Categorie: Nederlands Elftal

30/11/2018


Max Caldas: ‘Voor mijn gevoel ben ik net begonnen bij Oranje’

Voor Max Caldas is het WK zijn tweede mondiale toernooi als bondscoach van de Oranje Heren. Nadat de Olympische Spelen in Rio op een teleurstelling uitdraaiden, gooide Caldas het roer om. Ook bij zichzelf. Van baas werd hij verbinder. ‘Ik was wie ik dacht dat ik moest zijn, nu ben ik wie ik ben’, zegt de coach in een openhartig gesprek aan de vooravond van het WK. ‘Ik houd van mijn spelers. Je moet van je spelers houden om met ze te kunnen presteren.’ Max Caldas zegt het in Café-Restaurant Dauphine in Amsterdam, ergens halverwege het interview. Het is in het Amsterdamse etablissement kijken en bekeken worden. Bekeken wordt in ieder geval Tristan Algera, de international die afviel voor het WK. Een paar dagen voor vertrek naar India, heeft de bondscoach hier een gesprek met de verdediger van Rotterdam. Een mogelijkheid voor een persoonlijke toelichting op die beslissing was er eerder niet geweest. Daar neemt de bondscoach nu alle tijd voor. Zoals Caldas met alle afvallers een onderhoud had. Met de een langer dan met de ander. Met een enkele speler zelfs meerdere keren. Dat is investeren in de relatie met de spelers. Zelfs met een strakke planning en volle agenda’s. Max Caldas te midden van de spelers tijdens de Champions Trophy in Breda. Foto: Willem Vernes Een investering voor de lange termijn. Algera is straks misschien weer nodig, voor de FIH Pro League, het EK 2019 in België of de Olympische Spelen in 2020. ‘Tot het moment dat we naar India vertrekken, besteden we tijd aan de afvallers’, vertelt Caldas liefdevol. ‘Bellen, koffie met ze drinken. Ik heb dat altijd gedaan, maar nu valt het misschien wel meer op, omdat die jongens ook rond het team blijven hangen. Ze horen er nog bij. Tot we in het vliegtuig stappen, praten we over de Oranje-ploeg. Die telt een man of 28, waarvan er per toernooi achttien meegaan.’ ‘We hebben allemaal zin om elkaar te zien’ De verbondenheid in de Oranje-groep is groot. Afvallers houden via de app soms bijna dagelijks nog contact met de WK-gangers, bezoeken wedstrijden. ‘Bij Oranje heerst een gevoel zoals bij de club’, schetst Caldas. ‘De spelers zijn er niet vanwege het aanzien van de Oranje-jas, maar ze willen erbij zijn. Ook geblesseerde jongens willen niks missen en komen naar de training. We hebben allemaal zin om elkaar te zien.’ Dat geldt ook voor Caldas, die graag tijd doorbrengt met zijn spelers. De liefde voor zijn spelers bleek onder meer onlangs bij het vierlandentoernooi in Valencia. De onfortuinlijke Floris Wortelboer, net hersteld van een armblessure, raakte weer geblesseerd aan die schouder. Geen WK voor de Bloemendaal-verdediger, die door Caldas persoonlijk naar de luchthaven werd gebracht. Na afloop van de interland die volgde, stond een geëmotioneerde Caldas met een brok in de keel de pers te woord. Foto: Koen Suyk Het is Caldas ten voeten uit: betrokken en gepassioneerd. Hij lacht en huilt met zijn spelers. Raakt ze aan. Zoekt de interactie. Een vergelijking met Rio dringt zich op. Toen was er zichtbaar meer afstand tussen coach en hockeyers. Van terugkijken houdt de geboren Argentijn niet zo. Hij wil de lessen van Rio wel toelichten. Ze vormen immers het fundament voor het huidige Oranje. ‘Voor Rio hebben we ervoor gekozen om als staf op afstand te staan. We kozen ervoor dat het technisch, tactisch en conditioneel klopte, maar dat was het. In Rio zijn we op die vlakken ook overeind gebleven. We zijn onderuit gegaan door het ontbreken van het geloof onderling en een hechte relatie met elkaar. Daarvoor ben ik verantwoordelijk geweest.’ Teleurstelling bij Max Caldas en Robbert Kemperman na de verloren halve finale hockey heren België-Nederland (3-1), tijdens de Olympische Spelen. ‘We zijn onderuit gegaan door het ontbreken van het geloof onderling en een hechte relatie met elkaar.’ Foto: Koen Suyk Het Nederlands elftal werd vierde op de Olympische Spelen. Een teleurstelling. Een doffe dreun. In de maanden na het toernooi concludeerde Caldas dat het roer bij Oranje om moest. ‘In Rio was ik wie ik dacht dat ik moest zijn, nu ben ik wie ik ben. Ik begrijp beter wat het team nodig heeft. Ik kan nog steeds op mijn strepen staan. Maar ik ben beter geworden in het luisteren, vragen stellen, delegeren, mensen motiveren. Ik heb geleerd dat de baas zijn niet synoniem staat aan gelijk hebben. Ik zet de mensen waarmee ik werk nu in hun kracht. Ik faciliteer en luister meer dan ooit. Dat is ook waar deze generatie sporters meer behoefte aan heeft. Als coach moet ik me aanpassen naar hun taal. Ik blijf het hoogste nastreven, maar wel op een andere manier.’ We moeten elkaar de waarheid kunnen zeggen en toch goede maten zijn. Niks is bij ons onbespreekbaar Max Caldas Caldas sprak na Rio uitgebreid met de spelers, met de nieuwe staf en andere betrokkenen. ‘Wij concludeerden dat we als ploeg ook een stap moesten maken. We moesten in alle facetten meer een team zijn. De spelers onderling, maar ook de spelers en staf en zelfs de staf met de mensen bij de bond. We moeten een team zijn dat past bij ons land. Wij zijn geen mensen die gemakkelijk luisteren naar anderen. We hebben allemaal onze mening snel klaar, zijn rete-eigenwijs. Wij moesten een modus vinden waarbij we die cocktail van kwaliteiten in ons voordeel gingen gebruiken. We hebben daarom de betrokkenheid van spelers vergroot bij meetings, de voorbereiding, de programmering en de manier van spelen. De dienstbaarheid naar elkaar moet op nummer een staan. We moeten elkaar de waarheid kunnen zeggen en toch goede maten zijn. Niks is bij ons onbespreekbaar. Dat was voorheen wel zo. Die grens had ik gebouwd. Die grens is nu weg. Geloof me: ze kunnen alles met me delen en doen dat ook.’ Max Caldas met Jeroen Hertzberger na afloop van de uitzwaai-interland tegen Ierland. Foto: Willem Vernes De basis van de nieuwe werkwijze werd gelegd op het trainingskamp in Kaapstad, in januari 2017. En kreeg daarna bijna dagelijks een vervolg. Dat is keiharde noodzaak, predikt Caldas. ‘Ik sprak onlangs op een bijeenkomst over teambuilding. Ook daar werd ik weer gevraagd naar mijn truc zodat hun afdeling, hun bedrijf in een keer beter zou gaan draaien. Maar zo werkt het niet. Je kunt niet een avond de kroeg in gaan of een weekend naar de Ardennen en dan verwachten dat plotseling maandag op het werk alles anders is. Teambuilding is gedrag veranderen. Dat is een proces waaraan je elke dag moet werken. Wij zijn hele dagen bezig met het faciliteren van gesprekken. Op het veld, buiten het veld. Wat heb je gezien, hoe sta jij daar tegenover? Dat is waar we tegenwoordig mee bezig zijn naast trainen, fit zijn, sprinten, data analyseren.’ ‘Onderling geloof is groter dan in Rio’ Caldas vindt dat zijn ploeg er beter voor staat dan twee jaar geleden voor de Olympische Spelen. ‘Het is nu én, én. Ik denk dat we het technisch, tactisch en conditioneel goed voor elkaar hebben, maar dat het onderlinge geloof in elkaar groter is. Dat neemt niet weg dat we nog steeds zesde, zevende of achtste kunnen worden. Als we de kwartfinale halen, spelen we waarschijnlijk tegen België of India. Dat zijn tegenstanders waarvan je kunt verliezen. We hebben vrede met het feit dat verliezen erbij hoort. Dat anderen ook goed kunnen hockeyen. Dat bevrijdt ons in onze manier van doen en laten. Als wij goed zijn, hebben we een goede kans om van iedereen te winnen. Voorheen reageerden we, nu gaan we uit van onze eigen spel en onze eigen identiteit. Die nuance lijkt voor de buitenwereld misschien een detail, maar voor ons is het een gigantisch verschil.’ Nederland staat er goed voor in de aanloop naar het WK, maar dat geldt voor meer teams. Misschien is de wereldtop wel nooit zo breed geweest. Is dat niet lastig? Caldas: ‘Ik vind het wel mooi dat er dit toernooi zoveel teams zijn die de beker aan het einde omhoog zouden kunnen houden. Wij kunnen zonder meer een van die teams zijn. Maar wat voor ons lastig is, is ook lastig voor die anderen. Zij zien ons ook als sterke concurrent. Wij zullen vanaf de eerste dag gefocust moeten zijn. Er is geen ruimte om te denken: het toernooi begint pas bij de kwartfinale.’ Nederland wint de Europese titel in Amsterdam. Foto: Willem Vernes Nederland won 20 jaar geleden voor het laatst een grote mondiale titel. Het wordt toch tijd voor nieuw succes? Caldas: ‘Ik vind dat wij met ons land toonaangevend moeten zijn. Wij hebben de meeste clubs, de meeste leden, sponsoren en de rest. Wat wij in het verleden vergeten zijn, is ons voorbereiden voor de toekomst. We zijn blijven doen wat we deden. We hebben daardoor andere landen, met minder middelen, de mogelijkheid gegeven een modus te vinden ons te bestrijden. Wij hebben in Nederland de neiging om dan te roepen: het komt wel goed. Maar het komt niet zomaar goed. We moeten ons als sport ook blijven ontwikkelen. Wij moeten blijven investeren om de volgende stap te maken.’ Jij hebt een contract tot en met de Spelen van 2020 in Tokio. In hoeverre ben je voor de verdere toekomst bezig met die ontwikkeling? ‘Ik zie het als mijn belangrijkste opdracht dat ik het herenprogramma weer beter achterlaat dan ik hem heb aangetroffen. Ik maak geen keuzes waarvan ik alleen zelf kan genieten. Of een beslissing om alleen mijn baan te behouden. Dat is niet goed voor onze sport en zo ben ik ook niet opgevoed door mijn ouders. Wanneer ik stop, wil ik het idee hebben dat Oranje nog tien jaar op het hoogste niveau door kan. Wanneer ik stop, weet ik niet. Ik ben pas begonnen. Dat gevoel heb ik.’ Jouw opvolger na de Spelen van Tokio zou ook Max Caldas kunnen zijn? ‘Zonder meer. Ik voel een enorme ambitie, plezier en betrokkenheid. Ik voel het vermogen om er nog meer uit te halen. Ik word wakker met een smile op mijn gezicht. Ik ben zo gepassioneerd in mijn werk, in mijn team. Ik heb het gevoel dat ik pas ben begonnen. Ik weet dat andere mensen beslissen over mijn toekomst. Natuurlijk staat er na het WK een evaluatie gepland. In de beslissing of ik doorga, speelt ergens resultaat ook mee. Maar het gaat meer om de vraag: zijn de juiste keuzes gemaakt en is de match Caldas Nederlands team nog goed? Ik denk van wel. Maar dat zien we dan wel. Misschien vraagt voetbalclub Boca Juniors me dan wel als coach. Dan ben ik weg. Haha. Maar als je me nu vraagt, denk ik dat dit voor langere tijd mijn job is. Voor ons land heb ik nu de mooiste baan die er is. Ik geniet er enorm van.’ Het bericht Max Caldas: ‘Voor mijn gevoel ben ik net begonnen bij Oranje’ verscheen eerst op Hockey.nl .

Lees het hele bericht op Hockey.nl

Deel dit artikel met anderen
Gerelateerde artikelen:
  • Max Caldas: ‘Ik stond er voor mijn meiden’
  • Robert van der Horst: ‘Uit de dood opgestaan voor mijn gevoel’
  • Video – Caldas: ‘Mijn vrouw heeft me het huis uitgestuurd’
  • Max Caldas: ‘Gekozen voor flexibele groep’
  • Voor Bob de Voogd in vorm is het gevoel dubbel
  • Reageer op dit bericht