Categorie: Hoofdklasse

26/02/2013


Scheve verhouding

De bekentenis van voormalig hockeyinternational Jesse Mahieu over zijn cocaïne- en MDMA-gebruik tijdens een feestje is verweven met emoties, excuses en goede bedoelingen. Een willekeurige topwielrenner krijgt er echter een heel vreemd onderbuikgevoel van. De ene na de andere renner hangt zelfs voor misstappen van meer dan vijf jaar geleden, laat staan voor huidig dopinggebruik. De hockeybond KNHB daarentegen houdt al vier maanden de kaken stijf op elkaar als een toonaangevende hockeyer gepakt wordt. Hoe scheef zijn de verhoudingen. De hockeybond is niet zomaar een bond. Het is een invloedrijk bolwerk, dat al veertig jaar bestuursleden aan sportkoepel NOC*NSF levert. KNHB-voorzitter Koos Idenburg werd eind jaren zeventig NOC-voorzitter, diens opvolger Wim Cornelis was in de jaren tachtig bestuurslid bij NOC. Tegenwoordig leunt Papendal op de kennis van voorzitter André Bolhuis en de oud-hockeybondscoaches Maurits Hendriks (tegenwoordig technisch directeur NOC*NSF) en Roelant Oltmans (aftredend prestatiemanager). Door bestuurders van andere bonden wordt er wel eens snerend over de ’hockeymaffia’ op Papendal gesproken. Dat heeft vooral te maken met de hautaine wijze waarop de bond zich manifesteert. De interne borstklopperij vloeit voort uit de vele medailles op internationale titeltoernooien en de wachtlijsten in het hele land voor nieuwe leden. Nu blijkt dus dat het gepredikte professionalisme vooral aan de voorkant in de etalage wordt gepresenteerd. Maar hoe waardeloos is het gesteld met de dopingethiek binnen de hockeybond. Met de zaak-Jesse Mahieu komt dat schrijnend aan het licht. Daar waar in de Nederlandse wielrennerij vorig jaar 320 controles werden uitgevoerd, kregen ruim 200 hoofdklassehockeyers en nog eens zoveel collega’s een niveautje lager met slechts 62 dopingcontroles te maken. Daarvan niet één out-ofcompetition. De pakkans in het hockey is dus nihil. Alleen een SCHC-speler kreeg ook drie maanden schorsing aan zijn broek voor het gebruik van cannabis. Tot de dag van vandaag is ook dat geval niet naar buiten gebracht door de bond. De KNHB verschuilt zich achter haar eigen statuten en spreekt van de beste bedoelingen. Hockeyers moeten de gelegenheid krijgen zelf naar buiten te treden met hun zonde. Dat willen wielrenners ook wel. En wat zouden ze graag strafvermindering krijgen, zoals Mahieu kreeg na zijn emotionele betoog. Maar die kans krijgen ze niet. Als de hockeybond zo graag een modelbond wil zijn, zal het razendsnel de statuten moeten aanpassen betreffende het dopingreglement. Dit geldt overigens niet alleen voor de hockeybond. Directeur Herman Ram van de Dopingautoriteit Nederland beroept zich erop, dat hij met 73 bonden samenwerkt, die allemaal eigen regels hebben rondom doping. Daarom veroordeelt hij de hockeybond ook niet. Maar dat geeft de bijsmaak dat de verstrengeling van de dopingautoriteit met de sportbonden te groot is. Ram is lyrisch over het zelfreinigende vermogen van de wielersport, hij zou op z’n minst kritisch mogen zijn richting de KNHB en de wijze waarop met het dopinggeval Mahieu is omgesprongen.  

Lees het hele bericht op HoofdklasseHockey.nl

Deel dit artikel met anderen
Gerelateerde artikelen:
  • Jesse Mahieu: “We hebben advocaten in de arm genomen”
  • Jesse Mahieu betrapt op doping
  • Pinoké-captain Mahieu: “Het is gewoon irritant”
  • Mahieu: “Daar kan ik eigenlijk bijna niet mee leven”
  • Jesse Mahieu nieuwe hoofdredacteur HKH.nl
  • Reageer op dit bericht