Posts in Nederlands Elftal

FIH verandert kwalificatie WK: vier tickets op EK

Nederlands Elftal

02/06/2020

De Internationale Hockey Federatie (FIH) heeft het kwalificatieproces voor de WK’s in 2022 en 2023 aangepast. Door de verplaatsing van de Olympische Spelen, is het meerendeel van de tickets voor het mondiale toernooi te bemachtigen via de continentale kampioenschappen. De Oranje Heren moeten hierdoor in de top vier eindigen op het EK dat in juni 2021 in Amsterdam wordt gehouden. De Oranje Dames zijn al zeker van een WK-ticket, als co-host, samen met Spanje.  In de originele opzet zouden alleen de continentale kampioenen zich rechtstreeks plaatsen voor het WK. De overige tickets werden via kwalificatiewedstrijden verdeeld. Net als voor de Olympische Spelen van Tokio het geval was. De door het coronavirus bomvolle hockeykalender voor komend jaar noopt de FIH tot aanpassing van dat schema. De FIH heeft daarom elf in plaats van zes tickets gekoppeld aan continentale toernooien. Hierdoor zijn er op het Europees kampioenschap in juni 2021 in het Wagener Stadion, zowel bij de mannen als bij de vrouwen, vier tickets te verdienen. In maart 2022 wordt nog wel een kwalificatiewedstrijden gehouden waarbij de resterende vijf tickets worden verdeeld. Hoe de plaatsingswedstrijden er precies uit gaan zien en hoeveel plekken elk continent krijgt, wordt later bekend gemaakt. Oranje Dames als host al zeker van WK Bij de mannen is India al zeker van deelname als organiserend land. Het WK voor mannen wordt in januari 2023 gehouden, dat van de dames in de zomer van 2022 waarbij zowel wedstrijden in Nederland (Wagener Stadion) als in Spanje worden gespeeld . Die landen zijn hierdoor beide al zeker van een plek op het WK. Dit betekent dat op het EK bij de vrouwen nog maar twee tickets te verdienen zijn. Bij de mannen plaatsen de twee teams die bovenaan in de poule eindigen zich dus voor het EK. De Oranje Heren zitten in de poule bij Duitsland, Frankrijk en Wales. Overzicht verdeling WK-tickets Vrouwen Tickets  Opmerking Mannen Tickets Opmerking Afrika 1 Afrika 1 Azie 2 Azië 3 (Inclusief India) Europa 4 (Inclusief Nederland en Spanje) Europa 4 Oceanie 2 Oceanië 2 Zuid-Amerika 2 Zuid-Amerika 1       Het bericht FIH verandert kwalificatie WK: vier tickets op EK verscheen eerst op Hockey.nl .

Lees het hele bericht op Hockey.nl

Deel dit artikel met anderen

Het geheime ‘gehoorapparaat’ van Ageeth Boomgaardt

Nederlands Elftal

01/06/2020

In de rubriek  Oranje Franje  belichten we opvallende en niet-alledaagse gebeurtenissen rond de vele interlands van de beide Oranje-teams. In de achtste aflevering aandacht voor de oordopjes waarmee bondscoach Marc Lammers zijn speelsters op het WK van 2002 geheime instructies gaf. Begin juli 2002 krijgt Marc Lammers een geweldig idee. Zoevend over het Franse asfalt – de bondscoach van de Oranje Dames mag op uitnodiging van de Rabobank een dagje meerijden in de Tour de France – heeft hij vooral oog voor de communicatie tussen ploegleider en wielrenners. Die verloopt via oortelefoontjes, waarbij de renners continu aanwijzingen krijgen en worden bijgepraat over het verloop van de koers. Op de bijrijderstoel van de ploegleidersauto weet Lammers het zeker: die oortjes zouden een verrijking zijn voor de communicatie met zijn team, dat zich voorbereidt op de Champions Trophy in Macau in augustus van dat jaar en het WK in Perth, drie maanden later. Ze zouden vooral van nut kunnen zijn bij de aanvallende en verdedigende strafcorner van Oranje, die steeds minder geheimen kent voor de concurrerende landen. Marc Lammers, bondscoach van de Oranje Dames tussen 2001 en 2008. Foto: Koen Suyk ‘Ik werd in die tijd gek van alle video- en opnameapparatuur die andere landen gebruikten tijdens wedstrijden tegen ons’, legt Lammers uit. ‘Net als in het honkbal hanteerde ik bepaalde tekens en gebaren bij onze strafcorners, om aan te geven welke variant we zouden spelen of waar de ruimte lag. Andere topteams maakten een studie van die tekens om te kunnen ontdekken wat we van plan waren. Met die oordopjes zouden we die informatie voortaan voor onszelf kunnen houden.’ Afzakkende rokjes Lammers, een vooruitstrevende coach die eerder al de videobril en hartslagmeters introduceerde bij Oranje, gaat meteen aan de slag met zijn idee en experimenteert achter de schermen met de elektronisch hulpmiddelen. Eerst krijgen de speelsters oormicrofoontjes met een ontvangstkastje, maar dat blijkt geen succes. Lammers: ‘De rokjes van de meiden zakten naar beneden door het gewicht van de ontvanger en bovendien bleek het niet toegestaan met een scherp voorwerp aan het lijf te hockeyen.’ Lammers schakelt vervolgens TNO Delft en het Zwitserse bedrijf Phonak in, gespecialiseerd in het maken van kleine gehoorapparaatjes. De uitkomst is een draadloos oordopje dat ook in de beveiligingsbranche wordt gebruikt. Eind oktober, in een serie oefenwedstrijden tegen Schotland in Den Bosch, worden ze voor het eerst getest door de speelsters. Ageeth Boomgaardt tijdens het WK 2002 in Perth met het geheime oordopje. Foto: Jeroen van Bergen Ageeth Boomgaardt, op dat moment 139-voudig international en de strafcornerspecialist van Oranje, is één van de eerste speelsters die een oortje mag dragen. Het is niet meteen een daverend succes. ‘Ik raakte het ding op een gegeven moment kwijt’, herinnert Boomgaardt zich. ‘Het was uit mijn oor gevallen. Ik weet nog dat ik net deed alsof ik een lens was verloren toen ik ernaar zocht. We wilden natuurlijk niet dat het ontdekt zou worden.’ De oordopjes blijken perfect op maat gemaakt voor potige uitsmijters en bodyguards, maar zijn veel te groot voor de oren van de internationals. Lammers: ‘Met huidskleurige tape en neuspleisters bleven ze uiteindelijk wél zitten en waren ze bovendien van een afstandje minder goed zichtbaar.’ Ontmaskerd in Perth De oordopjes reizen met Oranje mee naar het WK, dat van 24 november tot en met 8 december 2002 in het Australische Perth wordt gehouden. Daar zal blijken dat de innovatie van Lammers geen lang leven beschoren is. Na vier wedstrijden in de groepsfase van het toernooi is er zoveel commotie en discussie ontstaan over het technische hulpmiddel, dat Lammers op het matje moet komen bij de Canadese toernooidirecteur Janet Ellis. Hoewel nergens in de regels van het internationale hockey staat dat het gebruik van oortelefoontjes verboden is, krijgt de bondscoach te horen dat hij ze niet langer meer mag gebruiken. De KNHB gaat nog in beroep tegen het besluit, maar kan het verbod niet ongedaan maken. ‘Met die oordopjes zouden spelers teveel in robots veranderen. Hockey is dan een soort schaken met levende stukken, en dat was onwenselijk’, licht Lammers toe. Dat Oranje in Perth nog vier wedstrijden lang gebruik heeft kunnen maken van de oordopjes is al opmerkelijk, want al tijdens de eerste wedstrijd tegen Zuid-Afrika (3-0 zege) wordt het hulpmiddel bij toeval ontdekt door Jeroen van Bergen, destijds fotograaf van Hockey Magazine. ‘Ik zag Ageeth Boomgaardt bij een strafcorner telkens aan haar oor friemelen’, blikt Van Bergen terug. ‘Uit nieuwsgierigheid heb ik toen een telelens gepakt om een foto van dichtbij te kunnen maken. Na afloop in het perscentrum bekeek ik de foto vergroot op mijn laptop. Toen zag ik ineens dat apparaatje in haar oor.’ De slechthorenden van Oranje Van Bergen koos ervoor om Lammers persoonlijk ná de persconferentie over de foto te bevragen, dus bewust buiten het bereik van alle andere aanwezige journalisten. Van Bergen: ‘Ik liet Marc mijn foto zien en vroeg:  heeft Ageeth hier nou een gehoorapparaatje in of zo?  Toen heeft hij me verteld dat het een oordopje was waarmee ze instructies vanaf de zijlijn kreeg. Hij liet me vrij in mijn journalistieke keuze, maar zei wel dat hij het zou waarderen als dit niet in de publiciteit zou komen.’ Van Bergen liet zijn Oranje-hart spreken en hield zijn vondst stil. ‘Als ik op dat moment bij een ander journalistiek medium had gewerkt, had ik wellicht een andere keuze gemaakt’, aldus Van Bergen, die enkele dagen later zag hoe ook Mijntje Donners, Fatima Moreira de Melo, Minke Smabers, Minke Booij en Janneke Schopman ‘gehoorapparaatjes’ droegen tijdens de wedstrijden. Het aantal slechthorenden in Oranje was blijkbaar in rap tempo toegenomen. Oranje won in die eerste WK-dagen via twee rake strafcorners van Mijntje Donners en Ageeth Boomgaardt van Japan (2-0), versloeg Engeland met 2-1 dankzij de winnende goal uit een corner van Boomgaardt en verpletterde Ierland met 6-0, mede door drie treffers uit een strafcorner. Na dat vierde duel hadden ook video-analisten van de andere landen inmiddels door dat Lammers vanaf de bank met een hand voor zijn mond aanwijzingen gaf aan zijn speelsters. Daarmee was het geheim van de oordopjes definitief ontdekt en kon ook Van Bergen zijn primeur niet langer verborgen houden. De ophef in de media leidde uiteindelijk tot het verbod van de toernooi-organisatie. Betere communicatie Of Oranje nou een oneerlijk voordeel heeft gehad door het gebruik van de oordopjes? Boomgaardt denkt van niet. ‘Die oortjes maakten vooral de communicatie sneller en duidelijker. Marc kon vanaf de zijlijn in alle rust aanwijzigingen geven en hoefde niet als een malle over het veld te schreeuwen. Dat was het grote verschil. Dit hulpmiddel paste precies in zijn drang om het hockey te vernieuwen en verder te professionaliseren.’ Lees hier de eerdere afleveringen in deze rubriek Bierdrinkende scheidsrechters blunderen erop los Hockeyen in een modderlaag van tien centimeter Dick ‘The Flying Dutchman’ Esser vloog en blonk uit Hoe de FIH de Oranje Dames op gênante wijze liet juichen Gigantisch pak slaag op de eerste wereldreis Paul Litjens: van kilo’s kauwgom naar een Oranje-record De onwennige kennismaking met kunstgras Het bericht Het geheime ‘gehoorapparaat’ van Ageeth Boomgaardt verscheen eerst op Hockey.nl .

Lees het hele bericht op Hockey.nl

Deel dit artikel met anderen

Marijn Veen: ‘De Spelen waren voor mij eigenlijk onhaalbaar geweest’

Nederlands Elftal

01/06/2020

Bij het verlaten van het parkeerterrein van SCHC zette international Marijn Veen haar auto in zijn achteruit en botste daarna per ongeluk tegen een andere auto aan. Acht maanden later ondervindt ze nog steeds de gevolgen van de hersenschudding die ze toen opliep. ‘Ik heb me wel eens afgevraagd of het nog goed zou komen. Nu gaat het gelukkig een stuk beter met me.’ In de dagen na de aanrijding voelde de aanvaller van Amsterdam zich zo slecht dat ze tijdelijk weer bij haar ouders introk. Zelfs bij de meest alledaagse geluiden, zoals haar vader die bij het afwassen de kraan aanzette en messen tegen elkaar aantikte, stopte ze van de pijn haar vingers in haar oren. Staren naar een elektronisch scherm, zoals een telefoon of een laptop, voelde na verloop van tijd alsof er een elastiek strak om haar hoofd getrokken zat. Het beklimmen van de trap in het huis van haar ouders was zwaarder dan het spelen van een hockeywedstrijd. Omdat ze vrijwel niets kon – niet hockeyen, geen Netflix kijken – zocht ze vertier in het bordspel Qwixx. Zelfs het gestuiter van een dobbelsteen over de tafel heen, konden haar oren niet verdragen. Veen: ‘Gek genoeg heeft de situatie met corona ervoor gezorgd dat ik mijn rust kon pakken. Dat de competitie werd beëindigd, nam bij mij een hoop druk weg. Ook het sociale leven lag stil. Ik hoefde niets te missen. Die rust was voor mijn herstel goed, maar mentaal was het proces wel zwaar. Dat is het nog steeds. Vooral omdat je niet weet hoelang het nog duurt.’ Marijn Veen heeft voor het Nederlands elftal gescoord tegen China. Foto: Willem Vernes Ik zou deelname de Spelen nooit hebben opgegeven, maar nu ze met een jaar zijn gesteld, kan ik wel concluderen dat ze voor mij eigenlijk onhaalbaar waren geweest. Haar huisgenootje Renée van Laarhoven weet wat Veen doorstaat. Zij kreeg in maart 2019 op de training van Kampong een stick tegen haar hoofd en liep ook een hersenschudding op. Van Laarhoven drukte Veen op het hart om geen datum aan haar rentree vast te plakken. Dat knoopte de international van Amsterdam in haar oren. Toch waren de Olympische Spelen van Tokio natuurlijk wel met potlood omcirkeld. Dagen werden weken. Weken werden maanden. Lang was de Pro League-trip met het Nederlands elftal haar stip aan de horizon. Maar die reis kwam te vroeg. Keer op keer duurde haar herstel langer dan verwacht. Veen: ‘Vorig jaar had ik natuurlijk een geweldig jaar. Alles ging goed. Met Amsterdam wonnen we de landstitel en de Europa Cup. Nu had ik vrijwel de eerste seizoenshelft gemist en kwamen de Spelen steeds dichterbij. Ik raakte gestrest. Dat bevordert het herstel van een hersenschudding natuurlijk niet. Ik zou deelname de Spelen nooit hebben opgegeven, maar nu ze met een jaar zijn gesteld, kan ik wel concluderen dat ze voor mij eigenlijk onhaalbaar waren geweest.’ In het seizoen 2018/2019 speelde Marijn Veen een belangrijke rol voor Amsterdam in het winnen van de landstitel. Foto: Koen Suyk Als dit alles over is, kan ik de hele wereld aan. Zo voelt het. Dan is het leven weer fantastisch. Het licht aan het eind van de tunnel komt nu steeds dichterbij. Veen traint weer met het Nederlands elftal mee. Vaak nog niet de hele training, maar ze maakt vorderingen. Afgelopen week verscheen ze voor het eerst op een training met Amsterdam. Ook haar studie pakte ze voorzichtig weer op. Ze woont weer thuis, maar bezoekt haar ouders nog wel wanneer ze behoefte heeft aan rust. ‘De stapjes die ik zet, zijn klein. Maar ik heb nog lang de tijd. Hopelijk mogen we in september weer wedstrijden spelen. Ik hoop dat ik snel weer honderd procent de oude ben. Als dit alles over is, kan ik de hele wereld aan. Zo voelt het. Dan is het leven weer fantastisch. Opstaan zonder zorgen, zonder pijn, waardeer ik nu al steeds meer.’ Afgelopen week speelde Veen met haar vriend weer het bordspel Qwixx. Toen de dobbelsteen over tafel stuiterde, keek ze hem aan. ‘Het klonk zó ontzettend zacht, dat het een soort opluchting voor me was. Het toonde aan dat het inmiddels echt stukken beter met me gaat.’ Het bericht Marijn Veen: ‘De Spelen waren voor mij eigenlijk onhaalbaar geweest’ verscheen eerst op Hockey.nl .

Lees het hele bericht op Hockey.nl

Deel dit artikel met anderen

Thijs Maartens zat paar weken op roze wolk

Nederlands Elftal

31/05/2020

Het Nederlands elftal is het hoogst haalbare voor een hockeyer. Slechts 866 spelers trokken ooit het shirt van Oranje aan. Voor tachtig van hen bleef het bij die ene keer. Zo ook voor Thijs Maartens die op 3 juni 2007 in Den Haag debuteerde in het duel met Zuid-Korea. Een waas. Met dit woord omschrijft Thijs Maartens zijn gevoel als hij terugdenkt aan zijn debuut bij de Oranje Heren. ‘Ik kan niet vertellen wat ik echt heb beleefd en wat ik er uiteindelijk zelf bij heb verzonnen. Mijn familie en vrienden hebben meer herinneringen aan die wedstrijd dan ik. Voor mij was het een soort halve droom. Een roes. Ik heb een paar weken op een roze wolk gezeten.’ Onverwacht ‘Ik was totaal overvallen door wat er gebeurde. Het was ook onverwacht, want ik was niet bezig met Oranje. Het was een superleuke verrassing. Een enorme eer. Het is letterlijk een kroon op mijn carrière’, blikt Maartens terug op die zomerdag in juni. Toegangsticket voor het duel Nederland-Zuid-Korea. Het debuut van Thijs Maartens in Oranje. Foto: Thijs Maartens Maartens speelde in totaal twaalf seizoenen voor Oranje Zwart. De verdediger debuteerde al als vijftienjarige in het eerste van de Eindhovense club. Twee jaar later, in 2005, won hij met Oranje Zwart de landstitel, de eerste in de clubhistorie. Jeugd WK Die zomer speelde hij met Jong Oranje het WK in Rotterdam. De ploeg, met spelers als onder meer Robert van der Horst, Wouter Jolie en Teun Rohof, eindigde op een vijfde plaats. In 2014 sloot Maartens zijn topsportcarrière af bij het Belgische Dragons en keerde terug bij het tot inmiddels Oranje-Rood gefuseerde Oranje Zwart. De verdediger kwam daarna nog een aantal keer in actie in het eerste team van de Eindhovense club als er blessures waren. Tegenwoordig speelt Maartens af en toe zijn wedstrijden bij Heren 2 van Oranje-Rood. Het is op deze plek dat ik me realiseerde dat er meer was dan hockey alleen Thijs Maartens ging studeren in Maastricht ‘Tijdens mijn periode bij Oranje Zwart ben ik gaan studeren aan het University College in Maastricht. Het is op deze plek dat ik me realiseerde dat er meer was dan hockey alleen. Ik vond het studeren en het sociale contact met mijn maatjes daar enorm aantrekkelijk’, legt Maartens uit. In deze fase belt bondscoach Roelant Oltmans Maartens op om hem uit te nodigen voor het grote Oranje. ‘Ik zat achter mijn computer toen hij mij belde. Ik wist dat Oltmans was gaan kijken bij het duel van Oranje Zwart tegen Kampong. Ik speelde toen goed, maar Oranje zat totaal niet op mijn radar. Het was een periode waarin hockey voor mij minder prioriteit had.’ Onwerkelijk ‘Het was totaal onwerkelijk’, gaat Maartens verder over zijn selectie voor Oranje. ‘Ik had eigenlijk nooit het besef een interland te spelen. Het Nederlands teams was een gevestigde groep, daarin werd niet zo geschoven. Ik was een hardwerkende verdediger en was niet de meest aansprekende naam. Ik zei altijd: ik ga in Heren 1 van Oranje Zwart spelen. Dat einddoel was ook mijn droomdoel. Alles daar bovenop was bonus, dus Oranje was voor mij een extra.’ Thijs Maartens in actie voor Oranje Zwart in het duel met Schaerweijde in de Hoofdklasse Heren. Foto: KNHB/Frank Uijlenbroek De Oranje Heren speelden in juni 2007 een serie van drie wedstrijden tegen Zuid-Korea. De eerste confrontatie tussen beide ploegen was in Den Haag op het terrein van hdm. Daarna volgden nog duels tegen de Aziaten in Hattem en Venlo. Vertrouwd ‘We zaten in een hotel in Wassenaar’, zegt Maartens over de aanloop naar dat eerste duel. ‘Dat voelde redelijk vertrouwd. Met Jong Oranje had ik daar al eens gezeten en met Oranje Zwart verzamelden we in het hotel als we voor de competitie tegen HGC speelden. Veel jongens van Oranje kende ik al van de competitie. Dat was niet spannend, maar juist leuk en gezellig.’ De Oranje Heren misten voor het eerste duel met de Zuid-Koreanen een aantal gevestigde namen. Jeroen Delmée ontbrak om privéredenen en Teun de Nooijer kreeg van bondscoach Oltmans een vervroegde vakantie. Daarnaast ontbraken nog vier internationals van Bloemendaal en ook Taeke Taekema en Roderik Huber waren niet van de partij. Ook debuut Baart en Caspers Maartens maakte tegen Zuid-Korea zijn debuut samen met OZ-teamgenoot Sander Baart en Quirijn Caspers van Kampong. De Oranje Heren kwamen dankzij twee doelpunten van Roderick Weusthof op 2-0, maar de Aziaten maakten die achterstand in de tweede helft ongedaan. In de daaropvolgende strafballenserie toonde Zuid-Korea zich net iets koelbloediger dan Nederland: 3-4. ‘Het idee van een interland spelen, vond ik bijzonder. Ik was ook zenuwachtig, Zuid-Korea was een lastige tegenstander. Ik dacht: geen fouten maken. Ja, de interlanddas heb ik gekregen. Ik wist niet dat je die zou krijgen, daar had ik nooit bij stilgestaan’, zegt Maartens. Mee naar China Na zijn debuut in Den Haag kwam Maartens niet in actie in Hattem en Venlo, maar speelde hij daarna nog wel wedstrijden tegen Italië en Frankrijk die echter niet meetelden als officiële interland. Vervolgens ging hij met Oranje mee naar China waar een jaar later de Olympische Spelen werden gehouden. Daar speelde een enkelblessure Maartens hem parten. ‘De laatste avond in Peking heb ik flink de bloemetjes buiten gezet terwijl ik geblesseerd op de tribune moest plaatsnemen. Ik vond het prachtig, maar denk achteraf niet dat iedereen daar zo over dacht’, blikt Maartens terug. Wereldreis Na een noodzakelijke operatie aan de enkel ging Maartens die zomer op wereldreis. Hij kwam daarna niet meer in beeld bij Oranje, dat een paar maanden later in Manchester de Europese titel veroverde. Wedstrijdaccreditatie van Thijs Maartens voor de interland tussen Nederland en Zuid-Korea. Foto: Thijs Maartens ‘Die ene interland heeft achteraf meer betekenis gekregen’, zegt Maartens. ‘Ik ben één van de 866 die een interland heeft gespeeld. Als ik daarover nadenk, wauw, dat is ongelooflijk. Het is een bijzonder getal, waar ik ook wel van schrik.’ Groter mogen dromen ‘Toen ik hockey met studeren en mijn vrienden begon te combineren verloor ik een beetje het verlangen altijd op zondag te winnen dat heeft me waarschijnlijk wel wat interlands gekost. Ik denk niet dat ik een eindtoernooi had kunnen spelen daarvoor waren anderen beter en wellicht meer gedreven, maar ik had groter mogen dromen.’ Thijs Maartens is werkzaam als Circular Economy & Sustainability Lead bij Philips Innovation Services. Met zijn team adviseert hij het bedrijf over duurzame innovatie en circulaire economie. Het bericht Thijs Maartens zat paar weken op roze wolk verscheen eerst op Hockey.nl .

Lees het hele bericht op Hockey.nl

Deel dit artikel met anderen

Rein de Waal vooroorlogs boegbeeld van Oranje

Nederlands Elftal

30/05/2020

Rein de Waal was de meest gezichtsbepalende international van voor de Tweede Wereldoorlog, een hockeyer ook met invloed. De speler van Amsterdam was fervent voorstander van de herinvoering van de Engelse regels, waardoor Nederland deel kon nemen aan de Olympische Spelen van 1928 . Na de oorlog werd de voormalige aanvoerder bondscoach van de Oranje Heren. Na het zilveren olympische succes in 1952 volgde de grootste deceptie uit zijn loopbaan: de boycot van de Spelen van 1956 . Sterfdag Morgen is het 35 jaar geleden dat de zestigvoudig international, Ridder in de Orde van Oranje Nassau en Lid van Verdienste van de KNHB op 80-jarige leeftijd overleed. De Waal heeft ‘ontzaglijk veel bijgedragen tot het mooie succes van de Nederlandse hockeyers en de bijzondere reputatie de Oranje-ploeg in geheel Europa verworven heeft’, schreef Sport in Beeld in 1940 vlak nadat De Waal een punt had gezet achter zijn loopbaan als international. Rein de Waal, staand links, met de teammascotte in de hand tijdens de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam. Als speler ‘De Waal is de grote tacticus en de technisch doorgewinterde full back. Zijn slag is soepel door het geacheveerde polswerk, en zijn opstellen is zo geraffineerd dat hij altijd net toevallig daar staat waar de bal komt. (…) ook als aanvoerder mist hij zijn gelijke. Hij is een kenner van ’t spel als nauwelijks een tweede, er gaat van zijn spel en van zijn leiding van de ploeg een geduchte kracht uit.’ De Waal groeide in die tijd uit tot een landelijke bekendheid. In 1928 bleek uit een enquête dat hij bij de top tien meest geziene sportfiguren van Nederland behoorde en in 1951 werd hij uitgeroepen tot de bekendste hockeyer van het land. Bekendheid De roem van De Waal in Nederland werd het best geïllustreerd door De Telegraaf. Het dagblad publiceerde op 13 oktober 1939 een foto van De Waal en zijn vrouw Caroline uit de auto stappend op weg naar de kerkelijke inzegening van hun huwelijk. Tegenwoordig zouden de beelden van de bruiloft van een bekende sporter zeker RTL Boulevard hebben gehaald. In die dagen was zulke aandacht een zeldzaamheid in de media. Reindert Berend Jan ‘Rein’ de Waal kwam op 24 november 1904 in Amsterdam ter wereld. Hij voetbalde bij AFC, maar koos voor de hockeysport na enthousiaste verhalen van een kennis, die in Engeland de sport had gezien. De Waal ging spelen voor Amsterdam. Daarnaast was hij ook actief als cricketer. Bij het Amsterdamse VRA schopte De Waal het ook tot aanvoerder en werd hij in 1937 landkampioen. Successen De meeste successen boekte De Waal toch op het hockeyveld. In de jaren twintig en dertig veroverde de rechtsachter met zijn club Amsterdam negen landstitels, een record dat door Teun de Nooijer in 2010 werd geëvenaard. Bij vier van die titels vervulde De Waal ook de rol van coach. Rein de Waal als bondscoach van de Oranje Heren. Foto: Hockey Sport Nationaal behoorde De Waal tot de top, maar op een internationaal podium kon hij zich niet meten met anderen. In Nederland golden namelijk andere spelregels dan in de rest van de wereld. Op de Nederlandse velden werd gespeeld met de zogenoemde sinaasappelbal , omdat spelen met de kleinere harde bal te gevaarlijk werd geacht. Bovendien was er geen slagcirkel en had de stick twee platte kanten. Strijd om regels Door een verschil in reglementen waren wedstrijden tegen andere landen onmogelijk. De Nederlandse hockeysport bevond zich zodoende in een isolement, maar met de Olympische Spelen in Amsterdam in 1928 in aantocht werd de roep steeds luider om over te stappen naar de Engelse, internationale, regels. Zo’n overstap was gemakkelijker gezegd dan gedaan. De voor- en tegenstanders van stonden jarenlang lijnrecht tegenover elkaar. De Waal was een voorvechter van de internationale regels en zorgde ervoor dat die stroming uiteindelijk als winnaar uit de strijd kwam. Vanaf het seizoen 1926-1927 golden er ook in ons land de internationale hockeyregels. In Oranje De Waal werd daarna snel geselecteerd voor Oranje. Op 6 november 1927 debuteerde hij in het duel tegen Duitsland (0-3). De Waal groeide als rechtsachter uit tot een vaste waarde in het Nederlands team. Na drie interlands werd hij al verkozen tot aanvoerder. In 1938 scoorde de verdediger tegen de Duitsers uit een strafbully zijn enige interlanddoelpunt. Rein de Waal leidt de Oranje Heren het Olympisch Stadion van Amsterdam binnen. Toen De Waal op 5 mei 1940, tien dagen voordat Duitsland ons land binnen zou vallen, zijn zestigste en laatste interland in en tegen België (3-4) speelde, werd hij daarmee houder van het wereldrecord. Geen enkele hockeyer was vaker voor het nationale team uitgekomen dan De Waal. Van alle interlands die de Oranje Heren tot dan toe hadden gespeeld, had hij er slechts tien gemist. Olympische Spelen ‘Het begon niet alleen met Duitsers, het eindigde er dus eigenlijk ook mee’, vatte De Waal in 1954 in De Telegraaf kort en simpel zijn interlandcarrière samen, waarin zonder meer de Olympische Spelen in 1928 en 1936 de absolute hoogtepunten waren. In 1928, het eerste internationale toernooi voor de Oranje Heren, bereikte Nederland tot verrassing de finale door in de poulefase het sterker geachte Duitsland achter zich te laten. In de strijd om de gouden medaille was Brits-Indië met 3-0 te sterk. Na afloop van het duel namen de Indiërs De Waal op de schouders. Vlaggendrager Vier jaar later ontbrak Oranje op de Spelen in Los Angeles vanwege onvoldoende financiën, maar in 1936 was het Nederlands elftal weer van de partij. In Berlijn voerde De Waal als eerste hockeyer de olympische ploeg aan als vlaggendrager. De Oranje Heren veroverden een bronzen medaille. Na zijn actieve carrière begon hij in 1940 met mede hockeyer Wim van Erven Dorens de verzekeringsmaatschappij Dorens en De Waal Assurantiën. In 2015 vierde het bedrijf, inmiddels DDW Group, zijn 75-jarige bestaan en staat kleinzoon Fabrice aan het hoofd. Naar Helsinki Ondanks zijn drukke werkzaamheden bleef De Waal het Nederlands elftal volgen. Op eigen gelegenheid reisde hij in 1952 naar Helsinki. Op verzoek van de bond hield hij een oogje in het zeil. Het vertrouwen was niet groot. Het team was al aan de oude kant en incasseerde veel tegendoelpunten. Met het tactisch vernuft van De Waal en diens leiderschapskwaliteiten pakten de Oranje Heren opnieuw een zilveren medaille. Foto: Hockey Sport Daarna werd De Waal officieel aangesteld als bondscoach en hij had snode plannen met Oranje. In 1956 wilde hij in het Australische Melbourne een greep naar de olympische titel doen. De Waal koos voor een grondige voorbereiding. De internationals scheidden zich met instemming van de bond af van hun clubs en de staf werd uitgebreid met een looptrainer, masseur en assistent-trainer. De resultaten waren ook goed. Na Helsinki verloor de ploeg slechts vier van de 28 duels. Deceptie De ploeg leek klaar voor een greep naar de macht, maar het Nederlands Olympisch Comité besloot anders. De Russische inval in Hongarije was voor het NOC de reden om de Spelen in Australië te boycotten. De Waal probeerde tevergeefs de bestuurders nog op andere gedachten te brengen. Geen Spelen. Geen goud. Niet veel later legde De Waal zijn functie neer. De ontgoocheling was zo groot, dat hij zich zelden meer liet zien op het hockeyveld. Het bericht Rein de Waal vooroorlogs boegbeeld van Oranje verscheen eerst op Hockey.nl .

Lees het hele bericht op Hockey.nl

Deel dit artikel met anderen

Quiz Time! Noem alle 52 speelsters onder Alyson Annan

Nederlands Elftal

27/05/2020

De Oranje Dames staan al sinds december 2015 onder leiding van bondscoach Alyson Annan. In die periode, waarin het team 116 interlands speelde en zes hoofdprijzen veroverde, hebben heel wat speelsters het Oranje-shirt gedragen. In een nieuwe quiz op hockey.nl hebben we een uitdaging voor je: we zijn op zoek naar alle 52 speelsters (inclusief keepers) die minstens één interland speelden onder leiding van Annan. Je krijgt tien minuten de tijd om de namen in te voeren in het invulveld. Uiteraard is het verleidelijk om Google of de interlanddatabase van de KNHB te raadplegen, maar het is leuker om je parate kennis te testen en een beroep te doen op je eigen interne geheugen. Uitleg bij de quiz In de kolom Duels/goals  zie je het aantal gespeelde wedstrijden met bijbehorend aantal goals van die betreffende speelster in het Oranje van bondscoach Alyson Annan, dus gerekend vanaf december 2015. Die cijfers kunnen je op het spoor van de juiste international zetten. Zodra je op PLAY hebt geklikt kun je in het invulveld de voor- en achternaam van een speelster invoeren, maar alleen de achternaam is ook voldoende. Uiteraard wel correct gespeld. Succes met het spelen van de quiz! Tip: als de quiz op jouw telefoon niet goed werkt, klik dan op deze link . De quiz opent dan in een browser. Het bericht Quiz Time! Noem alle 52 speelsters onder Alyson Annan verscheen eerst op Hockey.nl .

Lees het hele bericht op Hockey.nl

Deel dit artikel met anderen

92 jaar geleden: olympische finale belangrijke mijlpaal voor Nederland

Nederlands Elftal

26/05/2020

Het is vandaag 92 jaar geleden dat de Oranje Heren in Amsterdam olympisch zilver pakten. De finale in het Olympisch Stadion ging op 26 mei 1928 met 3-0 verloren tegen het oppermachtige Brits-Indië. De Spelen in eigen land waren een belangrijke mijlpaal in de Nederlandse hockeygeschiedenis. Na jaren van isolement presenteerde Nederland zich voor het eerst aan de internationale hockeywereld en zorgde de tweede plaats ervoor dat de populariteit van de sport in ons land toenam. ‘Zelfs de stoutmoedigste optimist zal niet een dergelijk succes voor ’t hockeytoernooi gedroomd hebben!’, schreef sportweekblad Sportkroniek in een terugblik op het zilveren succes van de Oranje Heren. Gloriedag Onduidelijk is hoeveel toeschouwers nu precies getuige zijn geweest van ‘de mooie en spannende finale’ die door het weekblad werd bestempeld tot ‘een gloriedag voor de Nederlandse sport, voor de Olympische Spelen in ’t bijzonder, maar bovenal voor de hockeysport’. In de media liepen de cijfers uiteen van 25.000 tot 40.000 toeschouwers. Volgens het officiële gedenkboek van de negende olympiade in Amsterdam bevolkten op die zaterdag 26 mei 23.394 betalende toeschouwers het stadion. De zilveren medaille van de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam Toename populariteit Het is een ongekend aantal voor hockey. Normaal gesproken waren zulke hoeveelheden belangstellenden alleen voorbehouden aan voetbalwedstrijden. Dankzij die tien olympische hockeydagen nam de populariteit van de sport enorm toe. In de jaren tot aan de Tweede Wereldoorlog schieten de nieuwe clubs als paddenstoelen uit de grond. Een verviervoudiging constateerde onderzoeksinstituut Huygens ING in die twaalf jaar ten opzichte van de periode vanaf de oprichting van de hockeybond in 1898 tot en met 1927. Hockey leidde in ons land tot 1926 een marginaal bestaan en was daarom onbekend bij het grote publiek. Internationaal speelde Oranje geen rol, omdat er in Nederland met andere speelregels werd gespeeld dan in de rest van de wereld, waar over het algemeen de Engelse regels werd gehanteerd. In Nederland werd met een andere bal gespeeld, de sinaasappel , was er geen slagcirkel en had de stick twee platte kanten. Bovendien werd er in ons land gemengd gehockeyd. Verschillende regels Nadat een uitnodiging voor de Spelen van Antwerpen in 1920 werd afgewezen door de bond, wilde men voorkomen dat Oranje op het eigen olympisch toernooi zou ontbreken. Daarom moest Nederland overstappen op de Engelse regels. Na een experiment waarbij een wedstrijd werd gespeeld met deze regels hakte de hockeybond de knoop door: Nederland ging vanaf het seizoen 1926-1927 ook spelen volgens de internationale reglementen. In de aanloop van de Olympische Spelen van 1928 was de kracht van de Nederlandse ploeg lastig in te schatten. Pas in 1926 debuteerde Oranje op internationaal niveau. Tot aan de Spelen speelde het nationale team slechts negen internationale wedstrijden. Het merendeel tegen België. Ook trof Oranje in die periode Engeland en Duitsland. Van de negen duels werden er vier gewonnen, vier verloren en één gelijkgespeeld. De olympische finale van 1928 in Amsterdam tussen Brits-Indië en Nederland (3-0). Foto: Spaarnestad Archief Deelnemers olympisch toernooi Van die tegenstanders behoorden Duitsland en België ook tot het deelnemersveld van het olympisch hockeytoernooi. In totaal schreven tien landen zich in, maar Tsjechoslowakije trok zich terug, waardoor negen landen over twee groepen werden verdeeld. Nederland trof in de poulefase Frankrijk, Duitsland en Spanje. In de andere poule zaten huizenhoog favoriet Brits-Indië, België, Denemarken, Zwitserland en Oostenrijk. De winnaars van de poule plaatsten zich voor de finale, de nummers twee speelden om het brons. Het Vaderland schreef in een voorbeschouwing: ‘Van Frankrijk en Spanje zal wellicht wel gewonnen kunnen worden en het gaat er dus maar om wat het Nederlands elftal tegen Duitsland zal doen. De Duitsers zelf zijn ook al niet bijster gerust op het resultaat van deze ontmoeting, ondanks het feit dat zij een tweetal goede overwinningen op Nederland hebben behaald. Brits-Indië, dat ons land reeds voldoende bewijzen van zijn superieur spel heeft gegeven, zal zonder moeite de eindstrijd bereiken.’ Uitblinken De kracht van Brits-Indië werd een aantal weken voor de start van het olympisch toernooi duidelijk. In een oefenwedstrijd werd een versterkt Amsterdam met 15-2 verslagen. De ploeg blonk uit in snelheid, samenspel en balbehandeling. Het toegangsbewijs voor het olympisch hockeytoernooi van 1928 met een foto van de Oranje Heren op de Spelen in Amsterdam. De absolute sterspeler was Dhyan Chand, bijgenaamd ‘The Wizard’ en ‘The Magician’. De majoor uit het Brits-Indisch leger beschikte over een uitmuntende balcontrole. De bal leek vastgeplakt aan zijn stick. Bovendien bezat Chand scorend vermogen. In 185 interlands scoorde hij een duizelingwekkend aantal van 570 doelpunten. Grote cijfers Chand was ook in de poulefase van het olympisch toernooi op schot. Liefst dertien keer trof hij doel. Met zevenmijlslaarzen walste Brits-Indië over de tegenstanders heen. Na een 6-0 zege op Oostenrijk werden België (9-0), Denemarken (5-0) en Zwitserland (6-0) met gemak aan de kant geschoven. De finale was bereikt. Tegenstander om de gouden medaille was Nederland, dat het een stuk lastiger had in de andere poule. Na een 5-0 overwinning op Frankrijk bogen de Oranje Heren tegen Duitsland een achterstand om in een 2-1 zege. Hierdoor had Nederland in de laatste wedstrijd tegen Spanje genoeg aan een gelijkspel om het ticket voor de finale veilig te stellen. Gelijkspel tegen Spanje Hoewel de Spanjaarden al twee duels hadden verloren, had Oranje de handen vol aan de Zuid-Europeanen. Nederland kwam op 1-0, maar gaf die voorsprong in de slotfase uit handen. Ondanks ‘angstige ogenblikken bij de vele toeschouwers’, zo schreef Het Vaderland, trok Nederland het gelijkspel over de streep. Opstellingen van Brits-Indië en Nederland voor de olympische finale van 1928 in Amsterdam. Op zaterdag 26 mei 15.45 uur betraden de teams van Nederland en Brits-Indië het Olympisch Stadion voor de eindstrijd om de gouden medaille. Het zelfvertrouwen van de Oranje Heren was gedurende het toernooi gegroeid. Bovendien kampte Brits-Indië met een aantal zieken, onder wie Chand. De sterspeler was niet topfit, maar kon wel spelen. Drie keer Chand Nederland bood Brits-Indië goed partij. Weekblad Sportkroniek zag ‘driekwart van de tijd een gelijk opgaande wedstrijd’. Het was niet voldoende om voor een verrassing te zorgen. De zieke Chand drukte zijn stempel op het duel en leidde met drie doelpunten Brits-Indië eigenhandig naar de olympische titel (3-0), de eerste in een serie van zes op rij en acht in totaal. De nederlaag van de Oranje Heren werd omschreven als eervol. Nederland had de Indiërs ‘op waarlijk schitterende wijze partij gegeven’, schreef Sportkroniek. Het was de kleinste overwinning van Brits-Indië op dit toernooi. Nadat de Indische spelers hun aanvoerder op de schouders hadden genomen, werd ook Oranje-aanvoerder Rein de Waal in de lucht getild. Prachtige propaganda Kortom, de Oranje Heren lieten een goede indruk achter of zoals de Sumatra Post omschreef: ‘Dit succes is een pracht van propaganda geworden voor de hockeysport, die tot voor enige tijd in ons land nog altijd voor velen als een tweederangs sport beschouwd werd.’ Het bericht 92 jaar geleden: olympische finale belangrijke mijlpaal voor Nederland verscheen eerst op Hockey.nl .

Lees het hele bericht op Hockey.nl

Deel dit artikel met anderen

Oranje Franje: de onwennige kennismaking met kunstgras

Nederlands Elftal

23/05/2020

In de rubriek  Oranje Franje  belichten we opvallende en niet-alledaagse gebeurtenissen rond de vele interlands van de beide Oranje-teams. In de zevende aflevering aandacht voor de eerste ervaringen van de Oranje Heren met kunstgras. In de zomer van 1975 beleeft het Nederlandse interlandhockey een primeur van jewelste. In het Canadese Montreal komen de Oranje Heren voor het eerst in aanraking met kunstgras. Nederland is van 19 tot en met 27 juli uitgenodigd om deel te nemen aan een achtlandentoernooi, bedoeld als voorbereiding op de Olympische Spelen van een jaar later. Die Spelen zullen de eerste zijn waarbij niet langer wordt gehockeyd op het vertrouwde natuurgras. Slechte eerste indruk In het oude Percival Molson Stadium van de McGill University krijgt Oranje de kans om vertrouwd te raken aan het nog onbekende speeloppervlak. In Canada noemen ze het Astroturf, gemaakt door het bedrijf Monsanto in het Amerikaanse St. Louis. De kenmerken: een nylonstrook van 500 denier (de eenheid die de dikte van de vezels aangeeft) en een veerkrachtige, synthetische en waterbestendige strook als onderlaag. Het Percival Molson Stadium in Montreal, de plek waar doorgaans American Football wordt gespeeld. Foto: McGill University De eerste indrukken van het stadion met zijn hoge tribunes (74 treden) zijn geweldig. De kunstmat krijgt minder complimenten, zo blijkt bij de eerste training van Oranje in het stadion. Wat de spelers meteen opvalt is dat ze vanaf de rand van het veld de zijlijn aan de overkant niet kunnen zien. Het kunstgras is van de zijkanten naar het midden oplopend neergelegd, waardoor de lengteas van het terrein zo’n 35 (!) centimeter hoger is dan de zijlijnen. Deze bult in het veld is nodig om de waterafvoer te kunnen regelen. Verder heeft de bal een afwijking van een paar meter bij een lange pass over de breedte van het veld. Ook moeten de spelers wennen aan het gedrag van de bal. Die kan wel tot een meter terugstuiteren vanuit de lucht, een volledig nieuwe ervaring. Achtvoudig international Jan Boerma klaagt bovendien over de temperatuur van de bovenlaag van de kunstmat in het snikhete Montreal (35 graden). ‘De hitte trekt helemaal door je schoenen op’. Namens Oranje neemt Ron Steens het vijandelijke doel onder voor in het duel met Argentinië (2-0). Foto: Hockey Sport Minder blessures, meer speeltijd Dat een slechte eerste indruk niet het volledige verhaal vertelt, blijkt al na enkele duels. Oranje raakt snel gewend aan de supersnelle mat en de ervaringen zijn steeds positiever. In een speciaal rapport, gepubliceerd in  Hockey Sport , komt de heer Gerritsen van de Commissie Accommodaties van de KNHB tot enkele opbeurende conclusies: Op een nat veld is het aanzienlijker prettiger spelen dan op een droog veld. Er worden duidelijk minder overtredingen gemaakt. De zuivere speeltijd blijkt met zo’n negen procent te zijn toegenomen in vergelijking met hockey op natuurgras. Blessures komen minder vaak voor. Door de verende mat en de langere speeltijd treden er sneller vermoeidheidsverschijnselen op bij de spelers én scheidsrechters. Enkel- en kniegewrichten lijken zwaarder belast te worden. Schaaf- en brandwonden komen niet vaker voor dan bij hockey op natuurgras. Gerritsen verwoordt in zijn rapport het gevoel van de voltallige Oranje-selectie: de aanvankelijke scepsis over de kunstvezels heeft plaatsgemaakt voor groeiend enthousiasme. ‘Hockey zal op kunstgras tot nog grotere perfectie komen en als kijksport veel aantrekkelijker worden’, aldus het commisielid. Beeld uit de wedstrijd Nederland-Argentinië (2-0). Foto: Hockey Sport Memorable trip voor Kruize Voor Ties Kruize is de eerste kennismaking met hockey op kunstgras ook om een andere reden bijzonder. In de wedstrijd tegen Mexico, die Oranje met 8-0 wint, neemt de dan 22-jarige strafcornergigant vijf van de acht Nederlandse treffers voor zijn rekening. Dat brengt zijn tussenrapport in Oranje op 74 goals in 57 interlands, waarmee hij het aantal doelpunten van zijn vader Roepie (69 goals in 56 interlands) overtreft en de titel topscorer aller tijden van Oranje van hem overneemt. Kruize besluit het toernooi in Montreal uiteindelijk op 78 goals uit zestig duels, op dat moment goed voor een nieuw Europees record. Lees hier de eerdere afleveringen in deze rubriek Bierdrinkende scheidsrechters blunderen erop los Hockeyen in een modderlaag van tien centimeter Dick ‘The Flying Dutchman’ Esser vloog en blonk uit Hoe de FIH de Oranje Dames op gênante wijze liet juichen Gigantisch pak slaag op de eerste wereldreis Paul Litjens: van kilo’s kauwgom naar een Oranje-record Het bericht Oranje Franje: de onwennige kennismaking met kunstgras verscheen eerst op Hockey.nl .

Lees het hele bericht op Hockey.nl

Deel dit artikel met anderen

Sebastiaan Westerhout werd niet de nieuwe rechtsachter van Oranje

Nederlands Elftal

23/05/2020

Het Nederlands elftal is het hoogst haalbare voor een hockeyer. Slechts 866 spelers trokken ooit het shirt van Oranje aan. Voor tachtig van hen bleef het bij die ene keer. Zo ook voor Sebastiaan Westerhout die op 22 maart 2005 in Tilburg debuteerde in het duel met Argentinië. ‘Laatst kwam mijn dochter met een stropdas aanzetten: wat is dit?’ In haar handen had ze een zwarte das met daarop diagonaal een aantal oranje en blauwe biezen met daarin een witte lijn verwerkt. In het midden van de das prijkt een oranje schild met een leeuw. Interlanddas ‘Dat is mijn interlanddas, antwoordde ik’, zegt Sebastiaan Westerhout over het tastbare bewijs dat hij voor het Nederlands hockeyteam heeft gespeeld. ‘Het shirt waarin ik mijn interland speelde, heb ik niet. Die is na de wedstrijd gewoon in de waszak beland.’ Het verhaal van Westerhout in Oranje begint op de zondag van de competitiewedstrijd tussen Bloemendaal en SCHC. Coach Jacques Brinkman van de Bilthovense club nam Westerhout voor aanvang van het duel even apart. ‘Als je goed speelt, heb je kans dat je wordt gebeld door de bondscoach.’ Argentinië Ruim een week later speelden de Oranje Heren tegen Argentinië. Het was de eerste thuiswedstrijd van Roelant Oltmans sinds zijn terugkeer als bondscoach van het Nederlands team. De succescoach nam in 1998 afscheid van de Oranje Heren, maar keerde in 2005 terug aan het roer. Oltmans was naar ’t Kopje afgereisd om te kijken naar de topper tussen de nummer twee en drie. Westerhout gaf die zondagmiddag zijn tegenstander Jamie Dwyer kennelijk goed partij, want ’s avonds werd hij gebeld door Oltmans. Niet alleen Westerhout, maar ook Thomas Boerma van Bloemendaal kreeg zijn eerste uitnodiging voor Oranje. De interlanddas van Sebastiaan Westerhout. Foto: Sebastiaan Westerhout In de gaten gehouden ‘Ik wist wel dat ik in de gaten werd gehouden’, zegt Westerhout. ‘Als je met je team meedoet in de strijd om playoff-plekken en zelf ook goed speelt, dan helpt dat altijd mee.’ Daarnaast, geeft Westerhout toe, kwam er bij de uitnodiging voor Oranje ook een beetje geluk kijken. ‘Sander van der Weide was er niet. Taeke Taekema was in Australië en Teun de Nooijer was net vader geworden dus het was nog maar de vraag of hij mee zou doen. Er was een tekort aan spelers’, lacht Westerhout over zijn selectie. EK in Leipzig Het duel van de Oranje Heren met Argentinië gold als een oefenwedstrijd in aanloop naar het EK in Leipzig, dat in augustus begon. ‘Het was een soort stage van drie dagen’, herinnert Westerhout zich de voorbereiding op het duel. ‘Het was spannend, want zou ik mogen spelen? Twee, drie uur voor de wedstrijd kreeg ik inderdaad te horen dat ik zou spelen.’ Het duel in Tilburg werd goed bezocht, herinnert Westerhout zich. ‘Het was volle bak. Er waren tribunes neergezet en tentjes waar je kon eten en drinken. Dat was wel mooi. Ik had ook kunnen debuteren ergens in China met vijf man op de tribune.’ Ik had niet verwacht dat ik zou starten Sebastiaan Westerhout over zijn debuut in Oranje tegen Argentinië ‘Ik was hartstikke zenuwachtig’, gaat Westerhout verder. ‘Ik had niet verwacht dat ik zou starten. De gedachte: ‘ik ga straks mijn debuut maken’ ging door mijn hoofd, maar nadat ik de eerste bal had geraakt was dat gevoel wel weg.’ Hockey Magazine maakt melding van het debuut van Sebastiaan Westerhout in Oranje. Westerhout speelde bijna de hele wedstrijd tegen Argentijnen, maar niet op de positie die hij gewend was bij zijn club SCHC. ‘Ik stond rechtsachter, terwijl ik bij Stichtsche op het middenveld speelde. Ik had mezelf ingeprent niet te veel risico te nemen. Ik heb best op safe gespeeld. Je bent toch bang om fouten te maken. Ik heb ook niet echt genoten. Er waren wel momenten dat ik even om me heen heb gekeken naar de volle tribunes, maar de pure ontspanning was er niet.’ Assist Nederland versloeg Argentinië met duidelijke cijfers: 4-1. ‘Ik had ook nog een soort van assist. Ik kwam over rechts op en sloeg de bal de cirkel in die door Brouwer (Matthijs, red.) in het doel werd getikt. Ik weet niet of het zuivere assist was, maar ik had wel een aandeel in het doelpunt.’ Na de wedstrijd trainde Westerhout nog mee met de Oranje Heren, maar toen de selectie voor het EK bekend werd gemaakt zat hij er niet bij. ‘Toen hield het ook beetje op’, zegt Westerhout, die besefte dat als hij terug wilde keren in Oranje hij zich zou moeten richten op de positie van rechtsachter. Sebastiaan Westerhout in actie voor SCHC. Foto: KNHB Lastig ‘Ik zou dan ook bij Stichtsche op die positie moeten gaan spelen’, legt de middenvelder uit. ‘In Oranje was ik op het middenveld kansloos. Dat stond redelijk vol met Teun de Nooijer, Jeroen Delmée, Floris Evers, Timme Hoyng en Laurence Docherty. En, op rechtsachter in Oranje stond Sander van der Weide en die was ook nog niet van plan om te stoppen.’ Westerhout: ‘Ga ik echt alles opzij zetten om dan vervolgens te horen dat ik alsnog af zou vallen? Ik had ook geen zin om een pion te zijn tijdens de training. Bovendien wilde ik bij Stichtsche geen rechtsachter spelen. Spijt? Nee, ik geen spijt van die beslissing.’ Die ene wedstrijd vergeet je nooit meer. Sebastiaan Westerhout over zijn enige interland in Oranje Dus blijft het voor Westerhout bij die ene interland drie dagen voor zijn 25ste verjaardag. ‘Natuurlijk had ik liever vijftig interlands gespeeld. Een interland staat zo aandoenlijk, maar het is wel mooi om international geweest te zijn. Die ene wedstrijd vergeet je nooit meer.’ ‘Ik schreeuw het niet van de daken, maar soms zeg ik weleens als grap: ik ben ex-international. Dan vragen de mensen hoeveel interlands ik heb gespeeld. Ik zeg dan eentje, maar ik ben wel ongeslagen’, lacht Westerhout. Sebastiaan Westerhout is eigenaar van SW Consultancy. Met zijn bedrijf geeft hij advies op het gebied van onder meer sponsoring en projectmanagement. Daarnaast is hij bestuurslid sponsoring bij SCHC. Bij de Bilthovense club werd hij 2011 benoemd tot lid van verdienste. Het bericht Sebastiaan Westerhout werd niet de nieuwe rechtsachter van Oranje verscheen eerst op Hockey.nl .

Lees het hele bericht op Hockey.nl

Deel dit artikel met anderen

Alleen twee cornerkanjers van weleer scoren meer dan Matla

Nederlands Elftal

21/05/2020

Het duurt nog even voordat we de nationale teams weer in actie zullen zien in een officiële interland. Als het zover is, dan kan Frédérique Matla bij de Oranje Dames verder bouwen aan haar indrukwekkende staat van dienst, nu al een van de meest indrukwekkende in de Oranje-historie. Op 11 juni aanstaande is het drie jaar geleden dat de 23-jarige Matla haar debuut maakte in het Nederlands elftal. Inclusief de uitwedstrijd tegen Engeland (2-2) van die dag staan er inmiddels 72 interlands achter haar naam, met 43 doelpunten en veertien assists. Die tussenbalans qua doelpunten is zeldzaam voor een pure aanvaller, zo blijkt na een uitgebreide duik in de interlanddatabase van de KNHB. Van alle speelsters in de Oranje-historie met minstens 72  caps op hun conto waren alleen Fieke Boekhorst en Lisanne Lejeune trefzekerder na zoveel wedstrijden. Ergens vrij logisch, want zij waren vanaf het eerste moment in hun Oranje-loopbaan als eerste schutter betrokken bij de strafcorner, nog altijd één van de effectiefste middelen om te scoren in het hockey. Veelal velddoelpunten Hoewel Matla als sleepkanon de laatste jaren een steeds prominentere rol krijgt bij de strafcorner, is haar productie grotendeels tot stand gekomen door doelpunten uit veldspel (37 van de 43). En dus kun je haar als pure aanvaller het beste vergelijken met voormalige topspitsen als Kim Lammers, Kelly Jonker,  Sophie von Weiler en Wietske de Ruiter. Van dat kwartet speelsters kende alleen de oogst van De Ruiter een soortgelijke ontwikkeling als die van Matla nu. Ook zij stond na 72 interlands op 43 treffers, om uiteindelijk uit te komen op 97 goals in 135 wedstrijden voor Oranje. Lammers, Jonker en Von Weiler kende een  mindere score na hun eerste 72 interlands. Klik op de afbeelding voor een grotere weergave. Bij de twintig beste schutters ooit De interlandcijfers van Matla zullen zich echt niet blijven ontwikkelen als een grafiek met een recht evenredig verband, maar met een gemiddelde van zo’n zes doelpunten per tien gespeelde interlands mag je best verwachten dat er nog heel wat typische  Matla fistpumps zullen volgen in de komende jaren. Haar huidige moyenne (0,59) heeft haar in nog geen drie jaar tijd al een plek bezorgd in de top20 aller tijden van beste schutters bij de Oranje Dames. En kansen om snel progressie te maken zijn er voldoende, want de drie speelsters boven haar in dat klassement – Fleur van de Kieft, Toos Bax en Naomi van As – zijn al binnen handbereik met respectievelijk 44, 45 en 45 doelpunten. De Ruiter als inspiratiebron Wellicht blijft Wietske de Ruiter voor Matla een mooie inspiratiebron in de jacht op een nog prominentere plek in de Oranje-hockeyhistorie. Met een doelpuntengemiddelde van 0,72 goals per interland heeft zij een zeldzaam goede productie voor een spits. Al kan het nog beter: aanvaller Heleen van Rooy had in de jaren zestig een moyenne van 0,90 (28 goals in 31 interlands) en Wally van Bueren deed het voor de Tweede Wereldoorlog zelfs nog beter met gemiddeld 1,38 goals per duel (18 in 13). Uiteraard speelden zij beduidend minder interlands dan De Ruiter, wat diens prestatie alleen maar knapper maakt. Frédérique Matla, hier tijdens de training van de Oranje Dames van begin mei: al 43 ballen in het mandje voor Oranje. Foto: Willem Vernes Het bericht Alleen twee cornerkanjers van weleer scoren meer dan Matla verscheen eerst op Hockey.nl .

Lees het hele bericht op Hockey.nl

Deel dit artikel met anderen