrière te zetten. ‘Als ik terugkijk op mijn carrière ben ik trots, maar ik ben toe aan een nieuwe uitdaging. Het is mooi geweest.’ De gewonnen WK-finale in Londen blijkt achteraf de laatste van haar 203 interlands. Het wereldkampioenschap waar de Oranje Dames domineerden als bijna nooit tevoren. Met het bewierookte tikkie-takka-hockey waarvan Dirkse van den Heuvel zo houdt. Korte passje, hoog druk zetten en de snelste weg naar het doel zoeken. Het WK ook, waar zij als aanvoerder na de 6-0 tegen het kansloze Ierland voor 15.000 toeschouwers de World Cup omhoog mocht houden. ‘Ik bedacht me pas later: de WK-finale als laatste interland. Hoe mooi is dat’, vertelt Dirkse van den Heuvel deze week in een nagenoeg leeg clubhuis van haar club SCHC in Bilthoven. Twijfel Ze zit op haar gemak, vertelt honderduit en neemt haar toehoorder mee in het traject dat leidde tot de beslissing om het Oranje-shirt nooit meer om haar schouders te dragen. De eerste twijfel was er na de Spelen in Rio. Het moment dat veel generatiegenoten aangrepen om Oranje vaarwel te zeggen, zoals Ellen Hoog, Naomi van As en Maartje Paumen. Dirkse van den Heuvel ging door. Begin 2017 zei ze daarover: ‘Het vuurtje brandt nog vanbinnen. Ik ben nog niet klaar, heb het gevoel dat ik nog beter kan worden.’ Vreugde bij Oranje na winst in de halve finale van het WK via shoot-outs tegen Australië. Foto: Koen Suyk ‘Van die beslissing heb ik geen moment spijt gehad’, vertelt DvdH nu. ‘Ik heb sindsdien een prachtige tijd gehad. Werd aanvoerder, kreeg een iets andere rol. Nog meer verantwoordelijkheid. Daar heb ik van geleerd. Er kwamen veel nieuwe spelers. Dit is ook een gouden generatie. We hebben geweldige hockey gespeeld, met het WK als absolute hoogtepunt. Daar waren we zo goed, zo dominant. Dat had ik echt niet willen missen.’ Stellig De Oranje-ploeg met Dirkse van den Heuvel won een jaar eerder ook al de Europese titel in eigen land en de Hockey World League Final in Nieuw-Zeeland. Het kon niet op. Toch sloeg begin dit jaar de twijfel toe bij Dirkse van den Heuvel, zo erkent ze nu. Al hield ze naar de buitenwereld vol dat ze pas na de Spelen van 2020 in Tokio ging stoppen. ‘Ik werd vaak gevraagd wat ik ging doen. Ik wilde daar geen discussie over, daarom ben ik altijd heel stellig gebleven.’ Diep in haar hart zou Dirkse van den Heuvel ook maar wat graag doorgaan, tot ze er – bij wijze spreken – bij neervalt. De liefhebber krijgt eigenlijk nooit genoeg van het spelletje met bal en stick, zeker niet op het hoogste podium. Maar ze is ook een speelster geweest die altijd wat naast het hockey wil doen, want hockey stopt een keer en dan is het belangrijk een vangnet te hebben. Carlien Dirkse van den Heuvel: ‘Op het WK waren we zo goed, zo dominant. Dat had ik echt niet willen missen.’ Foto: Koen Suyk Dirkse van den Heuvel realiseerde zich dat al jaren geleden. Ze volgde daarom een opleiding tot fysiotherapeut. Net als haar ouders. Ze ging aan de slag als fysiotherapeut, maar het behandelen van patiënten bleek lastig te combineren met haar hockeycarrière. Zeg eigenlijk maar niet. ‘Ik heb een praktisch beroep, kan vanuit het buitenland patiënten niet behandelen.’ Ze probeerde van alles: als oproepkracht bij een praktijk, een eigen praktijk beginnen, bij haar ouders aan het werk. Maar dingen half doen, zit niet in haar karakter. ‘Ik wil een heel goede fysio worden.’ BIG-registratie Daar komt bij dat ze als fysiotherapeut een BIG-registratie heeft, die haar verplicht tot een minimaal aantal behandelingen per jaar. ‘Als ik zou doorgaan tot Tokio, had ik dat aantal behandeluren nooit kunnen maken. Uiteindelijk moest ik dus kiezen tussen mijn registratie en een gouden medaille in Tokio. Toen ik hem zo stelde, was die beslissing niet meer moeilijk. Ik weet nog dat ik zó blij was dat ik mijn diploma haalde. Ik had iets achter de hand voor na mijn hockeycarrière. Iets waarin ik ook mijn passie en ambitie kwijt kan. Dat wil ik niet op het spel zetten. Zelfs niet voor een gouden olympische medaille.’ Ze besprak haar dilemma met haar vriendin en haar ouders. Later ook met bondscoach Alyson Annan. Maar dat was pas na het gouden WK. ‘ Al begreep me, snapt helemaal het belang van mijn maatschappelijke carrière. Dat waren goede gesprekken.’ Uiteindelijk moest ik dus kiezen tussen mijn registratie en een gouden medaille in Tokio. Toen ik hem zo stelde, was die beslissing niet meer moeilijk Carlien Dirkse van den Heuvel Hoewel de beslissing toen al wel in de lucht hing, duurde het vervolgens nog tot vlak voor de Champions Trophy voordat de middenvelder daadwerkelijk de knoop doorhakte. Haar tenniselleboog werkte uiteindelijk als een soort katalysator. De speelster die nooit een noemenswaardige blessure had, kampte plots met hevige pijn in haar elleboog. ‘Achteraf denk ik dat het zo had moeten zijn. Dat die blessure ook min of meer in mijn hoofd is ontstaan. De druk van de beslissing. De drukte door het hockey bij SCHC, de studie manuele therapie die ik was gestart en ook nog Oranje. Die blessure gaf me ook meer tijd om na te denken.’ Stoppen Een aanbieding van een praktijk uit Hilversum, waar ze voor 20 uur per week aan de slag ging, was uiteindelijk de bekende druppel. ‘Ik weet nog dat ik een paar weken geleden tegen mijn vriendin zei: ik ben eruit. Ik ga stoppen bij Oranje. Ze reageerde heel lief. Zei dat ik zelf bij mijn gevoel moet blijven. Dat ligt mij het beste. Ik heb het daarna tegen mijn ouders gezegd. Pas toen ik het een paar dagen later aan een vriendin uit Den Bosch vertelde, realiseerde ik me: ik ga echt stoppen.’ Carlien Dirkse van den Heuvel met Alyson Annan tijdens Nederland-Japan bij de 4 Nations Trophy dames 2018 . Foto: Koen Suyk Ze deelde de beslissing in de aanloop naar de Champions Trophy in China met Annan. Voor het toernooi werd ze ook niet geselecteerd. Naar de buitenwereld toe was de tennisarm een sluitende verklaring, die geen vragen opriep. Ze bekeek de Champions Trophy vanachter haar laptop. Ze zag en voelde dat het goed was. ‘Ik heb zeker contact met de meiden gehad. Natuurlijk waren er daardoor momenten dat ik dacht: daar had ik bij willen zijn. Maar aan de andere kant, vond ik het ook prima.’ Dirkse van den Heuvel won een medaille op alle achttien toernooien die ze speelde Nu de Champions Trophy, waar de Nederlandse vrouwen opnieuw goud pakten, voorbij is, mag het hoge woord eruit. De Oranje Dames vervolgen hun weg naar olympisch goud in Tokio zonder hun aanvoerder. Het zal wennen zijn. Dirkse van den Heuvel maakte meer dan tien jaar lang bijna onafgebroken deel uit van de Oranje Dames. Ze nam binnen en buiten het veld het voortouw. Stond er altijd als het moest. De geboren Brabantse heeft misschien niet de bekendheid van een Maartje, Ellen of Naomi, maar haar statistieken vertellen dat afscheid wordt genomen van een monument uit de Nederlandse hockeygeschiedenis. Ze debuteerde op 17 mei 2008 tijdens Nederland-Duitsland op de Champions Trophy in Mönchengladbach. Ze speelde vervolgens 203 interlands, scoorde 28 doelpunten, boekte 162 zeges en verloor slechts 13 keer. Ze ging elk groot toernooi waaraan ze met Oranje deelnam (18 stuks) met een medaille naar huis. Liefst negen keer stond ze op de hoogste tree, waaronder twee keer op een WK en een keer bij de Spelen van 2012 in Londen. Vreugde bij Oranje nadat Naomi van As (r) de stand op 1-1 heeft gebracht tijdens  Nederland – Groot-Brittannië (2-1) op de Spelen in Londen. Links Kim Lammers, midden Carlien Dirkse van den Heuvel. Foto: Koen Suyk Dirkse van den Heuvel, glimlachend: ‘Ik had echt nooit gedacht dat ik ooit tien jaar in Oranje zou zitten en meer dan 200 interlands zou spelen. Zo’n speler ben ik niet, vond ik. Na een paar jaar heb ik dat wel gezien. Maar ik vond het veel te leuk. De beginjaren zijn heel relaxt, dan hockey je alleen en ben je er verder niet zo mee bezig. Pas later kreeg ik een andere rol, meer verantwoordelijkheid, mocht ik meepraten en meedenken over de tactiek. Die ontwikkeling en uitdaging vond ik fijn.’ ‘Ik speel omdat ik het spelletje zo geweldig vind’ Dirkse van den Heuvel wordt al jarenlang binnen Oranje gewaardeerd en geprezen. Voor de buitenwereld bleef ze vaak wat op de achtergrond. Ze zocht de spotlights ook niet op. ‘Ik ben daar nooit mee bezig geweest. Ik zet nu af en toe wel wat op social media, omdat het van me wordt verwacht en de fans het leuk vinden. Maar in alle eerlijkheid heb ik nooit voor de fans gespeeld. Ik vind een vol stadion supermooi, maar zodra de wedstrijd begint, gaan mijn oogkleppen op en krijg ik niks meer mee van de omgeving. Ik speel omdat ik het spelletje zo geweldig vind. Het is heerlijk om op het veld te staan, te pielen met de bal.’ Carlien Dirkse van den Heuvel juicht met Xan de Waard  en Kitty van Male(l). Foto: Willem Vernes Ook al draagt ze het Oranje-shirt niet meer, van haar hockeykwaliteiten als middenvelder van SCHC kunnen de fans voorlopig nog genieten. ‘Ik heb een contract voor dit en volgend seizoen, dus jullie zijn nog niet helemaal van me af, zegt ze lachend. De eerste stap richting haar het nieuwe leven, zet ze dus nu al. Twijfel over die beslissing is er niet meer. Maar missen gaat ze Oranje zeker. ‘Ik denk vooral de intensiteit van de samenwerking. Ik ben nu aan het werk. Dat is leuk en we doen af en toe of dat te vergelijken is. Maar qua beleving, qua intensiteit en de emotie die erbij komt kijken, is het een andere wereld. In de topsport zie je elkaar zo vaak, ook op slechte dagen. Je lacht samen, je huilt samen. Door die intensiteit heb ik echt vriendschappen voor het leven gemaakt. Die koester ik.’ Het bericht Dirkse van den Heuvel stopt bij Oranje: ‘Het is mooi geweest’ verscheen eerst op Hockey.nl .

Lees het hele bericht op Hockey.nl

Deel dit artikel met anderen

Dirkse van den Heuvel stopt bij Oranje: ‘Het is mooi geweest’

Nederlands Elftal

29/11/2018

Ze twijfelde sinds de Olympische Spelen van Rio in 2016 al wel vaker, maar vond het spelletje nog te leuk en de uitdaging nog te groot om te stoppen. Maar nu haar toekomst als fysiotherapeut in het gedrang dreigt te komen, heeft Oranje-aanvoerder Carlien Dirkse van den Heuvel (31) toch besloten per direct een punt achter haar imposante interlandcarrière te zetten. ‘Als ik terugkijk op mijn carrière ben ik trots, maar ik ben toe aan een nieuwe uitdaging. Het is mooi geweest.’ De gewonnen WK-finale in Londen blijkt achteraf de laatste van haar 203 interlands. Het wereldkampioenschap waar de Oranje Dames domineerden als bijna nooit tevoren. Met het bewierookte tikkie-takka-hockey waarvan Dirkse van den Heuvel zo houdt. Korte passje, hoog druk zetten en de snelste weg naar het doel zoeken. Het WK ook, waar zij als aanvoerder na de 6-0 tegen het kansloze Ierland voor 15.000 toeschouwers de World Cup omhoog mocht houden. ‘Ik bedacht me pas later: de WK-finale als laatste interland. Hoe mooi is dat’, vertelt Dirkse van den Heuvel deze week in een nagenoeg leeg clubhuis van haar club SCHC in Bilthoven. Twijfel Ze zit op haar gemak, vertelt honderduit en neemt haar toehoorder mee in het traject dat leidde tot de beslissing om het Oranje-shirt nooit meer om haar schouders te dragen. De eerste twijfel was er na de Spelen in Rio. Het moment dat veel generatiegenoten aangrepen om Oranje vaarwel te zeggen, zoals Ellen Hoog, Naomi van As en Maartje Paumen. Dirkse van den Heuvel ging door. Begin 2017 zei ze daarover: ‘Het vuurtje brandt nog vanbinnen. Ik ben nog niet klaar, heb het gevoel dat ik nog beter kan worden.’ Vreugde bij Oranje na winst in de halve finale van het WK via shoot-outs tegen Australië. Foto: Koen Suyk ‘Van die beslissing heb ik geen moment spijt gehad’, vertelt DvdH nu. ‘Ik heb sindsdien een prachtige tijd gehad. Werd aanvoerder, kreeg een iets andere rol. Nog meer verantwoordelijkheid. Daar heb ik van geleerd. Er kwamen veel nieuwe spelers. Dit is ook een gouden generatie. We hebben geweldige hockey gespeeld, met het WK als absolute hoogtepunt. Daar waren we zo goed, zo dominant. Dat had ik echt niet willen missen.’ Stellig De Oranje-ploeg met Dirkse van den Heuvel won een jaar eerder ook al de Europese titel in eigen land en de Hockey World League Final in Nieuw-Zeeland. Het kon niet op. Toch sloeg begin dit jaar de twijfel toe bij Dirkse van den Heuvel, zo erkent ze nu. Al hield ze naar de buitenwereld vol dat ze pas na de Spelen van 2020 in Tokio ging stoppen. ‘Ik werd vaak gevraagd wat ik ging doen. Ik wilde daar geen discussie over, daarom ben ik altijd heel stellig gebleven.’ Diep in haar hart zou Dirkse van den Heuvel ook maar wat graag doorgaan, tot ze er – bij wijze spreken – bij neervalt. De liefhebber krijgt eigenlijk nooit genoeg van het spelletje met bal en stick, zeker niet op het hoogste podium. Maar ze is ook een speelster geweest die altijd wat naast het hockey wil doen, want hockey stopt een keer en dan is het belangrijk een vangnet te hebben. Carlien Dirkse van den Heuvel: ‘Op het WK waren we zo goed, zo dominant. Dat had ik echt niet willen missen.’ Foto: Koen Suyk Dirkse van den Heuvel realiseerde zich dat al jaren geleden. Ze volgde daarom een opleiding tot fysiotherapeut. Net als haar ouders. Ze ging aan de slag als fysiotherapeut, maar het behandelen van patiënten bleek lastig te combineren met haar hockeycarrière. Zeg eigenlijk maar niet. ‘Ik heb een praktisch beroep, kan vanuit het buitenland patiënten niet behandelen.’ Ze probeerde van alles: als oproepkracht bij een praktijk, een eigen praktijk beginnen, bij haar ouders aan het werk. Maar dingen half doen, zit niet in haar karakter. ‘Ik wil een heel goede fysio worden.’ BIG-registratie Daar komt bij dat ze als fysiotherapeut een BIG-registratie heeft, die haar verplicht tot een minimaal aantal behandelingen per jaar. ‘Als ik zou doorgaan tot Tokio, had ik dat aantal behandeluren nooit kunnen maken. Uiteindelijk moest ik dus kiezen tussen mijn registratie en een gouden medaille in Tokio. Toen ik hem zo stelde, was die beslissing niet meer moeilijk. Ik weet nog dat ik zó blij was dat ik mijn diploma haalde. Ik had iets achter de hand voor na mijn hockeycarrière. Iets waarin ik ook mijn passie en ambitie kwijt kan. Dat wil ik niet op het spel zetten. Zelfs niet voor een gouden olympische medaille.’ Ze besprak haar dilemma met haar vriendin en haar ouders. Later ook met bondscoach Alyson Annan. Maar dat was pas na het gouden WK. ‘ Al begreep me, snapt helemaal het belang van mijn maatschappelijke carrière. Dat waren goede gesprekken.’ Uiteindelijk moest ik dus kiezen tussen mijn registratie en een gouden medaille in Tokio. Toen ik hem zo stelde, was die beslissing niet meer moeilijk Carlien Dirkse van den Heuvel Hoewel de beslissing toen al wel in de lucht hing, duurde het vervolgens nog tot vlak voor de Champions Trophy voordat de middenvelder daadwerkelijk de knoop doorhakte. Haar tenniselleboog werkte uiteindelijk als een soort katalysator. De speelster die nooit een noemenswaardige blessure had, kampte plots met hevige pijn in haar elleboog. ‘Achteraf denk ik dat het zo had moeten zijn. Dat die blessure ook min of meer in mijn hoofd is ontstaan. De druk van de beslissing. De drukte door het hockey bij SCHC, de studie manuele therapie die ik was gestart en ook nog Oranje. Die blessure gaf me ook meer tijd om na te denken.’ Stoppen Een aanbieding van een praktijk uit Hilversum, waar ze voor 20 uur per week aan de slag ging, was uiteindelijk de bekende druppel. ‘Ik weet nog dat ik een paar weken geleden tegen mijn vriendin zei: ik ben eruit. Ik ga stoppen bij Oranje. Ze reageerde heel lief. Zei dat ik zelf bij mijn gevoel moet blijven. Dat ligt mij het beste. Ik heb het daarna tegen mijn ouders gezegd. Pas toen ik het een paar dagen later aan een vriendin uit Den Bosch vertelde, realiseerde ik me: ik ga echt stoppen.’ Carlien Dirkse van den Heuvel met Alyson Annan tijdens Nederland-Japan bij de 4 Nations Trophy dames 2018 . Foto: Koen Suyk Ze deelde de beslissing in de aanloop naar de Champions Trophy in China met Annan. Voor het toernooi werd ze ook niet geselecteerd. Naar de buitenwereld toe was de tennisarm een sluitende verklaring, die geen vragen opriep. Ze bekeek de Champions Trophy vanachter haar laptop. Ze zag en voelde dat het goed was. ‘Ik heb zeker contact met de meiden gehad. Natuurlijk waren er daardoor momenten dat ik dacht: daar had ik bij willen zijn. Maar aan de andere kant, vond ik het ook prima.’ Dirkse van den Heuvel won een medaille op alle achttien toernooien die ze speelde Nu de Champions Trophy, waar de Nederlandse vrouwen opnieuw goud pakten, voorbij is, mag het hoge woord eruit. De Oranje Dames vervolgen hun weg naar olympisch goud in Tokio zonder hun aanvoerder. Het zal wennen zijn. Dirkse van den Heuvel maakte meer dan tien jaar lang bijna onafgebroken deel uit van de Oranje Dames. Ze nam binnen en buiten het veld het voortouw. Stond er altijd als het moest. De geboren Brabantse heeft misschien niet de bekendheid van een Maartje, Ellen of Naomi, maar haar statistieken vertellen dat afscheid wordt genomen van een monument uit de Nederlandse hockeygeschiedenis. Ze debuteerde op 17 mei 2008 tijdens Nederland-Duitsland op de Champions Trophy in Mönchengladbach. Ze speelde vervolgens 203 interlands, scoorde 28 doelpunten, boekte 162 zeges en verloor slechts 13 keer. Ze ging elk groot toernooi waaraan ze met Oranje deelnam (18 stuks) met een medaille naar huis. Liefst negen keer stond ze op de hoogste tree, waaronder twee keer op een WK en een keer bij de Spelen van 2012 in Londen. Vreugde bij Oranje nadat Naomi van As (r) de stand op 1-1 heeft gebracht tijdens  Nederland – Groot-Brittannië (2-1) op de Spelen in Londen. Links Kim Lammers, midden Carlien Dirkse van den Heuvel. Foto: Koen Suyk Dirkse van den Heuvel, glimlachend: ‘Ik had echt nooit gedacht dat ik ooit tien jaar in Oranje zou zitten en meer dan 200 interlands zou spelen. Zo’n speler ben ik niet, vond ik. Na een paar jaar heb ik dat wel gezien. Maar ik vond het veel te leuk. De beginjaren zijn heel relaxt, dan hockey je alleen en ben je er verder niet zo mee bezig. Pas later kreeg ik een andere rol, meer verantwoordelijkheid, mocht ik meepraten en meedenken over de tactiek. Die ontwikkeling en uitdaging vond ik fijn.’ ‘Ik speel omdat ik het spelletje zo geweldig vind’ Dirkse van den Heuvel wordt al jarenlang binnen Oranje gewaardeerd en geprezen. Voor de buitenwereld bleef ze vaak wat op de achtergrond. Ze zocht de spotlights ook niet op. ‘Ik ben daar nooit mee bezig geweest. Ik zet nu af en toe wel wat op social media, omdat het van me wordt verwacht en de fans het leuk vinden. Maar in alle eerlijkheid heb ik nooit voor de fans gespeeld. Ik vind een vol stadion supermooi, maar zodra de wedstrijd begint, gaan mijn oogkleppen op en krijg ik niks meer mee van de omgeving. Ik speel omdat ik het spelletje zo geweldig vind. Het is heerlijk om op het veld te staan, te pielen met de bal.’ Carlien Dirkse van den Heuvel juicht met Xan de Waard  en Kitty van Male(l). Foto: Willem Vernes Ook al draagt ze het Oranje-shirt niet meer, van haar hockeykwaliteiten als middenvelder van SCHC kunnen de fans voorlopig nog genieten. ‘Ik heb een contract voor dit en volgend seizoen, dus jullie zijn nog niet helemaal van me af, zegt ze lachend. De eerste stap richting haar het nieuwe leven, zet ze dus nu al. Twijfel over die beslissing is er niet meer. Maar missen gaat ze Oranje zeker. ‘Ik denk vooral de intensiteit van de samenwerking. Ik ben nu aan het werk. Dat is leuk en we doen af en toe of dat te vergelijken is. Maar qua beleving, qua intensiteit en de emotie die erbij komt kijken, is het een andere wereld. In de topsport zie je elkaar zo vaak, ook op slechte dagen. Je lacht samen, je huilt samen. Door die intensiteit heb ik echt vriendschappen voor het leven gemaakt. Die koester ik.’ Het bericht Dirkse van den Heuvel stopt bij Oranje: ‘Het is mooi geweest’ verscheen eerst op Hockey.nl .

Lees het hele bericht op Hockey.nl

Deel dit artikel met anderen