Categorie: Nederlands Elftal

02/08/2012


Bos: ‘Ik liep door het hek, het team bleef achter’

Precies een week geleden sloeg het noodlot toe voor Willemijn Bos. De 24-jarige centrale verdediger van Laren en Oranje scheurde in de slotfase van het allerlaatste preolympische oefenduel haar voorste kruisband. En daardoor waren haar Olympische Spelen een dag voor de openingsceremonie al voorbij.   Gek worden ‘Op zich gaat het wel oké’, steekt de pechvogel monter van wal. ‘Ik probeer veel dingen te doen. Bezig te zijn. Ik mag lopen zonder krukken en help mijn ouders een beetje met het inpakken voor hun verhuizing. Ik hoef niet alleen maar te rusten op de bank met mijn been omhoog. Ik zou gek worden als ik de hele dag stil zou moeten zitten.’   Hoe anders zag de wereld van Bos er acht dagen geleden uit. De voorstopper groeide in de vorige zomer uit tot een basiskracht bij Oranje. Een zekerheidje in de selectie voor Londen, daar was iedereen in Holland Hockeyland het roerend over eens. Maar tijdens een onschuldig oefenpotje tegen de Verenigde Staten ging het voor Bos gruwelijk mis.   Knappen en kraken ‘Een van de Amerikaanse spitsen kreeg de bal’, haalt Bos het moment des onheils terug. ‘Ik stond dichtbij haar. Zij draaide naar haar backhand, terwijl ik de bal weg wilde tikken. Een actie die ik heel vaak maak. Niets ongewoons aan. Zij raakte uit balans. Hoe dat kwam? Geen idee. Ik weet alleen dat ze met haar volle gewicht op mijn knie viel. En dat ik kort daarna alles hoorde knappen en kraken.’   De beelden die daarop volgden zijn de afgelopen dagen meerdere malen vertoond op tv: een strompelende, geëmotioneerde Bos, die door fysio Johannes Veen buiten het veld wordt geholpen. ‘Ik had heel veel pijn. En natuurlijk schrok ik enorm door dat gekraak. Maar daarna kon ik wel weer wat lopen. Ik zakte een paar keer door mijn knie, maar heel erg dik werd het niet. Misschien was het alleen maar een verrekking, hoopte ik. Dat ik met een tape eromheen gewoon weer kon rennen. Ik wilde op dat moment ook niet geloven dat er iets heel erg mis was. Dat kan toch niet, dacht ik?’   Flink gejankt ‘Met onze teamarts Conny van Bentum, Cees Rein van den Hoogeband en Peter Vergouwen (allebei arts bij de olympische equipe, red.) ben ik naar de polikliniek in het olympisch dorp gegaan voor een MRI-scan. Daar kreeg ik te horen dat mijn kruisband zo goed als afgescheurd was. Einde toernooi. Die boodschap voelde als een klap in mijn gezicht. Ik heb daar flink gejankt. Dat zoiets je gebeurt, dat verzin je niet. Ik kon het niet bevatten.’   ‘Toen ik terug bij het team kwam, was iedereen heel lief voor me. De meiden moesten ook huilen, allemaal. Vrijdag was ik nog in het olympisch dorp, veel heb ik niet gedaan. Mijn tas gepakt, wat souvenirs gekocht en met de groep geluncht. En tussendoor nog even op de foto gegaan met Usain Bolt. Naast het moment waarop mijn blessure werd vastgesteld, vond ik het weggaan uit het olympisch dorp het aller-moeilijkst. Afscheid nemen van het team, langs de security en door het hek naar buiten. Ik brak, had het heel erg moeilijk. Ik stapte in de taxi naar het vliegveld. En het team bleef achter.’    Waarom? Luttele uren later was Bos thuis bij haar ouders, in het Drentse Eelde. ‘Daar heb ik nog een stukje van de openingsceremonie gezien. Ach, die hadden we sowieso niet meegelopen met het team. In dat soort dingen ben ik behoorlijk nuchter. Het idee dat het hockeytoernooi zonder jou begint is wel bizar. Maar dat gevoel kwam zondag pas.’   Op die dag kwam Oranje voor het eerst in actie. ‘Waarom sta ik daar niet? Wat doe ik hier op de bank?, vroeg ik me af. Ik wilde op dat moment helemaal niet thuis zijn. Ja, er waren tranen. Ik was er zo graag bijgeweest. En ik vond het heel raar om iedereen daar te zien staan. Ik was verdrietig, misschien ook een beetje boos. Boos op de situatie. Waarom liet ik dat Amerikaanse meisje niet gewoon schieten?’   T  erug n   a  a r Londen  Zondag gaat Bos met haar vriend en familie terug naar Londen. ‘Misschien dat ik alleen op de tribune blijf zitten, naar het team ga zwaaien. Ik weet niet of ik de meiden nog spreek. Of dat op dit moment goed is. Misschien wordt het lastig, maar ik wil nog wel naar Londen toe. De pijn slijt een beetje. Langzaam, al vind ik het soms moeilijk om erover te praten.’   ‘Met de orthopeed heb ik een programma opgesteld om zo sterk mogelijk mijn operatie tegemoet te gaan. Ik heb dus weer een doel. Dat helpt wel. In de tweede week van september moet ik onder het mes. Daarna duurt het herstel zes tot negen maanden. Ja, daar zie ik wel tegenop. Natuurlijk. Dit was niet de bedoeling. En dat is nog zacht uitgedrukt.’ (@ReemtBorcherts)   Foto: ANP

Lees het hele bericht op Hockey.nl

Deel dit artikel met anderen
Gerelateerde artikelen:
  • Derkx: ‘Het liep vandaag eigenlijk voor geen meter’
  • Van Soest: “Ik liep al een tijdje op mijn tenen bij Janneke”
  • Hentenaar: “Ik sta nog steeds achter mijn beslissing”
  • CT – Paul van Ass: ‘Australië is team to beat’
  • Voordaan-speler Meulenbroek geeft credits aan team
  • Reageer op dit bericht