Categorie: Nederlands Elftal

19/06/2019


Hockeymonoloog Matla: Van huilbuien tot onverstoorbare wereldtop

In de serie ‘De liefde voor hockey’ praten hockeyers uitgebreid over hun carrière en de liefde voor het spel. Vandaag international Frédérique Matla (22), het fenomeen in de aanval bij Den Bosch en Oranje. Het perfectionistische supertalent scoorde 35 doelpunten in 56 interlands , oogt ongenaakbaar, maar had veel mentale begeleiding om zo ver te komen.  ‘Mijn moeder heeft bij KZ in de Hoofdklasse gespeeld. Mijn vader heeft nog hoofdklasse gevoetbald bij Huizen. En mijn oma heeft één hockeyinterland achter haar naam staan. Ik kom dus uit een topsportgezin. De liefde voor het hockey begon voor mij bij HOD in Valkenswaard. Wij woonden twee minuten van de hockeyclub af en ik was daar elke dag met mijn hockeystickje. De coach liet me overal meetrainen. Dan speelde ik in meisjes D1 en trainde ik mee met meisjes A1. Ik vond het alleen maar leuk, ik wilde zoveel mogelijk hockeyen. Ik deed met elk team mee bij HOD en mocht op m’n veertiende mijn debuut maken bij Dames 1. Het seizoen daarna hockeyde ik bij Den Bosch MA1’ Lidewij Welten als rode draad door de carrière ‘Toen Lidewij (Welten, ook afkomstig van HOD, red.) mij als eerste polste om van HOD naar Den Bosch over te stappen, zei ze nog dat ik me bij die beslissing ook moest bedenken dat er momenten zouden komen waarop ik eens een keer geen zin zou hebben om te trainen. Ik kon me dat toen niet voorstellen, maar Lidewij had gelijk. Ik leef voor de wedstrijden, ben geen trainingsbeest. Maar de liefde voor het hockey is op HOD ontstaan, toen ik alleen maar altijd wilde spelen.’ ‘Ik heb altijd talent gehad. Als het écht spannend werd zeiden ze in de D’tjes al: ga maar gewoon rennen en scoren. Wat dat betreft is er weinig veranderd. Ik was altijd wel technisch en hield van dribbelen. Ik was zelf niet zo bezig met een hoger doel, als talentje. Toen ik de DOD speelde met Zuid-Nederland, kwam mijn trainer van HOD in de rust naar me toe om te zeggen dat ik toch wel eens een actie moest maken. Dat ik te veel aan het huppelen was. Dus maakte ik maar een actie en gaf ik een assist. Na die DOD mocht ik naar Nederlands B. Dan merk je pas voor het eerst dat je misschien wel goed bezig bent. Ik kan me echt niet herinneren dat ik er echt mee bezig was. Ik wilde gewoon met het balletje rennen. En ik had met Lidewij – vroeger mijn oppas – bij ons in de tuin de afspraak gemaakt dat we samen ooit in het Nederlands elftal zouden spelen.’ Lidewij Welten (en Juliette Hentenaar) met rechtsonder Matla. Veel huilbuien vanwege perfectionisme ‘Bij HOD was ik vervroegd doorgestroomd naar Meisjes B1 en toen ik naar Den Bosch ging, kwam ik meteen in Meisjes A1. Dat was voor mij een hele grote stap, van veilig en vrij huppelen bij HOD, waar ik eigenlijk altijd de beste was en de prestatie minder belangrijk, naar de topsportmentaliteit en competitie bij Den Bosch. Bij Oranje was dit nog erger. Dat is niet altijd even makkelijk en dan is het keihard werken, als je de beste wilt zijn. Mentaal was ik echt niet goed. Ik heb zoveel aan Raoul (Ehren, coach Den Bosch, red.) en Maartje (Paumen, voormalig teamgenoot, red.) te danken. Maar ook aan de mental coach van Den Bosch en de sportpsycholoog in Eindhoven. Het heeft allemaal ergens geholpen. Uiteindelijk hebben Raoul en Maartje zoveel in mij geïnvesteerd, om mij echt te leren kennen en te kunnen raken. Dat heeft het grootste verschil gemaakt. Nog steeds ben ik zelf mijn grootste criticus, maar nu kan ik de slechtste wedstrijd ooit spelen en daarna toch nog gewoon voor de camera verschijnen, ook al is het als een boer met kiespijn.’ ‘Met hockey ga ik tegenwoordig voor de 9,5. Want een tien is niet haalbaar. In mijn eerste jaren bij Den Bosch kon je me opvegen, als ik al twee fouten had gemaakt. Want dan zou ik die tien dus niet halen. Ik legde mijn eigen lat zó hoog, stond dan na de wedstrijd uit frustratie te janken. In Valencia had ik met Nederlands B mijn eerste toernooi. Ik was gefrustreerd, onzeker, ongelukkig met mezelf en mijn spel. We stonden voor het hotel en mijn ouders zeiden: “Als je jezelf niet bij elkaar raapt , ga je  nu mee naar huis, naar Nederland. Je bent onaardig, chagrijnig. Je huilt alleen maar. Je bent een en al ongeluk nu met het hockey. Ga genieten, kijk waar je nu staat .” Maar het was voor mij gewoon nooit goed genoeg. In Nederlands A was Alyson (Annan, red.) mijn coach. Zat ik tijdens de wedstrijd in de dug-out, moest ik huilen vanwege mijn spel. Zei Alyson dat ik maar even een stukje moest gaan wandelen, omdat ze dit er niet bij konden hebben.’ Tsja, ik ben helaas niet de makkelijkste Frédérique Matla ‘Raoul en Maartje vroegen wat ze konden doen om me te helpen. Er waren zoveel wedstrijden dat ik een foutje maakte en dan kon je me opvegen. Raoul heeft alles geprobeerd. Schreeuwen of juist complimenten geven: dat werkte niet. Grapjes maken en kort en rustig iets zeggen en uitleggen werkte al beter. Je moet niet tegen mij gaan schreeuwen, daar wordt het nooit beter van. Dan ga ik alleen maar rustiger aan doen. Gaan mensen nóg meer naar me schreeuwen, ga ik nog meer in de chill-stand en doe ik nóg minder. Gewoon rustig één op één iets zeggen en een grapje maken werkt bij mij. Tsja, ik ben helaas niet de makkelijkste. Soms kun je bij mij ook niet goed zien dat het niet goed gaat. Dan lijk ik onbereikbaar. Dat noem je onverstoorbaar als het lekker gaat. Misschien ben ik soms wel een eilandje, terwijl ik wel bezig ben de verbinding te zoeken. In mijn spel en uitstraling lijkt het wel alsof ik op een eiland zit.’ ‘Op het Jeugd-WK in Chili (2016) wonnen we de halve finale van Spanje, maar had ik geen goede wedstrijd gespeeld. Toen heb ik ook nog zitten janken. Alyson was daar ook, die zei tegen me dat ik met een smile op mijn gezicht mocht lopen. Als me iets dwars zit, vind ik het lastig om dat te uiten. Ik krop het dan op. En dan stroomt opeens de emmer over (Matla werd overigens topscorer van het Jeugd WK met twaalf doelpunten en werd door de Argentijnen de ‘Messi’ van het hockey genoemd, red.). Het WK in Londen was de laatste keer dat ik heb gehuild, omdat ik slecht had gespeeld.’ Alyson Annan (Ned) na de kwartfinale tussen Nederland en Engeland (2-0) in het Lee Valley Hockeystadium bij het wereldkampioenschap hockey voor vrouwen. op de achtergrond Jonker, Matla (Ned) en Carlien Dirkse van den Heuvel. Foto: Koen Suyk Geleerd van WK Londen ‘In het Nederlands elftal ben ik tegen een muur aangelopen. In het begin zat ik echt met mezelf in de knoop. Ik was zo onzeker. Dan dacht ik dat anderen naar mij toe zouden komen om me helpen. Ik heb zoveel nagedacht en geworsteld zonder daar iets over te hebben uitgesproken. Ik begon ooit heel lekker in Oranje met al die goals. Iedereen las dat ik veel scoorde. Dan verwachten veel mensen veel van je. Nu pas voel ik me op mijn plek in Oranje, maar dat heeft veel tijd en energie gekost. Pas door het WK in Londen.’ ‘Want ik heb niet mijn beste WK gespeeld. Ik voelde me niet op mijn plek en was vooral onzeker. Ik dacht: mensen zien toch wel dat het niet goed gaat met me, maar waarom zeggen ze niets? Ik voelde me op een eilandje. In aanloop naar de halve finale had ik echt al mijn shoot-outs gemist, op de training, in wedstrijden. Ik dacht: jullie gaan me toch wel inruilen? Zien jullie dan niet dat het niet lekker gaat? Of gaat iemand me vertellen dat het goed komt als ik een shoot-out neem? Dat gevoel had ik de hele tijd. Help me! Ik had zo weinig vertrouwen in mezelf en ik wilde niet met mijn problemen naar anderen lopen. Ik heb het er later met Alyson over gehad. Het komt erop neer dat ik zelf aan de bel kan trekken. Dat durfde ik toen nog niet, ik was op het WK ook de jongste. Toen ik de shoot-outs tussen Australië en Argentinië had gezien, dacht ik overigens: dat moet mij ook lukken (Matla scoorde haar shoot-out tegen Australië overtuigend, met een harde backhand, waarna Welten daarna de winnende maakte, red.).’ Aanvoelen wat je dwars zit, hoe doe je dat? Frédérique Matla ‘Tijdens het WK heb ik op hockey.nl alle reacties gelezen over mijn spel. Deze waren vaak positief, maar er waren ook reacties dat ik  niet fit oogde, slecht was. Dat haalde ik er uit en dat raakte me wel. Ik heb vaker gehuild tijdens dat WK. Maar je cijfert jezelf weg voor het team en we zijn wereldkampioen geworden, dus het doel was bereikt.’ ‘Aanvoelen wat je dwars zit, hoe doe je dat? Daar heb ik het ook over gehad met de psycholoog van Oranje. Hoe kan ik dat stukje aanpakken? Aan de ene kant ben ik heel rationeel en ben ik geen gevoelsmens. Ik probeer alles te rationaliseren en mijn gevoel continu te sturen. Als er iets ergs gebeurt, vraag ik me echt af wat ik moet voelen. Buiten het veld ben ik een denker. Ik overweeg alles, mijn hersenen zijn de hele tijd aan het draaien. Op het veld speel ik op intuïtie.’ ‘Na het WK heb ik uitgebreid met Mijntje Donners (oud-international van Den Bosch, red.) gepraat. Die heeft me verteld dat ik onafhankelijk moest worden van de mening van anderen en meer in mezelf moet geloven. Meer schijt moet hebben aan anderen. Ik moet soms wel naar anderen toelopen, maar niet te afhankelijk zijn. Mijntje vertelde me ook dat je eerste WK nooit je beste toernooi is. Dat heb je maar te accepteren. Je kunt niet meteen voor een 9 spelen. Daar heb ik veel van geleerd. Mijn mooiste toernooien moeten nog komen. Het WK en de lessen daaruit zijn een eye-opener . Daardoor sta ik nu echt anders in het veld.’ Matla laat Belgische speelsters haar hielen zien. Foto: Koen Suyk Hockeymaatje Marijn Veen voelt Matla goed aan ‘De finale van de Jeugd Olympische Spelen in Nanjing (2014) is echt de vetste wedstrijd die ik ooit heb gespeeld. Vier keer twaalf minuten, vijf tegen vijf. Een geweldig spel, met zoveel ruimtes. Je kon van achteren een rush maken en vanaf elke plek in het veld scoren. Na twaalf minuten stonden we 4-0 achter tegen China. Werd het 4-4 en scoorde ik de 4-5, dat was fenomenaal. Werd het toch nog 5-5 en verloren we met shoot-outs. Maar het was zo’n vette wedstrijd, met een stadion vol met thuispubliek. Man, dat was sensatie. Die spanning en sensatie, daar houd ik zó van. Dat Hockey 5’s is nog niet echt doorgebroken, maar het is echt een vet spelletje.’ ‘Marijn (Veen, red.) is nu vaak mijn kamergenootje bij Oranje. Dat was ze ook al bij de Jeugd Olympische Spelen in China. Wij gaan echt goed samen, kunnen alles tegen elkaar zeggen. Dat hoeft niet altijd met praten, ook al kunnen we heel goed serieuze gesprekken hebben. Als ik ergens mee zit, hoef ik haar maar te bellen en dan voel ik me gelijk al beter. Zij begrijpt mij helemaal, dat is heel leuk. Na de Jeugd Olympische Spelen in China hebben we een keer met onze ouders en broers afgesproken. Onze ouders zijn vrienden geworden en onze broers hebben bedacht dat ze hun zusjes bij wilden staan op weg naar de Olympische Spelen. Zij wilden ons helpen buiten het veld, zodat Marijn en ik ons alleen op het hockey konden focussen. Daar is het bedrijf TalentEmpowerment uit ontstaan, dat nu ook veel meer andere talenten helpt, niet alleen hockeyers. Zij regelen van alles voor ons. Ja, ook die mooie auto’s waar  Pien Sanders en ik in rijden.’ Europees kampioen zaalhockey, Matla samen met Marijn Veen in Minsk. Foto: Frank Uijlenbroek/Worldsportpics Van ontspanning naar inspanning ‘Ik ben altijd degene die een voetbal meeneemt naar het veld. Ik geniet altijd van de rondo voor de wedstrijd, ik hou echt van die ontspanning. De wedstrijd begint bij mij niet drie uur voordat we beginnen. Daar is bijvoorbeeld Lieke Hulsen het tegenovergestelde van. Ik kan bij wijze van spreken uitslapen voor een wedstrijd. Lieke staat dan al om zes uur ’s ochtends naast haar bed en zit dan te stuiteren tijdens het ontbijt en vraagt zich af of ik er wel helemaal bij ben met m’n hoofd. Maar ik ben anders. Ik kan ook voor de wedstrijd prima even nog chillen in de dug-out, terwijl zij een partijtje speelt. Als de wedstrijd begint sta ik vanaf de eerste minuut wel echt áán.’ ‘Ik heb echt overal gestaan in het veld. In Nederlands B stond ik rechtsachter en kon ik onze spits Maxime Kerstholt altijd wel vinden met mijn pass. Dat was ons handelsmerk. Bondscoach Kai de Jager zei toen: “Dit is jouw toekomst.â€￾ Maar het is toch de spits geworden. Eigenlijk was ik nooit echt diepe spits, dat is pas bij Oranje gekomen. Bij mijn debuut was Lidewij geblesseerd, toen begon ik als diepe spits, scoorde ik en ben ik daar nooit meer weggegaan. Terwijl ik vroeger meer middenvelder was, zeker bij Den Bosch. Het liefst ben ik een nummer 10, zoals ik dat nu ben bij Den Bosch. Daarom heb ik nu meer doelpunten in de Hoofdklasse gescoord dan de zes seizoenen hiervoor. Echt diep de bal aannemen en weer terug passen, met iemand in mijn rug, vind ik niet lekker. Het spel vóór me is wat bij me past.’ ‘Een paar man dollen met een briljante actie is wat ik wil. Maar er moet wel iets uit de actie komen vind ik. Samen scoren met een combinatie is het allermooiste. Een actie maken en dan iemand voor je inspelen en ook weer terugkrijgen. Ik had het er laatst met Lidewij over. Sommige mensen denken dat wij alleen maar veel acties maken en dat we daarom heel egoïstisch zijn. Maar zo is het totaal niet. Wij zetten die acties in om het team te helpen. Ik ben ook echt wel een teamspeler, ook al stond laatst ergens van niet. Het liefst maak ik de acties zelf af, maar als iemand er beter voorstaat, geef ik ‘m graag af. Mijn backhand is wel een wapen, ik wil gewoon altijd zo hard mogelijk op het goal rammen, in de hoek. Ook slepen vind ik heel leuk. Op m’n vijftiende ging ik al met mijn vader en de hond naar het hockeyveld, dan hingen we de hondenriem in de kruising, zodat ik daar kon mikken met de sleeppush.’ Lidewij Welten en Matla. Nu de dribbelaars van Oranje. Vroeger was Welten de oppas van Matla. Foto: Willem Vernes Matla is altijd in de aandacht ‘Op de een of andere manier ben ik iemand die de aandacht trekt, ook als het niet goed gaat. Dan valt Matla altijd op. Ik heb blijkbaar een bepaalde dominante uitstraling en dat wordt door de fans en de media opgepikt. Maar het is wie ik ben. De vraag bij sport is: voor welke speler koop je nou een kaartje? Nou, ik wil toch wel die speelster zijn voor wie mensen een kaartje kopen. Het is mooi als mensen daar respect voor hebben. Ik ben wie ik ben en ik zal me nooit anders voordoen. Onverstoorbaar en onbereikbaar liggen dicht bij elkaar. Vroeger leek ik onverstoorbaar, maar was ik eigenlijk onbereikbaar. Door de jaren heen heb ik geleerd om bereikbaar te zijn en is onverstoorbaar ook echt onverstoorbaar. Noem het zelfbewust. Ik denk alleen wel dat ik het wel belangrijk vind wat andere mensen van me vinden, hoe stoïcijns ik ook over kom. Ik vond het nu leuk om over mijn carrière en mezelf te vertellen. Ik vind het belangrijk dat mensen me beter en misschien ook anders leren kennen.’ Matla met de sleeppush. Foto: Willem Vernes Lees ook andere hockeymonologen: Carlien Dirkse van den Heuvel: ‘Uit liefde voor het spel naar SCHC gegaan’ Valentin Verga: ‘De bal is als een vrouw’ Margot van Geffen: ‘Ik vond het snel saai met meisjes hockeyen’ Robert Tigges: ‘Iets oudere houten vloeren. Heerlijk.’ Keeper Sam van der Ven: ‘ ‘Keepers zijn perfectionisten’ Het bericht Hockeymonoloog Matla: Van huilbuien tot onverstoorbare wereldtop verscheen eerst op Hockey.nl .

Lees het hele bericht op Hockey.nl

Deel dit artikel met anderen
Gerelateerde artikelen:
  • Hockeymonoloog Matla: Van huilbuien tot onverstoorbare wereldtop
  • Yibbi Jansen: ‘Je hockeyt echt met de wereldtop’
  • Wie heeft Billy Bakker naar de wereldtop gebracht?
  • Hockeymonoloog Sam van der Ven: ‘Keepers zijn perfectionisten’
  • Hockeymonoloog Valentin Verga: ‘De bal is als een vrouw’
  • Reageer op dit bericht