Categorie: Hoofdklasse

28/02/2013


“Het zijn topspelers die toevallig niet uit Nederland komen”

Rotterdam heeft een rijke geschiedenis aan buitenlandse spelers. Volgens bestuurslid tophockey van de club, Rob Goverts, worden ze niet als buitenlanders gezien. “Het zijn topspelers die toevallig niet uit Nederland komen. Maar bij ons worden ze echte Rotterdammers mede omdat we contracten voor meerdere jaren aanbieden. Zo zijn veel van hen groot fan van Feyenoord.” Sinds 2005, toen Rotterdam voor de tweede keer naar de hoofdklasse promoveerde, zijn er twaalf buitenlanders in de Maasstad actief geweest. Rob Goverts, die zeven jaar geleden begon als bestuurslid tophockey bij de club, zag ze bijna allemaal komen. “Na de promotie wilden we als club een bestendige hoofdklasser worden. We kozen voor tophockey en wilden aansprekend en aanvallend hockey tonen waarop publiek zou afkomen.” Daarvoor moesten nieuwe spelers worden aangetrokken. De geografische ligging was echter een mankement om binnenlandse toppers aan te trekken. “Utrecht en Amsterdam zijn studentensteden waar jongeren naartoe willen.” Daar kwam bij dat Rotterdam geen geschiedenis als topclub had. “We kwamen net kijken en hadden geen natuurlijke aantrekkingskracht. Daardoor besloten we meer buitenlandse spelers aan te trekken.” De club stelde een profiel op waaraan de spelers moesten voldoen. “We gingen voor dynamische en aanvallende hockeyers.” Doorstroming In 2007 sloten hoofdklasseclubs een gentleman’s agreement betreffende het aantal buitenlanders in een team. Tweederangs buitenland-se spelers zouden de doorstroming van jong talent in de weg staan en daarom mocht elke club met slechts drie buitenlanders spelen. Rotterdam besloot als enige club om daarmee niet akkoord te gaan. “De discussie is inmiddels achterhaald want er zijn meerdere clubs die met vijf of zes buitenlanders spelen,” reageert Goverts. “Het ligt meer aan de mentaliteit dan aan de buitenlanders dat talenten niet doorstromen. Veel jongens hebben vanaf hun achtste jaar verschrikkelijk veel getraind. Maar om echt de top te bereiken moet je je ook wanneer je achttien bent nog doorontwikkelen.” Dan haken volgens het bestuurslid tophockey veel jongens af. “De vijver om uit te vissen is daardoor klein.” Volgens Goverts is er bij Rotterdam nooit sprake geweest van tweederangs buitenlandse spelers. Mark Knowles is volgens Goverts de ‘grootste’ buitenlander in de Rotterdamse geschiedenis. “Qua hockey en als mens heb ik hem hoog staan. Hij stelt zich bescheiden op voor iemand met een dergelijk palmares. Door teamgenoten wordt hij op handen gedragen mede omdat hij andere spelers beter laat spelen.” Nationale teams Volgens Goverts kleeft één groot nadeel aan het spelen met buitenlanders. “We hebben vaak last gehad van verplichtingen bij nationale teams. Buitenlandse bonden kunnen spelers elk moment opeisen en dan hebben wij ze vrij te geven. Dat heeft de competitie vaak beïnvloed. Zo hadden we afgelopen seizoen een grotere kans gehad op het landskampioenschap als de Nieuw-Zeelanders niet, tegen eerdere afspraken in, tijdens de play-offs terug moesten.  Mede vanwege de internationale agenda zullen volgend seizoen minder buitenlanders voor Rotterdam spelen. Mark Knowles en Simon Child zullen volgend jaar niet meer voor de club uit de Maasstad uitkomen. De club is bezig om het gemis van Knowles en Child op te vullen. “Nederlandse topspelers en talenten uit eigen jeugd hebben onze voorkeur,” aldus Goverts. “Rotterdam heeft zich nu gevestigd als topclub en daardoor zijn we voor Nederlandse spelers interessant geworden dan 2005.”  

Lees het hele bericht op HoofdklasseHockey.nl

Deel dit artikel met anderen
Gerelateerde artikelen:
  • Teer: “Ik kan me niet voorstellen dat er geen landen bij ons komen trainen”
  • Rotterdam verlengt contract met Jeroen Hertzberger
  • Campbell: ‘Op Den Bosch hoef ik even niet te komen’
  • Rotterdammers mogen naar India League
  • De Vos: “Je moet niet vergeten waar wij vandaan komen”
  • Reageer op dit bericht