Posts tagged ‘floris-evers’

Hockeymonoloog Pruyser: topspits die lang onderschat was

Nederlands Elftal

15/08/2019

In de serie ‘De liefde voor hockey’ praten hockeyers uitgebreid over hun carrière en de liefde voor het spel. Vandaag international Mirco Pruyser (30), de 1,95 meter lange spits van Oranje die in een atypische carrière op het hockeyveld altijd en overal werd onderschat. Hij maakte op 25-jarige leeftijd zijn debuut in Oranje en scoorde 64 doelpunten in 111 interlands . ‘Vroeger was ik hele vakanties aan het tafeltennissen en werd ik door de tafeltennisclub in Hoofddorp gevraagd of ik daar kwam spelen, maar daar heb ik serieus nooit over nagedacht. Omdat het in m’n eentje is. Ik ging op hockey, omdat ik opkeek tegen mijn broer en zus. Ik ben er nooit meer van afgegaan. Het is onderdeel van mijn liefde voor de sport, dat ik er altijd naar snak om weer met het team aan de bak te gaan. Achteraf denk ik omdat ik zoveel uitdaging zie in het hockey. Een backhand schot, een liftje, een scoop: hockey heeft zoveel verschillende technieken, dat je nooit raakt uitgeleerd. Ik heb elk jaar weer iets nieuws geleerd. Dat typeert mij als speler. Daarom ben ik op dit niveau gekomen.’ ‘Ik stond in de jeugd linkshalf, was een klein behendig spelertje. Met scoren was ik niet bezig. Pas in mijn laatste jaar A1, na een enorme groeispurt, ben ik spits geworden. Toen ik bij de Reigers speelde en in het district Noord-Hollands zat, was ik altijd te slecht voor de DOD (Districtontmoetingsdag, red.). Toen maakte ik de overstap van de Reigers (Hoofddorp, red.) naar Amsterdam en belandde ik het tweede jaar in Jongens A2, onder andere omdat mijn moeder een vakantie in de voorbereiding had geboekt. Dat was een reden om mij eraf te gooien. Zat ik weer in tranen in het clubhuis, omdat ik niet mee mocht doen met de DOD.’ ‘Op de basisschool had ik faalangst en scoorde ik slecht op mijn CITO Toets. Ik ben door school op de MAVO gezet, met de opdracht om alle vakken boven een acht te staan, dan mocht ik naar de HAVO. Dat is me gelukt. Vaak zagen mensen het niet in mij zitten. Ik denk dat ik altijd te bescheiden was. Ik liet me nooit horen bij tegenslag. Bij mij is het vaak één stapje terug en twee omhoog vooruit. Zo is het mijn hele leven gegaan. Ik heb nooit als grote doel ‘Oranje’ gehad. Ik heb alleen kleine doelen voor ogen gehad. Subdoelen noem ik ze. Zo leef, sport en werk ik. Het moet altijd één tandje beter. Ik sta voor bescheidenheid. Dat vind ik belangrijk. Het draait niet om het individu. Ik kom uit een groot gezin, met vier kinderen en een halfbroer. De aandacht was altijd verdeeld. Daarom geloof ik in een omgeving waar het hele team zich goed voelt. Dat leidt tot succes.’ Jonge Mirco Pruyser bij Amsterdam. Foto: Koen Suyk Oud-international Rochus Westbroek nam Pruyser bij de hand ‘Het tweede van Amsterdam was de plek waar ik voor het eerst echt vertrouwen heb gevoeld. Ik was een lange slungel, die mee kwam doen. Ik kreeg steun van oud-internationals als Koen Pijpers, Marten Eikelboom en Bart Stradmeijer. Het meeste leerde ik van Rochus Westbroek (oud-international van KZ en Amsterdam, red.). Ik hou van hem als persoon, en als speler. Hij is een blije vogel. Als speler hield hij het simpel. Even een in-out maken en dan op goal rammen. Hij maakte altijd een connectie met een medespeler, een denkbeeldig lijntje op het veld. Daar heb ik veel naar gekeken. Er zijn hockeyers, die lopen honderden meters en dan komen ze nog niet vrij te staan. Rochus loopt vier meter en staat vrij. Wat hij doet is de verdediger opzoeken, en dan een goede in-out. Dat is niet te verdedigen. Ik begon in het team steeds meer de rol van Rochus over te nemen. Altijd in de cirkel een ruimte voor een schot creëren. Daar geloof ik heilig in. Die tweede seizoenshelft scoorde ik 26 keer.’ ‘Ik ging stiekem zondag mee met Heren 2, al mocht ik op een gegeven moment minuten maken met het eerste van Amsterdam. Het mooiste wat ik heb meegemaakt was een wedstrijd met uit op Tilburg. Ik had ooit een kleine auto gekocht van een spaarrekening van mijn opa en oma. Die dag had ik geen euro op mijn bankrekening, en nog maar een of twee streepjes benzine. Dus na de wedstrijd van het tweede stond ik daar op het balkon van Amsterdam, een beetje in paniek. De eerste die zijn portemonnee opentrok was Rochus. Hij gaf me vijftig euro. Hij zei: tank maar voor 45 euro, neem nog een snoepje en een drankje, dan kun je een paar keer op en neer. Dus ik in m’n autootje naar Tilburg. Tijdens de warming-up kwam ik aan. Ik sprong over het hek en hoopte dat ik nog minuten zou maken. Ik scoorde.’ Oud-international Rochus Westbroek rechts, links strafcornerkanon Sohail Abbas. Foto: Jeroen van Bergen/KNHB Er was altijd twijfel over het veldspel van Pruyser ‘Die oud-internationals van Heren 2 zeiden tegen Sjoerd Marijne (toen coach Amsterdam, red.): laat die Pruyser meer spelen . Toch zijn de twijfels over mijn spel lang gebleven. Dan scoorde ik in de finale om de landstitel een van mijn mooiste goals ooit en dan zei de commentator, Philip Kooke: Pruyser, niet bepaald een van de beste spelers van Amsterdam. Aan zijn hockeykwaliteiten wordt nog weleens getwijfeld. Maar dat hij mooie mooie goals kan scoren, weten we. Er zat toch altijd iets negatiefs bij. Ik werd daar niet heel boos om, ook niet op Kooke, maar vroeg me af of hij gelijk had. Zou iedereen zo over mij denken en moet ik dingen weer verbeteren?’ ‘Op een gegeven moment zeiden mensen dat ik een kans bij Oranje verdiende. Ik vond toen wel dat ik best weleens mee had mogen trainen met Oranje. Maar had ik dan zelf Paul van Ass moeten bellen? Zo ben ik niet. Toen ik onder Max (Caldas, red.) mijn debuut maakte bij de Champions Trophy in India, speelde ik niet m’n beste toernooi. Maar dan kreeg ik ook van mensen als Erik Gerritsen (directeur KNHB, red.) een appje: Niet over inzitten. Terug naar jezelf. Focus op de goede dingen. Niet op trucjes doen buiten de cirkel. Als je opeens bij het Nederlands elftal zit, vraag je je af wat je moet leveren. Ik moest niet opeens acht man voorbij spelen, omdat ik een oranje shirt aan had. Dat dacht ik even. Maar ik moest juist mijn eigen unieke dingen uitbuiten. Taco van den Honert (nu assisttent bij Oranje, toen hoofdcoach Amsterdam, red.) zei altijd dat ik geen andere speler moest proberen te zijn. Langzaam heb ik mijn eigen soort hockey gecreëerd, met mijn lichaam en de bewegingen die ik met zaalhockey heb geleerd.’ Rabo Super Serie. Nederland – Ierland 7-1, Mirco Pruyser. Foto: Willem Vernes Pruyser gebruikt het contact met de verdediger ‘Vier jaar in het Nederlands zaalteam hebben mij gevormd als speler en hebben mij geleerd in kleine ruimtes te hockeyen. Dan ging ik niet op wintersport, maar stond ik om zeven uur ’s ochtends op om in de zaal van Almere te trainen. Ik oefende altijd nieuwe dingen. Korte pushes, one touch, scoringstechnieken. Ik heb elk jaar iets toegevoegd aan mijn spel. De laatste grote stap die ik heb gezet in mijn spel komt door het door te geven aan anderen. Met BP College (het bedrijf met teamgenoot Billy Bakker, red.) geven we ook privé-trainingen. Toen moest ik dingen die ik onbewust deed in mijn spel, bewust maken voor anderen, zodat ik kon uitleggen wat ik deed. Daar heb ik veel aan gehad. Wat dat betreft waren die privé-sessies ook trainingen voor mezelf. Een voorbeeld is mijn backhand. Ik heb dat op het veld zo vaak voorgedaan voor kinderen. Als ik nu een backhand sla, dan sla ik niet vaak naast. Want als ik merk dat een backhand geen zin heeft, sla ik ‘m niet. Als ik denk dat het een onmogelijke kans is, gebruik ik het contact met de verdediger om naar mijn forehand te draaien. Dat bewustzijn is door training geven gekomen.’ Mirco Pruyser in de EK-finale 2017, Mink van der Weerden juicht met hem mee. Foto: Willem Vernes Hij wist niet dat hij het halve veld had afgelegd om zijn goal te vieren ‘Ik juich uitbundig, maar niet om alle aandacht op me te vestigen. Ik geniet gewoon intens van scoren. Dat juichen (wijduit, met twee armen, red.) gebeurt gewoon. Als spits voel je altijd een bepaalde druk. Vroeger zei Floris Evers: het is weer play-off time, dus hebben we Mirco voor de goaltjes. Als het lukt, beleef ik intense blijdschap. Ik geniet daar zo van. Ik stap altijd het veld op om te scoren. Het juichen is intense blijheid, geen schreeuw om aandacht. Ik post mijn goals ook niet op social media. Dat ik van scoren houd, zit gewoon in mijn genen. Ik wist zelf niet dat ik na de 4-2 in de EK-finale het halve veld heb overgerend. De langste en snelste sprint die ik het hele toernooi heb getrokken. Dat gebeurde gewoon. Intense blijdschap. Ik wist niet dat ik zo juichte. Het was bizar om terug te zien, ik wist het niet. Een half veld afgelegd, na een megazwaar toernooi.’ ‘Ik word ouder. Daardoor kan ik steeds meer genieten van het succes van anderen. Bij Oranje hebben we na Rio de saamhorigheid en het jezelf kunnen zijn naar een volgend niveau gebracht. Daar geniet ik van. Duelletjes met nieuwe goede jongens, zoals Jonas (De Geus, red.), die zo een paar gasten kan uitspelen. Dat is een nieuwe uitdaging. Dan denk ik: die gasten komen eraan. Daar moet ik voor blijven. Net zoals ik als talent beter wilde worden dan Floris Evers en Santi Freixa bij Amsterdam. Het is mooi dat het bij mij nu gebeurt. Dat heb ik een aantal jaar gemist bij Amsterdam, dus het is goed dat de club nu vier gasten uit Jong Oranje heeft aangetrokken. Dat zijn jongens die mij weer kunnen aanscherpen. Zelf ben ik een loyaal persoon. Ik ga niet weg naar een andere club, als het minder gaat. Dat maakt me tot wat ik nu ben. Betrouwbaar. Ik denk niet dat ik straks zomaar uit de hockeywereld verdwijn. Ik zie Tokio ook niet per se als einddoel. Ik weet niet of ik daarna stop. Het komt zoals het komt. Ik zeg niet dat ik coach wil worden. Maar BP College heeft nog veel potentie.’ Mirco Pruyser in de Pro League. Foto: Koen Suyk ‘Ik laat me niet snel uit m’n spel halen’ ‘De allerbeste verdediger? Lastig, vroeger had ik echt een hekel aan Martin Häner. Hij lijkt traag, maar in de mandekking is hij echt goed. Mega irritant. Van Duitse mandekkers heb je last. Ze volgen je, zitten in je nek. Ze gooien zich met man en macht in het schot. Net als Johannes Mooij (Nederlandse speler, die na jaar in Barcelona en duels in de Pro League met Oranje weer terugkomt naar Amsterdam, red.). Die zit altijd zo in je lichaam, dicht op je. Het is mooi dat-ie terug is bij Amsterdam. 1 op 1, is hij met zijn baldruk zo irritant. Zelf ben ik best wel fair. Ik praat ook met m’n verdediger. Als die lomp doet, geef ik mijn grenzen aan. Ik ben geen nare speler om tegen te spelen. Ik tik niemand op z’n voeten. Geen stick in de maag. Ik laat me niet snel uit m’n spel halen.’ ‘Dat ik de laatste jaren op alle toernooien topscorer was, maar niet op het WK en de Olympische Spelen: daar ben ik echt niet mee bezig. Als spits valt het soms niet. Als sporter is een EK op het moment even belangrijk als een WK, als je op het veld staat. Als je klaar bent, is er een verschil. Maar an sich beleef je het toernooi hetzelfde. Het doel van spelers is altijd hetzelfde. Ik leg me niet minder druk op voor een EK in eigen stadion, dan een WK. Ik wil altijd de beste zijn. Ik weet inmiddels hoe het leven van een spits is. Was het WK beter geweest als ik zes of zeven goals had gemaakt? Nu raak ik paal en lat. Nu had ik meer assists en was ik van waarde voor het team. Ik kan me altijd verplaatsen in mensen die tegenslag hebben. Dan probeer ik mijn eigen ervaringen met ze te delen. Nu Wortel (Floris Wortelboer, red.) is afgevallen, heb ik extra contact met hem. Hij moet niet met zijn kop naar beneden gaan hockeyen nu. Dat is wat mij betreft ook liefde voor de sport. Tegenslagen horen echt bij topsport, dat probeer ik aan de jongens mee te geven.’ Lees ook andere hockeymonologen: Carlien Dirkse van den Heuvel: ‘Uit liefde voor het spel naar SCHC gegaan’ Valentin Verga: ‘De bal is als een vrouw’ Margot van Geffen: ‘Ik vond het snel saai met meisjes hockeyen’ Robert Tigges: ‘Iets oudere houten vloeren. Heerlijk.’ Keeper Sam van der Ven: ‘ ‘Keepers zijn perfectionisten’ Hockeymonoloog Matla: Van huilbuien tot onverstoorbare wereldtop Het bericht Hockeymonoloog Pruyser: topspits die lang onderschat was verscheen eerst op Hockey.nl .

Lees het hele bericht op Hockey.nl

Deel dit artikel met anderen

Hockeymonoloog Valentin Verga: ‘De bal is als een vrouw’

Nederlands Elftal

08/08/2018

In de serie ‘de liefde voor hockey’ praten hockeyers in monoloogvorm uitgebreid over hun liefde voor het spel en ook de schaduwkant. Vandaag: international Valentin Verga (28), een van de meest ervaren spelers van Oranje. ‘Als ik seks met het spel kon hebben, zou ik het doen.’ [Je kunt hierboven ook de podcast luisteren van deze hockeymonoloog van Hockey.nl, die Verga zelf heeft ingesproken] ‘Ze zeggen toch dat één mensenjaar staat op zeven hondenjaren. Zo voelt topsport voor mij ook. Wat wij als hockeyers meemaken in twee jaar tijd, daar doen anderen misschien tien jaar over. Alles wat je met elkaar meemaakt in de kleedkamer. De vriendschappen die je opbouwt. De hoogte- en dieptepunten. De jaren die wij meemaken zijn hondenjaren. Dat heeft mij gemaakt tot de mens die ik nu ben. Elke training leer ik weer iets en gebeurt er weer wat. In die tien jaar tophockey geef je alleen maar gas en krijg je elke dag een spiegel voorgehouden. In die tien jaar word je minimaal veertig jaar ouder. Zo voelt het voor mij. Je maakt zoveel mee. Het is zo intensief. Maar dat is ook de liefde voor het spel. Ik geniet daar ongelofelijk veel van.’ Valentin Verga (Ned) tijdens de Hockey World League Finals , de wedstrijd om de 7e plaats, Engeland-Nederland (0-1). Foto: Koen Suyk Verjaardagen ‘Als iemand zegt dat-ie voetballer is, vinden mensen dat gaaf. Als je in de NBA speelt als basketballer, ben je cool. Als je op een verjaardag zegt dat je hockeyer bent, krijg je vaak als reactie: o, dat spel met een stokkie. Mensen beginnen vaak over de mooie hockeyfeestjes. Maar ik ben er zelf supertrots op dat ik hockeyer ben. Een hockeynerd. Ik vind hockey het leukste en mooiste dat er is. Het heeft iets magisch. Dat je met een stok in je handen zoiets moois kunt neerzetten, dat je zo’n behendigheid over de bal hebt. Dat je de ruimte kunt inschatten, dat je verder kunt kijken waar de bal is, terwijl je de controle over de bal behoudt. Dat vind ik echt te mooi. Dat is de magie. Het is toch bizar wat sommige gasten met een bal kunnen doen. Die totale controle over de bal is de kunst van het hockey. Want hockey is alles: het is hard en fysiek, maar het is ook behendigheid. Het is kunst.’ Gorinchem – Nederland – Frankrijk Heren, Interland, Rabo Super Serie, G.H.C. Rapid, Seizoen 2017-2018, 15-06-2018, Nederland – Frankrijk 3-1, Valentin Verga. Foto: Willem Vernes De bal is als een vrouw ‘Toen ik in de C’tjes speelde van Almere was mijn vader (Alex Verga, oud-international van Argentinië, vroeger de dragende kracht achter hoofdklasser Almere en nu assistent bij Jong Oranje en Kampong) de coach. Dan stonden we op de training en riep mijn pa, midden in het partijtje: “Stop maar!!â€￾ Dan maakte hij altijd hetzelfde geintje. Hij zei: “Jongens, de bal is als een mooie vrouw, met mooie borsten. Iedereen wil haar hebben. Iedereen vecht ervoor. Maar op deze manier gaan we nooit winnen. We moeten de bal verdelen. Als we met z’n allen tegelijkertijd ernaartoe gaan en kluitjeshockey spelen, wordt het ellende. Daar leerden we van. Dan kwam ik thuis en wist ik: de bal is als een vrouw, en iedereen wil die bal hebben. Dat vertelde ik natuurlijk niet aan mijn moeder. ‘Ik wil de bal altijd hebben. Daar ben ik trots op. Het maakt niet uit in welk team ik speel of hoe belangrijk de wedstrijd is. Dat heb ik ontwikkeld. Ik zal me nooit verstoppen. Omdat ik het te leuk vind om de bal te hebben. En te mooi om te hockeyen. Ik ben verliefd op het spel. Als ik seks kon hebben met het spel, zou ik het doen. Het is intensief. Je moet slim zijn, hockey is als de perfecte vrouw.’ Floris Evers is de held van Verga ‘Floris Evers is een van de mooiste hockeyers ooit. Ik heb zijn stijl geprobeerd te kopiëen. Ik wilde zijn zoals hij was. Ik heb altijd opgekeken naar balvirtuozen. In 2002 gingen mijn Argentijnse neefjes Lucas en Matias Cammareri bij SCHC spelen. Daar hockeyde Evers en ging ik vaak kijken. Later mocht ik met hem samenspelen bij Amsterdam. Wij hebben het tikkie-takkie hockey geperfectioneerd op de club. Als aanvaller achter de linkervoet van de verdediger staan. Inspelen en terugkaatsen. Give en go. Dat oefenden we eindeloos met Evers. Kijk maar die goal terug tegen Rotterdam, in de finale in 2012. Combineren vanaf de middenlijn. Tak, tak, tak, tak, tak. Billy Bakker scoorde bij de tweede paal. Evers leerde mij altijd plezier te hebben op de training. Er altijd te zijn. De training als iets leuks te zien. Of je nou moe bent. Of je nou brak bent. Je moet gewoon gáán. Voorop lopen. Ik heb geleerd liefde voor het spel te hebben. Van Evers. Van mijn vader, van mensen als Taco van den Honert. Daarom geniet ik zo van die potjes met de Boekaniers, een club van oud-Hoofdklassespelers en internationals, waar ik in het bestuur zit. Daar zitten alleen maar mensen die liefde voor het spel hebben.’ Taeke Taekema heeft 1-0 gescoord uit een strafcorner met vlnr Floris Evers, Teun Rohof en Valentin Verga, Duitse en Spaanse voorbeelden ‘Evers is mijn held. Maar verder vind ik Duitse internationals als Tobias Hauke fantastisch. Moritz Fürste. Mooie spelers. Vroeger was ik fan van de Spaanse voorhoede: Eduard Tubau. Pol Amat. Santi Freixa. Legendarische namen. Ik zal zelf ook nooit verliezen waarom ik ooit op hockey ben gegaan. Ik zit op hockey, omdat ik de verdediger wil verneuken. Als ze dan in mijn rug gaan duwen, me fysiek moeten aanpakken, vind ik dat alleen maar mooi. Als ik dat allemaal niet had gewild, was ik wel op volleybal gegaan.’ ‘Ik ben nu minder solistisch dan vroeger. Ik heb mijn spel aangepast, ook omdat het niveau steeds hoger en moeilijker werd. Laatst zat ik met Billy Bakker in de kleedkamer. Helemaal gesloopt. Dan zeggen we ook tegen elkaar: soms zouden we eigenlijk niet moeten trainen. Maar het is te leuk. Dan denken mensen misschien, o dat zijn Billy en Vali, die doen en zijn cool. Maar we blijven eigenlijk gewoon twee kleine jochies, die denken: hoe mooi is dit. Je wilt gewoon niets missen. Ik houd van de kleedkamer. Met altijd dezelfde grappen. Duizend keer dezelfde grap, en dat-ie duizend keer valt en iedereen zich weer suf lacht. Dan heeft iemand een nieuwe broek gekocht en wordt-ie toch helemaal afgezeken. De warming-up tijdens de dinsdagtraining: wat is er het weekend gebeurd? Wie is met wie naar bed gegaan? Dat soort dingen ga ik zo missen, als ik ooit stop.’ EK 2017, bondscoach Max Caldas en Valentin Verga. Foto: Willem Vernes De schaduwkant: op zoek naar erkenning ‘Er zullen er altijd mensen zijn die me dramatisch vinden, of niet goed genoeg voor Oranje. Van de mensen die er echt verstand van hebben, krijg ik erkenning. Binnen de teams waar ik speel, word ik niet onderschat. Misschien van buiten wel. Maar ik heb in al die jaren in het Nederlands elftal, sinds mijn debuut in 2009, maar veertien wedstrijden gemist. Vroeger maakte ik me heel druk om wat mensen vinden. Dat is die onzekere kant van me. Dat ik nooit serieus word genomen. ‘Vali’: dat staat altijd voor lachen, leuk pielen, lekker gek, Vali neemt geen blad voor zijn mond. Daar heb ik wel mee geworsteld. Ik heb de schijn altijd tegen. Met het vreselijke incident met Seve van Ass, waarbij ik met mijn stick zijn tanden keihard raak. Het scooterongeluk, waardoor ik wedstrijden moest missen. Mensen hebben dan snel een oordeel klaar. Begrijpelijk, maar niet altijd terecht.’ ‘Ik dacht tijdens de Olympische Spelen van Rio – waar het niet liep –  ook dat ik als persoon weer de verbinder moest zijn. Het gezelligheidsdier. Maar ik had daar als mens moeten zeggen: tot hier en niet verder. Wat zijn de problemen, wat is jouw probleem met hem? Na de Spelen dacht ik: ik kap met Oranje, als het zo moet. Of ik ga helpen de cultuur te veranderen. Dat laatste is gebeurd. Mijn rol in het Nederlands elftal is toch belangrijker dan ik eerst dacht.’ Valentin Verga met Juan Gilardi tijdens Nederland- Argentinië bij de Hockey Champions Trophy. Foto: Koen Suyk Alles eruit halen op het WK en de Olympische Spelen ‘Ik wil de allerbeste Vali zijn de komende jaren. Ik ben nu volwassener. Ik ga nu anders met dingen om. Verdedigend bewaak ik ook meer de balans op het middenveld, daarnaast wil ik komend seizoen meer goals maken, met behulp van Billy en Mirco, zodat ik op het WK en de Olympische Spelen kan pieken. Ik ga nu mijn beste jaren in. Ik wil er het maximale uithalen. Mentaal moet ik nog iets sterker worden. Maar ik ben al een stuk completer dan een paar jaar geleden. Dat maakt het ook mooi. Ik heb er heel veel zin in. Ik ben sociaal, ik hou van mensen. Als je niet van mensen houdt, wordt het lastig voor je in een teamsport. Mijn liefde voor het spel is ook de liefde voor de mensen waarmee ik speel.’ Het bericht Hockeymonoloog Valentin Verga: ‘De bal is als een vrouw’ verscheen eerst op Hockey.nl .

Lees het hele bericht op Hockey.nl

Deel dit artikel met anderen

Video: De Sportmonoloog van Floris Evers

Hoofdklasse

27/12/2016

In de Sportmonologen vertellen (oud)-topsporters in het theater over hun loopbaan. Ze praten over succes en tegenslag. Voormalig international Floris Evers vertelt tijdens de Sportmonologen onder meer over de lading van een zilveren medaille.

Lees het hele bericht op HoofdklasseHockey.nl

Deel dit artikel met anderen

Benninga: ‘Niet als international met oogkleppen op lopen’

Nederlands Elftal

23/11/2016

Rogier Hofman (30) speelde op de Olympische Spelen in Rio zijn 212e en allerlaatste interland. Hij speelde zijn eerste interland in 2006. In een serie van vijf blikken we met oude teamgenoten en coaches terug op zijn interlandcarrière. Vandaag kinderarts en oud-international Marc Benninga, die door Rogier Hofman en Tim Jenniskens werd benaderd voor de stichting Sport Helpt. Een paar jaar geleden klopten Rogier Hofman en Tim Jenniskens in het Emma kinderziekenhuis in het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam aan bij oud-international Marc Benninga. ‘Of ik ze wilde helpen voor het goede doel. Dat deed ik graag, want ik heb connecties in de sportwereld en het ziekenhuis,’ vertelt de kinderarts. ‘Het is mooi dat Rogier zo maatschappelijk geïnteresseerd is. Hij is opgekomen voor een minder bedeelde groep en dat vind ik bijzonder.’ Lancering Sport Helpt, een initiatief van hockeyers Rogier Hofman en Tim Jenniskens. Foto Koen Suyk. ‘Ik zie de ernstige kinderen’ Als kinderarts met specialisatie maag, darm, leverziekten behandelt Benninga veel kinderen met ernstige aandoeningen. ‘Soms zijn ze weken of maandenlang in het ziekenhuis. Ik zie de ernstige kinderen. De kinderen die een maand niet kunnen poepen of zes maanden niet naar school kunnen, vanwege ernstige buikpijn. Met sommige kinderen moet je zware en moeilijke beslissingen mee. Uiteindelijk schakel je je emoties soms uit, want ik zie zoveel ernstige gevallen. Maar in sommige gevallen neem ik het mee naar huis.’ ‘Het maakte diepe indruk op ze’ Toen Hofman en Jenniskens bij Benninga waren geweest, ging het daarna snel met Sport Helpt, de stichting die zieke kinderen een droomontmoeting schenkt met een international van hun favoriete sport. Vorig jaar hielp de stichting bij het 150-jarige lustrum van het Emma kinderziekenhuis: met een Cruijff Court op het centrale plein en hockeyinternationals van de Oranje Heren en Dames. ‘Rogier en Tim hadden die behoefte van die kinderen goed gezien, nadat ze een eerste ontmoeting hadden met zo’n ziek kind. Dat lustrum sloeg in als een bom. Op onze afdeling met zo’n honderd kinderen zag ik dat het diepe indruk op ze maakte.’ Een klein gebaar kan een ziek kind helpen Benninga is vol lof over Hofman en Jenniskens. ‘Het is schitterend dat ze dit hebben opgezet. Die twee jongens zijn altijd enthousiast en bevlogen. Als oud-international weet ik dat je jarenlang een enorm bevoorrechte positie hebt. Ook als je jaar in jaar uit oogkleppen op hebt tijdens je eigen hockeycarrière en in een vliegtuig de wereld rond reist, moet je je wel beseffen dat je met een klein gebaar zoals een ziek kind opzoeken iemand kunt helpen. Zoals een oranje shirtje brengen. Ik vind het mooi aan Rogier dat hij maatschappelijk geïnteresseerd is voor een minder bedeelde groep. Het is niet automatisch dat ze dit doen voor anderen. Andere internationals zijn soms weer teveel met zichzelf bezig.’ Keeper Jaap Stockmann en Rogier Hofman in actie voor de stichting ‘Sport Helpt’ Benninga maakt zich samen met andere oud-internationals van de Batavieren zorgen over de huidige generatie internationals. Hij vraagt zich af of ze met alle trainingsuren nog wel genoeg tijd hebben om aan hun maatschappelijke carrière te werken en initiatieven te ontplooien zoals Hofman en Jenniskens met Sport Helpt hebben gedaan. Spagaat tussen belangen trainer en spelers ‘Ik denk dat er een spagaat is ontstaan in de hockeywereld de afgelopen jaren, waarbij internationals alleen maar focussen op hun hockey. Want dat wil de trainer. Die lenen jongens tien jaar van hun leven. De trainer eist dat ze drie of meer dagen per week op Papendal zitten. Maar ze moeten daarna wel nog een baan in het leven bemachtigen. Dan moeten ze nog veertig jaar. Ik denk dat je niet te monomaan alleen maar op hockey moet focussen. Daar zijn we met oud-internationals nu ook mee bezig. Anders wordt hockey net als voetbal. Je ziet het aan de coaches bij de clubs, ze eisen alleen maar dat ze meer trainen. ’ Floris Jan Bovelander en de geblesseerde Marc Benninga na het halen van het brons bij de Olympische Spelen van 1988. Wereldkampioen in Lahore De generatie van Benninga, die in 1990 in het Pakistaanse Lahore wereldkampioen werd, is niet te vergelijken met de huidige generatie internationals. Die hadden veel meer mogelijkheden om ernaast te studeren, terwijl de huidige generatie in het traject voor de Olympische veelal studie en baan moesten opzeggen. Maar ook Benninga – wiens zus Carina en vrouw Ingrid Wolff ook in het Nederlands Elftal speelde – weet dat hij discipline nodig had en een coach die hem daarbij hielp. ‘Richting een groot toernooi trainden wij ook vier tot vijf keer in de week. Maar wel altijd ’s avonds. Nu zie je dat er bijna nooit meer ’s avonds wordt getraind. Dat is voor de trainer goed, want die kan dan ’s avonds thuis zijn. Daar moeten we een discussie over voeren. Ik moest vroeger met Oranje elke woensdagavond in het ziekenhuis zijn, maar ik was bang om het aan de coach te vragen. Gelukkig reageerde toenmalig coach Hans Jorritsma goed (toen bondscoach, nu teammanager Nederlands voetbalelftal, red.).’ Joyce Sombroek weet alles te combineren Een perfect voorbeeld van iemand die het drukke hockeybestaan wel kan combineren met een studie, is geneeskundestudente Joyce Sombroek. De keepster van Oranje – gekozen tot de beste van de wereld in 2014 en 2015 –  loopt nu een maand coschappen in Sydney, voordat ze straks haar studie afrondt in Nederland. ‘Zij is zeldzaam. Zij is het perfecte voorbeeld van iemand die discipline en inzet perfect combineert.’ Oud-internationals Floris Evers en Marc Benninga. De bevlogen kinderarts hoopt in ieder geval dat internationals ook aan hun maatschappelijke carrière blijven denken, zoals Hofman dat ook deed, ondanks de drukte en de waan van de dag. Behalve een mooi mens vindt Benninga de speler van Bloemendaal ook een schitterende hockeyer. Zelf speelde hij 53 interlands. ‘Rogier is altijd enthousiast en bevlogen. Het is leuk om naar zijn hockey te kijken. Hij is een hele snelle speler met een enorm tempo.’ Lachend: ‘Hij heeft alles wat ik niet had, zeker met die schitterende backhand.’ Lees ook in de serie over Rogier Hofman: Paul van Ass: ‘Hofman net zo elegant als Dennis Bergkamp’ Jacques Brinkman: ‘Ik had een zwak voor Rogier gehad’ Tim Jenniskens: ‘Bij Rogier denkt men soms dat het allemaal is komen aanwaaien’ Tennistrainer Jeroen Bok: ‘Rogier was vroeger een echte rebel’ Rogier Hofman is blij met zijn nieuwe leven, na teleurstelling   Het bericht Benninga: ‘Niet als international met oogkleppen op lopen’ verscheen eerst op Hockey.nl .

Lees het hele bericht op Hockey.nl

Deel dit artikel met anderen

HIL Update: Ranchi Rhinos van Evers zetten achtervolging in

Hoofdklasse

08/02/2014

Twee weken geleden ging in Mohali, India de tweede editie van de Hockey India League van start. Inmiddels is de competitie halverwege erop en hebben de Delhi Waveriders de koppositie overgenomen van de Jaypee Punjab Warriors. Het team van Jaap Stockmann heeft echter twee wedstrijden minder gespeeld dan de Waveriders. Ook de Ranchi Rhinos van Floris Evers volgen de Waveriders op de voet. Zijn staat gelijk met de Punjab Warriors. Lees hieronder de laatste uitslagen. Jaypee Punjab Warriors – Donderdag 6 februari Delhi Waveriders – Mumbai Magiciancs: 2-1 De Magicians hebben de ingezette lijn van dinsdag geen vervolg kunnen geven tegen de Delhi Waveriders. Door een goal van Akashdeep Singh kwam de koploper op voorsprong. De ploeg uit Mumbai komt dan nog wel op gelijke hoogte via een doelpunt van Glenn Turner maar vier minuten voor tijd is het Yuvraj Walmiki die zijn team naar de overwinning schiet. – Vrijdag 7 februari Ranchi Rhinos – Kalinga Lancers: 3-2 De Rhinos van Floris Evers komen al na zes minuten via een rake strafcorner van Ashley Jackson op voorsprong. Hoewel de Ranchi Rhinos in de eerste helft sterker zijn, komen de Kalinga Lancers vijf minuten voor rust toch langszij door een goal van  Gonzalo Peillat. Na rust komen de Lancers zelfs op voorsprong. Captain Kiel Brown schiet zijn team na goed voorbereidend werk van Lalit Upadhay op 1-2. Helaas is de vreugde bij Brown en zijn mannen maar van korte duur. In de 57e minuut schiet Moritz Fuerste de Rhinos weer op gelijke hoogte en zes minuten later schiet  Amon Tirkey vervolgens nog de winnende binnen.  Vanmiddag om half vier spelen de Jaypee Punjab Warriors tegen de Mumbai Magicians. Klik  hier  voor het volledige wedstrijdschema. Via  Starsports  zijn enkele wedstrijden live te volgen en kun je de doelpunten terug kijken.

Lees het hele bericht op HoofdklasseHockey.nl

Deel dit artikel met anderen

Floris Evers: ‘HIL wordt nog groter aangepakt’

Nederlands Elftal

18/12/2013

Op het WK onder 21 jaar in New Delhi was Floris Evers manager van de Nederlandse afvaardiging. Maar over niet al te lange tijd heeft de oud-international zelf weer een stick in zijn handen. Evers pakt namelijk binnenkort wederom het vliegtuig, dat als bestemming India heeft.   ‘Over een maand’, vult Evers aan. De aanvaller strijkt voor de tweede winter op rij neer bij de Ranchi Rhinos. ‘Daar heb ik alweer zin in. Behalve de dag dat ik hier ziek ben geweest, vermaakte ik me goed. Ook leuk om dit in een andere rol mee te maken, om te zien hoe de koppies staan. Ik heb daarnaast ook steeds meer mensen leren kennen hier, dat is lachen.’   Zin Op het trainingsveld en tijdens het inspelen van Jong Oranje kon Evers het regelmatig even niet laten om zelf het veld op te lopen. ‘Ik mocht hier niet meedoen’, zegt de speler van Amsterdam droog. ‘Dus ik heb wel weer zin om een stick en bal aan te raken.’   De Hockey India League begint alweer te leven bij Evers. Vorig seizoen wonnen de Rhino’s de eerste editie van het evenement. Op 23 januari begint de tweede HIL-jaargang. ‘Het wordt nog groter aangepakt hoorde ik. Er wordt een Engels productiebedrijf ingehuurd om het nog meer op tv te laten brengen, nog meer aandacht te geven.’ (@ReemtBorcherts)

Lees het hele bericht op Hockey.nl

Deel dit artikel met anderen

Evers: ‘Binnen de begeleidingsstaf moet het klikken’

Hoofdklasse

06/12/2013

Voor de jongens van Jong Oranje begint vandaag het WK onder 21 in Delhi, India. Voor velen het eerste grote internationale toernooi maar bij vragen kunnen ze altijd terecht bij ervaringsdeskundige Floris Evers. De veelvoudig international reist in de functie van manager met het team van bondscoach Sjoerd Marijne mee. Vlak voor vertrek spraken we hem over zijn nieuwe rol en zijn verwachtingen van het toernooi. Afgelopen zomer werd Evers door Marijne benaderd om de rol van manager op zich te nemen. Eén van de redenen dat hij ja zei was dat het WK in India zou plaatsvinden. Het land waar hij vorig jaar nog doorheen reisde en met zijn team de ‘Ranchi Rhinos’ de Hockey India League won. “Ja, na even getwijfeld te hebben besloot ik het te doen. Ik vind India een heel gaaf land, het team is leuk en elke dag dat het dichterbij komt heb ik er meer zin in.” Naast deze functie heeft hij een baan en hockeyt hij natuurlijk nog bij Amsterdam heren 1. Het was van tevoren dan ook wel even plannen vertelt de oud-international. “We hebben goede afspraken gemaakt dus ik heb het de afgelopen tijd goed kunnen managen. In de zomer ben ik regelmatig bij de ploeg aanwezig geweest, tijdens het seizoen iets minder maar ik heb wel regelmatig even mijn hoofd laten zien. Hoe dichterbij het komt, hoe meer ik erbij betrokken ben. Het gaat nu pas echt beginnen.” Evers zal zich, ondanks zijn ervaring, niet met het hockey zelf bemoeien, dat doen anderen. Hij hoopt vooral te kunnen bijdragen aan een goed teamgevoel. “Mijn rol is ook dat ik voor moet zorgen dat iedereen op tijd bij de bus is en de shirtjes gewassen worden maar dat is natuurlijk niet het enige. Dan hadden ze net zo goed iemand anders kunnen vragen. Met mijn 12-jaar lang ervaring als international ontkom je er natuurlijk niet aan dat je je eigen ervaringen meeneemt en mijn deur staat altijd open voor die jongens.” De nieuwbakken manager vindt dat de functie niet overschat moet worden maar dat het vooral moet kloppen in de begeleiding. “Iedere manager doet het op zijn eigen manier maar binnen de begeleidingsstaf moet het gewoon klikken. Als dat niet het geval is voelt het team het ook.” Als voorbeeld geeft hij zijn goede ervaringen met het begeleidingsteam van de Olympische Spelen in Athene in 2004. “Toen hadden we Mark Benninga als dokter en Ties Kruize als manager. De sfeer was super. Dan zaten we uren met elkaar aan tafel over van alles en nog wat te praten. Zoals ik het me herinner zat het in die begeleiding dus gewoon erg goed.” Over de begeleidingsstaf van Jong Oranje maakt hij zich geen zorgen. “Het is wel grappig want Sjoerd en ik kennen elkaar al een tijd en wij zijn allebei heel anders maar die band is altijd goed geweest.” Binnen de selectie zitten ook twee teamgenoten van Evers. Nicki Leijs en Johannes Mooij spelen net als hij bij het eerste van Amsterdam. Dat hij de ene dag teamgenoot is en de andere dag manager is wat betreft de spits geen probleem. “Wat mij betreft is dat heel relaxed en wat hun betreft ook heb ik het idee. Het gaat eigenlijk zonder dat we er over nadenken of het erover hebben heel goed.” De spits zelf kan niet wachten tot hij weer in India is, hij vindt het een geweldig land. Krijgen de spelers dan naast het hockeyen ook nog de kans iets van Delhi te zien? “Laten we vooropstellen dat het gaat om het hockey. Het is niet niks, een WK. Ik heb wel het voornemen een middagje naar het Gandhi museum te gaan of een bezoekje te brengen aan de swamps. Om te laten zien hoe de mensen daar leven maar ik denk dat ze zodra ze het vliegtuig uit stappen al zullen merken dat ze echt in een heel ander land zijn.” Voor zichzelf hoeft hij het niet te doen want een maand na het toernooi van Jong Oranje mag Evers alweer terug.  Kan hij niet beter een maandje daar blijven  om nog meer van het land te zien? Lachend zegt hij: “Nee, voor werk, mijn vriendin en familie wil ik gewoon terug. Vorig jaar heb ik voor het eerst kerst in buitenland gevierd, in Doa. Het is de afgelopen tijd heel druk geweest dus kerst is een mooi moment om ze even lang te spreken. Lekker avond aan avond dineren en veel tijd besteden aan de mensen van wie ik hou.”

Lees het hele bericht op HoofdklasseHockey.nl

Deel dit artikel met anderen

IOC-lid Camiel Eurlings: “Hockey hoort op de Spelen thuis”

Hoofdklasse

11/09/2013

Camiel Eurlings is het nieuwe lid van het Internationaal Olympisch Comité. In het AD liet hij woensdag weten dat het versterken van de wankele positie van het hockey hij als een van zijn eerste taken om op te pakken. “Het is een keer kielekiele geweest voor het hockey. Dat mag niet meer gebeuren. Ik heb zelf 10 jaar gehockeyd, niet op hoog niveau maar liep links of rechts op de vleugel,” aldus het nieuwe IOC-lid. Met zijn opmerking dat het een keer kielekiele is geweest doelde hij op een eerdere stemming binnen het IOC over het olympische sportprogramma.

Lees het hele bericht op HoofdklasseHockey.nl

Deel dit artikel met anderen

Zwolle-coach De Vries: ‘Handhaving is mogelijk’

Overgangsklasse

02/07/2013

Voor de mannen van Zwolle staat komend seizoen een avontuur in de Overgangsklasse te wachten. De ploeg promoveerde in juni naar het een na hoogste niveau en bereidt zich momenteel voor op het nieuwe hockeyjaar. Coach Tim de Vries (op foto met hand in de lucht) ziet het seizoen zonnig tegemoet.    Zwolle is in poule A ingedeeld met onder andere Hoofdklasse-degradant SCHC. De Vries schat de kansen voor zijn team positief in. ‘Iedere promovendus moet zich natuurlijk aanpassen aan het niveau van de Overgangsklasse. Er zitten een paar sterke jongens in deze poule, maar ook enkele die we aankunnen. Ik denk dat handhaving goed mogelijk is.’ Volgens de coach heeft Zwolle de capaciteiten om in de middenmoot te eindigen en zichzelf een waardige Overgangsklasser te tonen.   Selectie Momenteel is de Overijsselse club de selectie aan het samenstellen voor het komend hockeyjaar. Door de play-offs moest dat worden uitgesteld, maar nu druppelen langzaam de eerste namen binnen. ‘We zijn nog op zoek naar drie à vier versterkingen. Woensdag is de laatste open training en dan komen nog een paar spelers langs die we misschien willen hebben. De gesprekken lopen nog, er staat nog niets vast.’    Wat wel vaststaat is dat Mees Verhaaff bij de selectie aansluit. De Vries verwacht dat de voormalige Schaerweijde-aanvaller veel gaat scoren. ‘Hij is snel en ik hoop dat hij die snelheid vanuit het middenveld gaat gebruiken om aan te sluiten bij de aanval.’ Ook heeft de coach voor ogen dat Verhaaff, met zijn Hoofdklasse-ervaring, een deel van het team op sleeptouw neemt. De club trok al eerder Deventer-speler Wijnand Went aan. (@anneruthh)    

Lees het hele bericht op Hockey.nl

Deel dit artikel met anderen

Jong Oranjevrouwen opnieuw langs Engeland

Nederlands Elftal

01/07/2013

De vrouwen van Jong Oranje hebben ook het tweede oefenduel met Engeland gewonnen. Maandagavond won de ploeg van coach Raoul Ehren (foto) met 4-1 van hun leeftijdsgenoten. Zaterdag was Nederland ook te sterk: 4-0. Lieke van Wijk opende in de 26ste minuut vanuit een strafcorner de score. Tien minuten later kwam Engeland op gelijke hoogte. Lang konden de gastvrouwen echter niet van hun doelpunt genieten, want Sian Keil bracht haar ploeg – wederom uit een corner – op voorsprong. Even later zette ze de stand op 3-1 door een strafbal te benutten. Vijf minuten voor het einde van de wedstrijd was het weer raak voor de Oranje Zwart-aanvaller. Met haar derde treffer, tevens een hattrick, gooide ze de wedstrijd definitief in het slot: 4-1. (EH)

Lees het hele bericht op Hockey.nl

Deel dit artikel met anderen