Posts tagged ‘oranje’

92 jaar geleden: olympische finale belangrijke mijlpaal voor Nederland

Nederlands Elftal

26/05/2020

Het is vandaag 92 jaar geleden dat de Oranje Heren in Amsterdam olympisch zilver pakten. De finale in het Olympisch Stadion ging op 26 mei 1928 met 3-0 verloren tegen het oppermachtige Brits-Indië. De Spelen in eigen land waren een belangrijke mijlpaal in de Nederlandse hockeygeschiedenis. Na jaren van isolement presenteerde Nederland zich voor het eerst aan de internationale hockeywereld en zorgde de tweede plaats ervoor dat de populariteit van de sport in ons land toenam. ‘Zelfs de stoutmoedigste optimist zal niet een dergelijk succes voor ’t hockeytoernooi gedroomd hebben!’, schreef sportweekblad Sportkroniek in een terugblik op het zilveren succes van de Oranje Heren. Gloriedag Onduidelijk is hoeveel toeschouwers nu precies getuige zijn geweest van ‘de mooie en spannende finale’ die door het weekblad werd bestempeld tot ‘een gloriedag voor de Nederlandse sport, voor de Olympische Spelen in ’t bijzonder, maar bovenal voor de hockeysport’. In de media liepen de cijfers uiteen van 25.000 tot 40.000 toeschouwers. Volgens het officiële gedenkboek van de negende olympiade in Amsterdam bevolkten op die zaterdag 26 mei 23.394 betalende toeschouwers het stadion. De zilveren medaille van de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam Toename populariteit Het is een ongekend aantal voor hockey. Normaal gesproken waren zulke hoeveelheden belangstellenden alleen voorbehouden aan voetbalwedstrijden. Dankzij die tien olympische hockeydagen nam de populariteit van de sport enorm toe. In de jaren tot aan de Tweede Wereldoorlog schieten de nieuwe clubs als paddenstoelen uit de grond. Een verviervoudiging constateerde onderzoeksinstituut Huygens ING in die twaalf jaar ten opzichte van de periode vanaf de oprichting van de hockeybond in 1898 tot en met 1927. Hockey leidde in ons land tot 1926 een marginaal bestaan en was daarom onbekend bij het grote publiek. Internationaal speelde Oranje geen rol, omdat er in Nederland met andere speelregels werd gespeeld dan in de rest van de wereld, waar over het algemeen de Engelse regels werd gehanteerd. In Nederland werd met een andere bal gespeeld, de sinaasappel , was er geen slagcirkel en had de stick twee platte kanten. Bovendien werd er in ons land gemengd gehockeyd. Verschillende regels Nadat een uitnodiging voor de Spelen van Antwerpen in 1920 werd afgewezen door de bond, wilde men voorkomen dat Oranje op het eigen olympisch toernooi zou ontbreken. Daarom moest Nederland overstappen op de Engelse regels. Na een experiment waarbij een wedstrijd werd gespeeld met deze regels hakte de hockeybond de knoop door: Nederland ging vanaf het seizoen 1926-1927 ook spelen volgens de internationale reglementen. In de aanloop van de Olympische Spelen van 1928 was de kracht van de Nederlandse ploeg lastig in te schatten. Pas in 1926 debuteerde Oranje op internationaal niveau. Tot aan de Spelen speelde het nationale team slechts negen internationale wedstrijden. Het merendeel tegen België. Ook trof Oranje in die periode Engeland en Duitsland. Van de negen duels werden er vier gewonnen, vier verloren en één gelijkgespeeld. De olympische finale van 1928 in Amsterdam tussen Brits-Indië en Nederland (3-0). Foto: Spaarnestad Archief Deelnemers olympisch toernooi Van die tegenstanders behoorden Duitsland en België ook tot het deelnemersveld van het olympisch hockeytoernooi. In totaal schreven tien landen zich in, maar Tsjechoslowakije trok zich terug, waardoor negen landen over twee groepen werden verdeeld. Nederland trof in de poulefase Frankrijk, Duitsland en Spanje. In de andere poule zaten huizenhoog favoriet Brits-Indië, België, Denemarken, Zwitserland en Oostenrijk. De winnaars van de poule plaatsten zich voor de finale, de nummers twee speelden om het brons. Het Vaderland schreef in een voorbeschouwing: ‘Van Frankrijk en Spanje zal wellicht wel gewonnen kunnen worden en het gaat er dus maar om wat het Nederlands elftal tegen Duitsland zal doen. De Duitsers zelf zijn ook al niet bijster gerust op het resultaat van deze ontmoeting, ondanks het feit dat zij een tweetal goede overwinningen op Nederland hebben behaald. Brits-Indië, dat ons land reeds voldoende bewijzen van zijn superieur spel heeft gegeven, zal zonder moeite de eindstrijd bereiken.’ Uitblinken De kracht van Brits-Indië werd een aantal weken voor de start van het olympisch toernooi duidelijk. In een oefenwedstrijd werd een versterkt Amsterdam met 15-2 verslagen. De ploeg blonk uit in snelheid, samenspel en balbehandeling. Het toegangsbewijs voor het olympisch hockeytoernooi van 1928 met een foto van de Oranje Heren op de Spelen in Amsterdam. De absolute sterspeler was Dhyan Chand, bijgenaamd ‘The Wizard’ en ‘The Magician’. De majoor uit het Brits-Indisch leger beschikte over een uitmuntende balcontrole. De bal leek vastgeplakt aan zijn stick. Bovendien bezat Chand scorend vermogen. In 185 interlands scoorde hij een duizelingwekkend aantal van 570 doelpunten. Grote cijfers Chand was ook in de poulefase van het olympisch toernooi op schot. Liefst dertien keer trof hij doel. Met zevenmijlslaarzen walste Brits-Indië over de tegenstanders heen. Na een 6-0 zege op Oostenrijk werden België (9-0), Denemarken (5-0) en Zwitserland (6-0) met gemak aan de kant geschoven. De finale was bereikt. Tegenstander om de gouden medaille was Nederland, dat het een stuk lastiger had in de andere poule. Na een 5-0 overwinning op Frankrijk bogen de Oranje Heren tegen Duitsland een achterstand om in een 2-1 zege. Hierdoor had Nederland in de laatste wedstrijd tegen Spanje genoeg aan een gelijkspel om het ticket voor de finale veilig te stellen. Gelijkspel tegen Spanje Hoewel de Spanjaarden al twee duels hadden verloren, had Oranje de handen vol aan de Zuid-Europeanen. Nederland kwam op 1-0, maar gaf die voorsprong in de slotfase uit handen. Ondanks ‘angstige ogenblikken bij de vele toeschouwers’, zo schreef Het Vaderland, trok Nederland het gelijkspel over de streep. Opstellingen van Brits-Indië en Nederland voor de olympische finale van 1928 in Amsterdam. Op zaterdag 26 mei 15.45 uur betraden de teams van Nederland en Brits-Indië het Olympisch Stadion voor de eindstrijd om de gouden medaille. Het zelfvertrouwen van de Oranje Heren was gedurende het toernooi gegroeid. Bovendien kampte Brits-Indië met een aantal zieken, onder wie Chand. De sterspeler was niet topfit, maar kon wel spelen. Drie keer Chand Nederland bood Brits-Indië goed partij. Weekblad Sportkroniek zag ‘driekwart van de tijd een gelijk opgaande wedstrijd’. Het was niet voldoende om voor een verrassing te zorgen. De zieke Chand drukte zijn stempel op het duel en leidde met drie doelpunten Brits-Indië eigenhandig naar de olympische titel (3-0), de eerste in een serie van zes op rij en acht in totaal. De nederlaag van de Oranje Heren werd omschreven als eervol. Nederland had de Indiërs ‘op waarlijk schitterende wijze partij gegeven’, schreef Sportkroniek. Het was de kleinste overwinning van Brits-Indië op dit toernooi. Nadat de Indische spelers hun aanvoerder op de schouders hadden genomen, werd ook Oranje-aanvoerder Rein de Waal in de lucht getild. Prachtige propaganda Kortom, de Oranje Heren lieten een goede indruk achter of zoals de Sumatra Post omschreef: ‘Dit succes is een pracht van propaganda geworden voor de hockeysport, die tot voor enige tijd in ons land nog altijd voor velen als een tweederangs sport beschouwd werd.’ Het bericht 92 jaar geleden: olympische finale belangrijke mijlpaal voor Nederland verscheen eerst op Hockey.nl .

Lees het hele bericht op Hockey.nl

Deel dit artikel met anderen

Nieuwkomer Leclef moet bij de Belgische grens aantonen dat zij in Nederland traint

Hoofdklasse

24/05/2020

Een van de nieuwe gezichten komend jaar bij Oranje-Rood is Pauline Leclef. De Belgische komt over van hockeyclub Braxgata. Nadat de middenveldster vorig jaar mondeling al een akkoord had met coach Tina Bachmann, leek alles al in kannen en kruiken. Doordat Bachmann dit jaar bekend maakte te gaan vertrekken leek ook de transfer van Leclef niet door te gaan. Toch bleek de nieuwe coach Stefan Duyf ook geïnteresseerd en bood Leclef een contract aan voor twee jaar. Voor de Belgische speelsters wordt de Livera Hoofdklasse steeds interessanter. Twee weken geleden sprak Hoofdklassehockey met Ambre Ballenghien . Ook zij liet toen weten graag in de toekomst in Nederland te willen spelen. De aankoop van Leclef was voor de dames van Oranje-Rood een van de eersten dit seizoen. Na Leclef volgden ook Floor Hoogers, Janneke van de Venne, Carmen Victoria, Kim Hendrix, Trijntje Beljaars en Sarah Sinck richting Eindhoven. Zie ook de transferpagina van Hoofdklassehockey . Oranje-Rood kwam dus met een lange lijst met nieuwe speelsters. Door het ‘verlies’ van sterspeelsters Laura Nunnink en Freeke Moes , lijkt het aantrekken van Leclef een logisch vervolg. Met 96 caps kan de Belgische, internationale hockey ervaring teruggeven. Hoofdklassehockey vroeg Leclef wat haar reden was om komend jaar in Nederland te gaan hockeyen: ‘Ik wilde eigenlijk altijd al in Nederland spelen. Afgelopen jaar had ik contact met Lisa Scheerlinck . Zij trainde afgelopen jaar een aantal keer mee met de Belgische selectie. Door haar werd ik enthousiast en uiteindelijk heeft dat ertoe geleid dat ik een contract heb getekend bij Oranje-Rood. Het gaat een druk jaar worden, want ook met het nationale team trainen wij normaal gesproken drie a vier keer per week. Toch heb ik veel zin in deze uitdaging’. Passie voor het spel Het gaat er komend jaar op lijken dat Oranje-Rood het moeilijk gaat krijgen om een plek bij de eerste vier teams af te dingen. Directe concurrenten SCHC, Den Bosch en Amsterdam hebben al flink in de buidel getast en ‘grote’ aankopen gedaan. Daarnaast lijkt het erop dat achtervolgers Kampong en Pinoké ook sterker zijn geworden. Toch is Leclef niet bang voor een lastig seizoen: ‘Ik heb op de eerste trainingen gemerkt dat het niveau niet tegen valt. Het tempo ligt hoog en mijn teamgenoten zijn super enthousiast. Ik zie hier veel passie voor het spel. Ik denk dat Oranje-Rood een aantal sterke speelsters erbij heeft gekregen en ben dus best positief. Daarom ben ik ook niet echt bang dat we dit jaar de weg naar beneden gaan zoeken’. Veel trainingen Waar de Belgische heren afgelopen jaar Europees kampioen in Antwerpen werden, blijkt ook dat de Belgische dames het goed doen. Ondanks het feit dat de Olympische Spelen niet werden behaald, laten de dames in de FIH Pro League goede resultaten zien. België staat op een vijfde plaats. Opvallend is dat zij daarvoor gemiddeld drie wedstrijden minder hebben gespeeld dan de concurrenten. Mocht de ploeg deze allemaal winnen, dan staat België op een gedeelde tweede plaats in het tussenklassement. ‘Bij Oranje-Rood gaan wij straks vier keer per week trainen. In België hebben we iets minder clubtrainingen dan dat jullie in Nederland hebben. Wij trainen daarentegen met de nationale ploeg wel drie a vier keer per week. We willen graag komend jaar goed presteren in de FIH Pro League en het EK Hockey wat in Nederland wordt georganiseerd . De coaches van België en Oranje-Rood zullen daarom nog wel even contact met elkaar moeten opnemen, want ik denk niet dat het haalbaar is dat ik straks 7/8 keer per week ga trainen. Daarnaast wil ik graag in Antwerpen blijven wonen, omdat ik hier mijn vrienden, familie, studie en appartement heb. Ik denk dat de combinatie met studie, veel trainen en een sociaal leven in Antwerpen haalbaar is, omdat ik zo erg gemotiveerd ben’, aldus Leclef. België hield een punt over aan het openingsduel tegen Oranje op het EK hockey in Antwerpen. Foto: Roel Ubels Reizen De reis van Antwerpen richting Eindhoven duurt normaal gesproken ongeveer 50 minuten. ‘Op zich is de reisafstand niet het grote probleem. Echter kan het op de ring van Antwerpen tijdens de spits wel extreem druk zijn. Het zal moeten blijken of het realistisch is om heen en weer te reizen’, aldus Leclef. Toch lijkt de reisafstand op dit moment niet de grootste hobbel voor de 24-jarige Leclef. De wegen zijn nu erg rustig doordat veel mensen thuis blijven vanwege het Corona-virus. Leclef kan vrij snel richting Eindhoven reizen. De weg terug richting Antwerpen geeft echter iets meer problemen. Leclef legt uit: ‘Als ik Nederland in ga is er geen enkel probleem. Echter, als ik weer terug ga naar België, dan wordt ik vaak aangehouden bij de grens. Ik moet hier een brief van de club laten zien dat ik in Nederland aan het trainen ben. De Belgische grenswacht is vanwege het Corona-virus erg streng wie er het land in en uitgaan. Toch houd me dit niet tegen om minder vaak naar Eindhoven af te reizen. De komende weken zal ik tot de zomerstop een aantal keer per week op de Nederlandse velden te zien zijn om met de dames van Oranje-Rood te gaan trainen’. Door: Redactie Hoofdklassehockey  

Lees het hele bericht op HoofdklasseHockey.nl

Deel dit artikel met anderen

Alleen twee cornerkanjers van weleer scoren meer dan Matla

Nederlands Elftal

21/05/2020

Het duurt nog even voordat we de nationale teams weer in actie zullen zien in een officiële interland. Als het zover is, dan kan Frédérique Matla bij de Oranje Dames verder bouwen aan haar indrukwekkende staat van dienst, nu al een van de meest indrukwekkende in de Oranje-historie. Op 11 juni aanstaande is het drie jaar geleden dat de 23-jarige Matla haar debuut maakte in het Nederlands elftal. Inclusief de uitwedstrijd tegen Engeland (2-2) van die dag staan er inmiddels 72 interlands achter haar naam, met 43 doelpunten en veertien assists. Die tussenbalans qua doelpunten is zeldzaam voor een pure aanvaller, zo blijkt na een uitgebreide duik in de interlanddatabase van de KNHB. Van alle speelsters in de Oranje-historie met minstens 72  caps op hun conto waren alleen Fieke Boekhorst en Lisanne Lejeune trefzekerder na zoveel wedstrijden. Ergens vrij logisch, want zij waren vanaf het eerste moment in hun Oranje-loopbaan als eerste schutter betrokken bij de strafcorner, nog altijd één van de effectiefste middelen om te scoren in het hockey. Veelal velddoelpunten Hoewel Matla als sleepkanon de laatste jaren een steeds prominentere rol krijgt bij de strafcorner, is haar productie grotendeels tot stand gekomen door doelpunten uit veldspel (37 van de 43). En dus kun je haar als pure aanvaller het beste vergelijken met voormalige topspitsen als Kim Lammers, Kelly Jonker,  Sophie von Weiler en Wietske de Ruiter. Van dat kwartet speelsters kende alleen de oogst van De Ruiter een soortgelijke ontwikkeling als die van Matla nu. Ook zij stond na 72 interlands op 43 treffers, om uiteindelijk uit te komen op 97 goals in 135 wedstrijden voor Oranje. Lammers, Jonker en Von Weiler kende een  mindere score na hun eerste 72 interlands. Klik op de afbeelding voor een grotere weergave. Bij de twintig beste schutters ooit De interlandcijfers van Matla zullen zich echt niet blijven ontwikkelen als een grafiek met een recht evenredig verband, maar met een gemiddelde van zo’n zes doelpunten per tien gespeelde interlands mag je best verwachten dat er nog heel wat typische  Matla fistpumps zullen volgen in de komende jaren. Haar huidige moyenne (0,59) heeft haar in nog geen drie jaar tijd al een plek bezorgd in de top20 aller tijden van beste schutters bij de Oranje Dames. En kansen om snel progressie te maken zijn er voldoende, want de drie speelsters boven haar in dat klassement – Fleur van de Kieft, Toos Bax en Naomi van As – zijn al binnen handbereik met respectievelijk 44, 45 en 45 doelpunten. De Ruiter als inspiratiebron Wellicht blijft Wietske de Ruiter voor Matla een mooie inspiratiebron in de jacht op een nog prominentere plek in de Oranje-hockeyhistorie. Met een doelpuntengemiddelde van 0,72 goals per interland heeft zij een zeldzaam goede productie voor een spits. Al kan het nog beter: aanvaller Heleen van Rooy had in de jaren zestig een moyenne van 0,90 (28 goals in 31 interlands) en Wally van Bueren deed het voor de Tweede Wereldoorlog zelfs nog beter met gemiddeld 1,38 goals per duel (18 in 13). Uiteraard speelden zij beduidend minder interlands dan De Ruiter, wat diens prestatie alleen maar knapper maakt. Frédérique Matla, hier tijdens de training van de Oranje Dames van begin mei: al 43 ballen in het mandje voor Oranje. Foto: Willem Vernes Het bericht Alleen twee cornerkanjers van weleer scoren meer dan Matla verscheen eerst op Hockey.nl .

Lees het hele bericht op Hockey.nl

Deel dit artikel met anderen

Belgisch-international Ballenghien kijkt er naar uit om te spelen in de Livera Hoofdklasse

Hoofdklasse

18/05/2020

Afgelopen jaar schitterde zij met België op het EK Hockey in Antwerpen. In het openingsduel tegen Nederland vlogen de vlammen er vanaf. Met explosieve acties en snelle rushes langs de lijn, was het Ambre Ballenghien die een plaaggeest was voor de Nederlandse defensie. Het resultaat, een gelijkspel tegen de latere Europese kampioene. Ze is nog maar 19 jaar, maar Ambre Ballenghien heeft nu al van zich laten horen. Ondanks dat ze maar één keer scoorde op het EK Hockey in Antwerpen, was de aanvalster een van de gevaarlijkste speelsters aan Belgische zijde. De spits maakte in het openingsduel tegen Oranje een goede indruk door verdedigster Sanne Koolen een aantal keer op het verkeerde been te zetten. Met snelle en explosieve acties liet Ballenghien vaak haar hielen aan de Nederlandse defensie zien. ‘Wat mij kenmerkt is dat ik goed ben in één op één situaties. Ik kan een tegenstander ‘gemakkelijk’ uitschakelen door mijn snelheid en technische handelingen. Met negen doelpunten was ik afgelopen jaar bijvoorbeeld bijna topscorer bij mijn eigen club La Gantoise in België. Stephanie VandenBorre maakte één doelpunt meer’. Sanne Koolen kon met pijn en moeite de snelle Ballenghien stoppen op het EK Hockey 2019. Foto: Roel Ubels Belgische selectie Een aantal weken geleden maakte Oranje-Rood bekent dat de  Belgische international Pauline Leclef de overstap van Braxgata naar Nederland zou gaan maken. Geen onlogische transfer, want niet alleen de Belgische mannen laten de afgelopen jaren zien dat hockey in eigen land in de lift zit. Ook de Belgische dames lieten op het EK in Antwerpen een aantal keer flitsend spel zien. De ‘Red Panthers’ leken een gevaarlijke tegenstander voor Oranje op de Olympische Spelen te worden. Niets bleek minder waar, België greep naast een ticket voor de Olympische Spelen door tijdens de kwalificatiewedstrijden te verliezen van China. ‘Het was een zware teleurstelling dat we de Spelen mistten. We wisselen sterke wedstrijden af met mindere wedstrijden. We zijn op dit moment nog niet degelijk genoeg. Dit kan te maken hebben dat onze selectie nog niet breed genoeg is. In Nederland is er bijvoorbeeld veel meer keuze. Komende jaren moeten we proberen meer steady met België te gaan spelen’, aldus Ballenghien. België eindigde ondanks een sterk optreden tegen Oranje op de derde plek in de poule op het EK Hockey in Antwerpen. Foto: Roel Ubels Oranje-Rood en Laren Het zal dan ook niemand verrassen dat het grote talent uit België binnenkort te bewonderen is op de Nederlandse velden. Een overstap naar de beste competitie ter wereld, de Livera Hoofdklasse, lijkt namelijk een logisch vervolg van de razendsnelle ontwikkeling van de Belgische die Nederlands begrijpt maar het liefst Frans of Engels spreekt. Ballenghien: ‘Je wilt als hockeyster graag spelen tegen de beste speelsters ter wereld. De Livera Hoofdklasse heeft deze speelsters. Ik heb veel contact met bijvoorbeeld mijn Belgische teamgenote Jill Boon. Zij heeft ervaring met de Nederlandse competitie’. Een overstap naar Oranje-Rood een logische keuze te zijn. De club, die niet ver van de Belgische grens af ligt, trok een aantal weken geleden al de eerste Belgische speelster aan. Ballenghien die niet alleen benaderd werd door Oranje-Rood legt uit: ‘Oranje-Rood heeft me benaderd via whatsapp. En ook Laren heeft mij gevraagd of ik er oren naar had om bij hen te komen spelen. Ik heb hier goed over nagedacht, maar op dit moment denk ik dat het nog net te vroeg is. Voorlopig wil ik mijzelf namelijk nog even verder ontwikkelen in België. Mijn studie is een van de belangrijkste redenen om hier voorlopig nog even te blijven. Ik wil ooit graag de overstap maken naar de Livera Hoofdklasse. Het liefste doe ik dat bij een team die strijd om een top-4 positie. Hoe lang ik nu nog in België wil blijven spelen, dat weet ik niet. Feit is wel, dat ik er voor open sta om uiteindelijk tegen de beste speelsters ter wereld de competitie wil aangaan’, aldus Ballenghien. Door: Redactie Hoofdklassehockey

Lees het hele bericht op HoofdklasseHockey.nl

Deel dit artikel met anderen

Dus toch die ene officiële interland voor Imke Lempers

Nederlands Elftal

17/05/2020

Het Nederlands elftal is het hoogst haalbare voor een hockeyer. Slechts 866 spelers trokken ooit het shirt van Oranje aan. Voor tachtig van hen bleef het bij die ene keer. Zo ook voor Imke Lempers (rechts op de foto) die op 19 december 1993 in Buenos Aires debuteerde in het duel met Argentinië. ‘Ik was er toen niet bezig met de hoeveelheid interlands die ik wel of niet zou spelen. Dat speelde helemaal niet in die tijd. Sterker nog, ik dacht eigenlijk dat ik geen officiële interland had gespeeld’, zegt Lempers, voormalig middenvelder van HGC en Amsterdam. Verlost In de onlangs gepubliceerde interlanddatabase van de KNHB staat toch echt het cijfer één achter haar naam. ‘Al jaren leef ik met het idee geen enkele officiële interland te hebben gespeeld. Dat vind ik de laatste jaren wel jammer, maar nu ben ik van een frustratie verlost’, zegt ze met een knipoog. Lempers maakte haar debuut in een duel met Argentinië tijdens een twee weken durende trip in het Zuid-Amerikaanse land in de winter van 1993. Terwijl Nederland werd geteisterd door storm en regen vertrokken de Oranje Dames met zeventien speelsters onder leiding van bondscoach Bert Wentink de dag na Sinterklaas naar het veel warmere Argentinië. De reis gold als voorbereiding op het WK in Dublin, dat in de zomer van 1994 werd gespeeld. Nederland verdedigde in de Ierse hoofdstad haar wereldtitel. Imke Lempers (staand tweede van rechts) met Jong Oranje. Foto: Imke Lempers Nieuwelingen In de selectie was Lempers een van de vijf nieuwelingen. Ook Nicole Koolen, Ageeth Boomgaardt, Mijntje Donners en Margje Teeuwen reisden mee met het grote Oranje. Van zenuwen had Lempers geen last, weet ze nog. ‘Het was niet: wauw, ik zit bij Oranje. Ik kende de meeste speelsters al via de club of andere Nederlandse selecties.’ De speelsters moesten flink aan de bak in Argentinië. Er werd twee keer per dag getraind en werden zes wedstrijden gespeeld. Daarnaast gaf de ploeg clinics aan de Argentijnse jeugd. Ontspanning was er in de vorm van onder meer een boottocht en een bezoek aan de Nederlandse ambassadeur. Het ritme van trainen, hotel, trainen, vond ik saai. Dat werd wel een sleur. Wedstrijden spelen vond ik leuk, trainen wat minder. Imke Lempers over de trip van de Oranje Dames in Argentinië ‘Internationale trips zijn altijd leuk’, zegt Lempers, ‘en Argentinië is een gaaf land. We begonnen de trip in Rosario en gingen daarna naar Buenos Aires. Maar het ritme van trainen, hotel, trainen, vond ik saai. Dat werd wel een sleur. Wedstrijden spelen vond ik wel leuk.’ Na een basisplaats tegen Litoral (2-0), een districtsteam uit Sante Fe, en invalbeurten in de duels met Invitational XI (4-1) en Jong Argentinië (2-1) maakte Lempers op 16 december 1993 haar officiële debuut voor de Oranje Dames. Ze begon in de basis tegen Argentinië, een duel dat Nederland met 1-0 won dankzij een vroeg doelpunt van Mieketine Wouters. Andere kijk Het was Lempers op dat moment niet duidelijk dat ze haar debuut heeft gemaakt. ‘Ik heb geen speldje gekregen. Een speech van de aanvoerder? Nee, ook geen speech. Maar zoals ik al zei, ik was er in die tijd niet zo mee bezig.’ Vlnr: Fleur Pessers, Imke Lempers, manager Mieke van den Akker en bondsbestuurslid Cora de Wilde tijdens de boottocht op rivier de Parana in de omgeving van Rosario. Foto: KNHB/Hockey Magazine In die tijd keek Lempers er ook anders tegenaan. Ze vond naast hockey ook andere dingen belangrijk: de studie psychologie en het studentenleven. ‘Naarmate ik ouder werd en ging studeren in Amsterdam vond ik het wel steeds lastiger om helemaal voor hockey te kiezen.’ Combineren steeds lastiger ‘In mijn jeugd was hockey echt mijn lust en mijn leven. Ik vond het in die tijd ook nog niet moeilijk er andere dingen voor op te geven, maar ik merkte dat ik het steeds moeilijker vond om de gezelligheid van het studentenleven in Amsterdam te missen. Het werd steeds lastiger om dat leven te combineren met hard trainen.’ ‘Het is de reden dat ik er niet helemaal vol voor ben gegaan. Uiteindelijk is de knop omzetten ook onderdeel van topsport. Als ik die knop wel had omgezet, had ik denk ik wel een eindtoernooi kunnen spelen. Nu vind ik het jammer dat ik niet aan de Olympische Spelen heb meegedaan, maar toen had ik dat gevoel niet zo.’ Telefoon van de bondscoach Lempers vertelt verder: ‘Ik woonde in een dispuuthuis met tien meiden die helemaal niets met hockey hadden. Die zeiden: jeetje, wat moet je er veel voor laten.’ Daarom werd het telefoontje van bondscoach Wentink een half jaar voor de trip naar Argentinië naar het dispuuthuis door een huisgenoot niet op waarde geschat. De opvolger van Roelant Oltmans wilde Lempers uitnodigen voor Oranje. Het zou de eerste keer zijn dat ze zich bij het grote Oranje mocht melden. Iemand uit het huis had de telefoon opgenomen, maar was dat vergeten door te geven. Imke Lempers over het telefoontje van de bondscoach naar het dispuuthuis ‘Iemand uit het huis had de telefoon opgenomen, maar was dat vergeten door te geven’, herinnert Lempers zich het voorval. ‘Anderhalve week later kwam bij de training van Amsterdam-coach Hans Jorritsma naar mij toe: ben je niet gebeld? Nee, zei ik. Nadat ik thuis kwam, vroeg ik of Bert Wentink voor mij had gebeld. Toen zei iemand: oh ja, die heeft gebeld.’ Dat het voor Lempers uiteindelijk bij die ene interland is gebleven, lag niet in de lijn der verwachting. Ze doorliep alle nationale selecties en speelde met Jong Oranje in 1989 het Jeugd WK in Ottawa. Op haar zeventiende debuteerde Lempers in het eerste van HGC. De middenvelder had een goed inzicht en beschikt over een versnelling. Talent ‘Ik was niet het grootste talent, maar als je aanvoerder bent van Nederlands A en op je zeventiende debuteert in Dames 1 dan ben je volgens mij best wel getalenteerd’, zegt Lempers. Poster van de universiteit van North Carolina waarmee Imke Lempers kampioen van de Verenigde Staten werd. Foto: Imke Lempers In totaal maakte Lempers een seizoen deel uit van de selectie van het grote Oranje. Vlak voor het WK in Dublin in 1994 viel ze als zeventiende speelster af. ‘Dat vond ik jammer, want ik had net zes weken hard getraind. Ik wist dat het moeilijk zou worden, want we hadden goede mensen op het middenveld. Nadat ik was afgevallen voor het WK, ben ik niet meer in het vizier van Oranje geweest.’ De Oranje Dames sloten het WK in Dublin teleurstellend af als zesde. Lempers zette twee jaar later een punt achter haar topsportcarrière. Een knieblessure noopte haar te stoppen. De middenvelder speelde in totaal acht seizoenen in de Hoofdklasse, drie voor HGC en vijf voor Amsterdam. Tussendoor hockeyde ze een jaar in de Verenigde Staten voor de universiteit van North Carolina. Hoewel haar loopbaan in mineur eindigde, kijkt Lempers absoluut niet met wrok terug. Ik kijk terug op een fantastische en leervolle tijd. Imke Lempers over haar hockeyloopbaan ‘Terugkijkend op mijn hockeyloopbaan, kan ik concluderen dat ik een leuke tijd heb gehad. Hockey heeft me namelijk veel gebracht. Het heeft me geleerd om ergens voor te gaan, in teams te werken en met teleurstellingen om te gaan Het was een enorme eer om bij het Nederlands team te zitten. Ik kijk terug op een fantastische en leervolle tijd. En eindelijk ben ik verlost van mijn frustratie. Nu ik een officiële interland achter mijn naam heb, kan ik eindelijk lekker slapen’, lacht Lempers. Imke Lempers richtte in 2011 PURE Executive Search op. Ze adviseert toonaangevende en innovatieve bedrijven die zoeken naar hoogopgeleide executives en toptalent. Het bericht Dus toch die ene officiële interland voor Imke Lempers verscheen eerst op Hockey.nl .

Lees het hele bericht op Hockey.nl

Deel dit artikel met anderen

Niemand bereidt meer Oranje-goals voor dan Laurien Leurink

Nederlands Elftal

14/05/2020

De periode zonder interlandhockey biedt een mooie gelegenheid de recente historie van de Oranje-teams aandachtig onder de loep te nemen. Dat levert meteen unieke informatie op. Op de vraag wie er bij de Oranje Dames onder bondscoach Alyson Annan degene is die de meeste doelpunten heeft voorbereid, kunnen we eindelijk een antwoord geven: Laurien Leurink . Met Annan als bondscoach speelden de Oranje Dames tot nu toe 116 interlands, waarvan er 77 een competitief karakter hadden. Dat zijn de wedstrijden die ertoe doen: alle duels op een EK, WK, Champions Trophy, Hockey World League, de Olympische Spelen en de nog jonge FIH Pro League. Leurink was in 69 van die 77 interlands van de partij en liet zich daarin nadrukkelijk gelden. Niet alleen maakte de 25-jarige aanvaller van SCHC (102 interlands in totaal) zelf zeventien doelpunten in toernooiverband, ze bereidde ook nog eens 26 doelpunten van ploeggenoten voor. Daarmee is ze met afstand de hofleverancier van assists in de selectie van Annan. Caia van Maasakker (veertien assist), Frédérique Matla, Xan de Waard (elk dertien), Carlien Dirkse van den Heuvel en Lidewij Welten (elk twaalf) volgen op gepaste afstand. Tijdens de tien toernooien en internationale competities die Leurink speelde sinds haar interlanddebuut op 5 december 2015 had ze altijd een grote impact op de productie van Oranje. Ze was direct betrokken bij 16,7 procent (43) van alle 257 doelpunten. Bij negen van de tien toernooien liet ze altijd minimaal een doelpunt én een assist aantekenen, iets wat alleen tijdens de Champions Trophy van 2018 in China niet lukte (zes duels, géén goals, twee assists). Kortom, ze speelt bij Oranje een belangrijke rol in de jacht naar doelpunten. Typische verbinder ‘In het veld ben ik een verbinder’, zegt Leurink als we haar op de hoogte brengen van de cijfers. ‘Ik geef liever een passje naar iemand die er beter voor staat dan dat ik voor eigen succes ga. Ik denk dat dat voortkomt uit mijn liefde voor het zaalhockey. Ik vind dat zo’n vet spelletje. Daar móet je de bal wel tot het laatste moment blijven passen om te kunnen scoren. Zo probeer je zo dicht mogelijk bij de goal te komen. Op die manier speel ik ook op het veld. Mijn teamgenoten weten dat en houden altijd rekening met die pass.’ Wat is een assist? Om tot een assist-klassement binnen Oranje te komen, moesten we eerst de definitie bepalen. Onder een assist verstaan we de rechtstreekse pass of balberoering die ertoe leidt dat de ontvanger van de bal een doelpunt maakt. Ook de technische staf van Oranje hanteert die definitie, met het voorbehoud dat de pass of balberoering wél direct moet leiden tot een doelpoging. Volgt er eerst nog een uitgebreide individuele loop- en passeeractie van de ontvanger, dan noteren Alyson Annan en haar staf die liever als een zelf-assist van de doelpuntenmaker . Strikt genomen zou je ook de stopper bij de strafcorner met een assist kunnen belonen als de schutter daarna vanaf kop cirkel raak pusht, maar deze aparte situatie hebben we voor dit klassement buiten beschouwing gelaten, zoals dat altijd gebeurt. Matla profiteert het meest Het knappe aan de assists van Leurink is dat ze allemaal voortkomen uit veldspel. De speelster van SCHC is in het aanvalsspel van Oranje vaak degene die met een subtiel passje een ploeggenoot een niet te missen kans biedt. Het getuigt niet alleen van gevoel voor de ruimte om haar heen, maar verraadt ook onzelfzuchtigheid. ‘Ik denk dat die rol inderdaad goed bij mijn karakter past’, zegt Leurink daar zelf over. ‘In mijn eerste periode bij Oranje vond ik het prachtig om degene te zijn die Naomi van As of Ellen Hoog kon lanceren . Een schakel zijn in een mooie aanval, daar kan ik echt van genieten.’ Bij de Oranje Dames is het Frédérique Matla die het vaakst profiteerde van het voorbereidende werk van Leurink: de spits van Den Bosch werd bij zeven van haar 43 interlandgoals door Leurink in stelling gebracht. Die gouden combinatie is geen toeval: is er een heuse klik tussen beide speelsters. Leurink: ‘Frédérique heeft ook een zaalhockeyverleden, net als bijvoorbeeld Marijn Veen. Dan begrijp je elkaars spel goed. We hebben het regelmatig over het maken van mooie combinaties en doelpunten. Die connectie tussen ons is er zeker en het is ook fijn voor het team dat zij de geboden kansen vaak benut. Dat is ook een fijne kwaliteit.’ High five tussen Laurien Leurink en Frédérique Matla na een geslaagde combinatie. Foto: Willem Vernes Goal contributions Als we kijken naar het gecombineerde klassement van doelpunten en assists, dan kan alleen strafcornerkanon Caia van Maasakker betere cijfers overleggen dan Leurink. De sleepspecialiste van SCHC maakte sinds december 2015 dertig doelpunten en bereidde voornamelijk via strafcornervarianten ook nog eens veertien doelpunten voor. Achter Leurink (zelf dus betrokken bij 43 van de 257 competitieve doelpunten) gooien aanvallers Welten (41) en Matla (38) ook hoge ogen. Leurink: ‘Leuk om te horen dat ik zo hoog op deze lijstjes sta, maar ik hecht er verder geen waarde aan. Je moet nooit vergeten dat alles wat we doen een team effort is. Sommige speelsters staan vanuit de statistieken misschien wat sneller in de spotlights dan anderen, maar dat betekent niet dat ze minder belangrijk zijn. Het verdedigende werk in de achterhoede, de vele loopacties van onze middenvelders: iedereen levert een bijdrage aan de teamprestatie.’ Klik op de afbeelding voor een grotere weergave. Graphic: Ramon Min Het bericht Niemand bereidt meer Oranje-goals voor dan Laurien Leurink verscheen eerst op Hockey.nl .

Lees het hele bericht op Hockey.nl

Deel dit artikel met anderen

Topcoach Masterclass: Max Caldas over aanpassingsvermogen en chaos

Nederlands Elftal

12/05/2020

In de serie ‘Topcoach Masterclass’ delen topcoaches hun lessen. Vandaag Max Caldas (47), bondscoach van de Oranje Heren. Hij werd met het Nederlands elftal Europees kampioen in 2015 en 2017 en won zilver op het WK in India (2018). Caldas veroverde goud met de Oranje Dames op de Olympische Spelen in Londen en het WK in Den Haag.  ‘Iedereen heeft een plan totdat ze tikken krijgen. Dat was wat bokser Mike Tyson vroeger zei. Als je een tik krijgt, is het de kunst om niet meteen te liggen als je geraakt wordt. Het gaat om de reactie’, vertelt Caldas. ‘Plannen staan altijd perfect op papier, als het goed is. Maar je aanpassingsvermogen wordt altijd op de proef gesteld. Dan moet je midden in de chaos controle vinden. Dan moet je uitgaan van eigen kracht. Deze coronacrisis is het perfecte voorbeeld van aanpassingsvermogen. Being comfortable with being uncomfortable .’ Max Caldas afgelopen week tijdens de eerste week weer trainen met Oranje. Op de achtergrond Jorrit Croon. Foto: Koen Suyk Ook zonder coronacrisis is het vak van coach continu aanpassen, weet Caldas, die een groot team aanstuurt van spelers en begeleiding. ‘Als coach wil je het altijd hebben zoals jij het wilt, maar dat is niet altijd het geval. Sterker nog: het gebeurt zelden precies zoals jij wilt. In topsport verandert alles snel. Binnen een training, binnen een wedstrijd. Dat is iets wat mij altijd heeft geïnteresseerd. Je kunnen aanpassen is een van de belangrijkste onderdelen van high performance . Adapteren aan de situatie. Het vermogen om dat te kunnen, wordt onderschat. Het is een combinatie tussen een volledig programma klaar hebben staan, tot het zelf goed observeren van wat er verandert en de volgende fase ingaan. Niet instorten, niet alles veranderen, maar wel meebewegen.’ Hier volgen de lessen van Caldas. Planning moet perfect zijn Caldas: ‘Wij maken normaal een programma van vier jaar, met blokken van twee jaar. Dan is er een programma per jaar, maand en per week, per dag. Met allerlei mogelijke fysieke en hockey-inhoudelijk scenario’s. In een bepaalde mate ben je tot de centimeter aan het plannen. Pas als je alles klaar hebt staan en aan de voorkant goede keuzes hebt gemaakt, kun je daarna flexibel zijn. Als je al geen goede planning hebt gemaakt, is elke verandering een bedreiging, ga je wankelen en is de emotie opeens leidend.’ Flexibel zijn (na teleurstelling uitstel Tokio2020) ‘Natuurlijk mag je toegeven dat je baalt van Tokio. Daarna moet je kijken waar je mee aan de slag kan. In plaats van balen ben ik met de coaches, medische staf, performance coaches en Auke (Klarenbeek, inspanningsfysioloog, red.) aan de slag gegaan. Oké, de eerste afslag naar Tokio is dicht. Dan moeten we de volgende afslag nemen. Je moet altijd bezig zijn met de volgende stap. Meebewegen hoort bij ons vak. Je bent namelijk nooit geïsoleerd in je eigen context. Flexibiliteit is belangrijk. Wat kunnen we in deze periode doen dat ons sterker gaat maken? Dat was bij ons intern de vraag. Controleer wat je kunt controleren, maar vergeet niet dat bedreigingen gezond zijn. Die kansen moet je benutten.’ ‘Je moet je altijd bewust zijn de dingen waar je mee bezig bent. In principe zijn we ook nu nog steeds in control wat wij zelf uitvoeren. Daarom hebben wij besloten dat 8 juni als datum intact bleef. Het programma van de zomer tot het oorspronkelijke begin van de Olympische Spelen in 2020. Topsporters willen namelijk helderheid in hun agenda. Zij willen weten wanneer ze eten, slapen en een sociaal leven kunnen hebben.’ Hockey Pro League 2020, Buenos Aires. Foto: Rodrigo Jaramillo Het ego opzij zetten ‘Wij zien deze periode nu als een manier om bepaalde dingen anders in te richten. Spelers kwamen zelf met leuke suggesties, zowel over de weekindeling, de locaties van de trainingen en ook over de inhoud van ons spel, ook voor de periode na de zomer. Hoe ziet het ideale programma uit, met welke inhoudelijke thema’s? Als coach moet je heel goed met je zintuigen kunnen omgaan. Kunnen kijken naar anderen, maar ook naar jezelf. Niet het ego laten beslissen, maar kijken wat het beste is voor iedereen. Het is niet altijd makkelijk om als leider toe te geven, maar ik denk dat wij alles durven te bespreken. Het beste idee is bij ons het juiste idee, van wie dat nou komt. Ik ben deze tijd veel aan het sparren met andere coaches. Ik zit in een Zoom-groep met Spaanse professionele voetbalcoaches. In een groep met Argentijnse hockeycoaches en eentje met Engelstalige coaches. Daar praten we alleen maar over coaching en trainen. Opeens heb je daar nu meer tijd voor.’ ‘Voor ons staan deze zes weken de skills centraal, de basistechnieken. Passing, aannames, intercepties, maar ook strafcornertechniek en scoringstechnieken. Dingen waar we normaal minder specifiek aan toekomen met trainingen van Oranje. Dat is het doel van deze periode, om daarin een voorsprong te pakken. Wij zijn als Nederlands volk altijd heel goed om creatief te zijn. Consistent iets doen brengt ons dichterbij winnen. Maar Nederlanders zijn soms liever creatief, dan consistent.’ Finale EK hockey. Belgie – Nederland 2-4, Nederland is Europees Kampioen, bondscoach Max Caldas (Ned). Foto: Willem Vernes Niet kijken naar winst of verlies ‘Als jouw analyse van een wedstrijd start met winst of verlies, ben je te vatbaar voor veranderingen. Op het EK in 2017 verloren we de poulewedstrijd tegen België met 0-5. Maar dat gaf ons geen enkele reden om in paniek te raken. We moesten analyseren wat wel goed ging. De statistieken van de wedstrijd gaven bevestiging van ons goede spel. Die waren allemaal positief, er was geen reden om in paniek te raken, behalve dat die Belgen vijf keer hadden gescoord. Als je analyseert moet je dat op basis van de prestatie doen en niet op basis van het resultaat. Dat proces heeft ons tot de laatste wedstrijd geholpen (Oranje won de finale van het EK met 4-2, na een achterstand van 0-2, red.).’ ‘Op het WK in India verloren we in de poule met 4-1 van Duitsland. Toen speelden we drie hele goede kwarten en één minder kwart. Als je niet alles baseert in de context van winnen of verliezen, kun je weer verder. Daarom konden we snel na de wedstrijd in de kleedkamer met de spelers helder uitleggen bespreken waar het fout ging. Het is overigens heel Nederlands om eerst naar jezelf terug te keren in chaos, terwijl je niet naar jezelf terug moet keren, maar naar het team. Dan pas naar het individu.’ Bondscoach Max Caldas (Ned) met rechts Glenn Schuurman (Ned) tijdens de halve finale tussen Nederland en Australië bij het WK in het Kalinga Stadion. Foto: Koen Suyk Ook leren van winst ‘2019 was een lastig jaar voor ons. Te ongecontroleerd. Het WK, waar we tweede werden, was net afgelopen, of we moesten al naar Australië voor de Pro League, met een hele grote selectie. De learnings van het WK hebben we te weinig kunnen bespreken. De analyse ging niet zo diep als had gemoeten door al het reizen. Er waren te veel veranderingen door de Pro League. Die lessen proberen we mee te nemen naar deze jaren. Het is niet waar dat je alleen maar leert van verlies. De kunst is ook: kun je de juiste dingen leren als je wint? Dat is de kunst van het analyseren.’ Lessen in de praktijk: de zenuwslopende kwalificatiewedstrijd tegen Pakistan ‘Je hebt zelf altijd een keuze waar je wilt zijn. Je kunt staan in de hoek van wat de buitenwereld van je vindt (over de moeizame eerste wedstrijd tegen Pakistan, die eindigde in een verrassende 4-4, red.). Of je kunt in de hoek staan waar je zelf wil zijn. Wij hebben die avond na de eerste kwalificatiewedstrijd tegen Pakistan met elkaar gegeten en met de staf en spelers erover gehad hoe we ons voelden tijdens de wedstrijd. Spelers waren onder andere gestrest. Dat is benoemd. Graham (Reid, oud-assistent Oranje, nu bondscoach India, red.) had me al eerder opgebeld die dag, dat de druk van zo’n kwalificatiewedstrijd echt enorm is. Wij hadden ook een korte voorbereiding op deze wedstrijd. Wij hadden niet de tools om stabiel te zijn.’ Olympic Qualifier Tokio. Nederland – Pakistan 4-4, bondscoach Max Caldas (Ned) doceert aan Floris Wortelboer (Ned). Foto: Koen Suyk ‘Als coach moet je verdomde goed zijn, om te kiezen wat je dan in zo’n hectisch weekend doet. Je moet ook niet in de heat of the moment iets totaal anders willen met de spelers. Die zondagochtend hebben we gesproken over waar we wilden zijn die middag, en wie we wilden zijn. Wij hebben gepraat over hoe wij wilden spelen en wat we moesten uitstralen. Het klinkt simpel, maar de hamvraag was: durf jij daar als speler te staan? De oplossing zat voor de wedstrijd zondag niet in de inhoud. Het zat in de persoon, de spelers en staf zelf. Ze moesten zich bevrijd voelen. Het zat niet in het aanlopen van de press. Je wilt niet dat spelers tijdens de wedstrijd gaan denken, maar dat ze spelen.’ Lees ook andere masterclasses Paul van Ass over ‘de staat van bevrijding’ Jeroen Delmee legt de zone-verdediging uit Het bericht Topcoach Masterclass: Max Caldas over aanpassingsvermogen en chaos verscheen eerst op Hockey.nl .

Lees het hele bericht op Hockey.nl

Deel dit artikel met anderen

Topcoach Masterclass: Max Caldas over aanpassingsvermogen en chaos

Nederlands Elftal

12/05/2020

In de serie ‘Topcoach Masterclass’ delen topcoaches hun lessen. Vandaag Max Caldas (47), bondscoach van de Oranje Heren. Hij werd met het Nederlands elftal Europees kampioen in 2015 en 2017 en won zilver op het WK in India (2018). Caldas veroverde goud met de Oranje Dames op de Olympische Spelen in Londen en het WK in Den Haag.  ‘Iedereen heeft een plan totdat ze tikken krijgen. Dat was wat bokser Mike Tyson vroeger zei. Als je een tik krijgt, is het de kunst om niet meteen te liggen als je geraakt wordt. Het gaat om de reactie’, vertelt Caldas. ‘Plannen staan altijd perfect op papier, als het goed is. Maar je aanpassingsvermogen wordt altijd op de proef gesteld. Dan moet je midden in de chaos controle vinden. Dan moet je uitgaan van eigen kracht. Deze coronacrisis is het perfecte voorbeeld van aanpassingsvermogen. Being comfortable with being uncomfortable .’ Max Caldas afgelopen week tijdens de eerste week weer trainen met Oranje. Op de achtergrond Jorrit Croon. Foto: Koen Suyk Ook zonder coronacrisis is het vak van coach continu aanpassen, weet Caldas, die een groot team aanstuurt van spelers en begeleiding. ‘Als coach wil je het altijd hebben zoals jij het wilt, maar dat is niet altijd het geval. Sterker nog: het gebeurt zelden precies zoals jij wilt. In topsport verandert alles snel. Binnen een training, binnen een wedstrijd. Dat is iets wat mij altijd heeft geïnteresseerd. Je kunnen aanpassen is een van de belangrijkste onderdelen van high performance . Adapteren aan de situatie. Het vermogen om dat te kunnen, wordt onderschat. Het is een combinatie tussen een volledig programma klaar hebben staan, tot het zelf goed observeren van wat er verandert en de volgende fase ingaan. Niet instorten, niet alles veranderen, maar wel meebewegen.’ Hier volgen de lessen van Caldas. Planning moet perfect zijn Caldas: ‘Wij maken normaal een programma van vier jaar, met blokken van twee jaar. Dan is er een programma per jaar, maand en per week, per dag. Met allerlei mogelijke fysieke en hockey-inhoudelijk scenario’s. In een bepaalde mate ben je tot de centimeter aan het plannen. Pas als je alles klaar hebt staan en aan de voorkant goede keuzes hebt gemaakt, kun je daarna flexibel zijn. Als je al geen goede planning hebt gemaakt, is elke verandering een bedreiging, ga je wankelen en is de emotie opeens leidend.’ Flexibel zijn (na teleurstelling uitstel Tokio2020) ‘Natuurlijk mag je toegeven dat je baalt van Tokio. Daarna moet je kijken waar je mee aan de slag kan. In plaats van balen ben ik met de coaches, medische staf, performance coaches en Auke (Klarenbeek, inspanningsfysioloog, red.) aan de slag gegaan. Oké, de eerste afslag naar Tokio is dicht. Dan moeten we de volgende afslag nemen. Je moet altijd bezig zijn met de volgende stap. Meebewegen hoort bij ons vak. Je bent namelijk nooit geïsoleerd in je eigen context. Flexibiliteit is belangrijk. Wat kunnen we in deze periode doen dat ons sterker gaat maken? Dat was bij ons intern de vraag. Controleer wat je kunt controleren, maar vergeet niet dat bedreigingen gezond zijn. Die kansen moet je benutten.’ ‘Je moet je altijd bewust zijn de dingen waar je mee bezig bent. In principe zijn we ook nu nog steeds in control wat wij zelf uitvoeren. Daarom hebben wij besloten dat 8 juni als datum intact bleef. Het programma van de zomer tot het oorspronkelijke begin van de Olympische Spelen in 2020. Topsporters willen namelijk helderheid in hun agenda. Zij willen weten wanneer ze eten, slapen en een sociaal leven kunnen hebben.’ Hockey Pro League 2020, Buenos Aires. Foto: Rodrigo Jaramillo Het ego opzij zetten ‘Wij zien deze periode nu als een manier om bepaalde dingen anders in te richten. Spelers kwamen zelf met leuke suggesties, zowel over de weekindeling, de locaties van de trainingen en ook over de inhoud van ons spel, ook voor de periode na de zomer. Hoe ziet het ideale programma uit, met welke inhoudelijke thema’s? Als coach moet je heel goed met je zintuigen kunnen omgaan. Kunnen kijken naar anderen, maar ook naar jezelf. Niet het ego laten beslissen, maar kijken wat het beste is voor iedereen. Het is niet altijd makkelijk om als leider toe te geven, maar ik denk dat wij alles durven te bespreken. Het beste idee is bij ons het juiste idee, van wie dat nou komt. Ik ben deze tijd veel aan het sparren met andere coaches. Ik zit in een Zoom-groep met Spaanse professionele voetbalcoaches. In een groep met Argentijnse hockeycoaches en eentje met Engelstalige coaches. Daar praten we alleen maar over coaching en trainen. Opeens heb je daar nu meer tijd voor.’ ‘Voor ons staan deze zes weken de skills centraal, de basistechnieken. Passing, aannames, intercepties, maar ook strafcornertechniek en scoringstechnieken. Dingen waar we normaal minder specifiek aan toekomen met trainingen van Oranje. Dat is het doel van deze periode, om daarin een voorsprong te pakken. Wij zijn als Nederlands volk altijd heel goed om creatief te zijn. Consistent iets doen brengt ons dichterbij winnen. Maar Nederlanders zijn soms liever creatief, dan consistent.’ Finale EK hockey. Belgie – Nederland 2-4, Nederland is Europees Kampioen, bondscoach Max Caldas (Ned). Foto: Willem Vernes Niet kijken naar winst of verlies ‘Als jouw analyse van een wedstrijd start met winst of verlies, ben je te vatbaar voor veranderingen. Op het EK in 2017 verloren we de poulewedstrijd tegen België met 0-5. Maar dat gaf ons geen enkele reden om in paniek te raken. We moesten analyseren wat wel goed ging. De statistieken van de wedstrijd gaven bevestiging van ons goede spel. Die waren allemaal positief, er was geen reden om in paniek te raken, behalve dat die Belgen vijf keer hadden gescoord. Als je analyseert moet je dat op basis van de prestatie doen en niet op basis van het resultaat. Dat proces heeft ons tot de laatste wedstrijd geholpen (Oranje won de finale van het EK met 4-2, na een achterstand van 0-2, red.).’ ‘Op het WK in India verloren we in de poule met 4-1 van Duitsland. Toen speelden we drie hele goede kwarten en één minder kwart. Als je niet alles baseert in de context van winnen of verliezen, kun je weer verder. Daarom konden we snel na de wedstrijd in de kleedkamer met de spelers helder uitleggen bespreken waar het fout ging. Het is overigens heel Nederlands om eerst naar jezelf terug te keren in chaos, terwijl je niet naar jezelf terug moet keren, maar naar het team. Dan pas naar het individu.’ Bondscoach Max Caldas (Ned) met rechts Glenn Schuurman (Ned) tijdens de halve finale tussen Nederland en Australië bij het WK in het Kalinga Stadion. Foto: Koen Suyk Ook leren van winst ‘2019 was een lastig jaar voor ons. Te ongecontroleerd. Het WK, waar we tweede werden, was net afgelopen, of we moesten al naar Australië voor de Pro League, met een hele grote selectie. De learnings van het WK hebben we te weinig kunnen bespreken. De analyse ging niet zo diep als had gemoeten door al het reizen. Er waren te veel veranderingen door de Pro League. Die lessen proberen we mee te nemen naar deze jaren. Het is niet waar dat je alleen maar leert van verlies. De kunst is ook: kun je de juiste dingen leren als je wint? Dat is de kunst van het analyseren.’ Lessen in de praktijk: de zenuwslopende kwalificatiewedstrijd tegen Pakistan ‘Je hebt zelf altijd een keuze waar je wilt zijn. Je kunt staan in de hoek van wat de buitenwereld van je vindt (over de moeizame eerste wedstrijd tegen Pakistan, die eindigde in een verrassende 4-4, red.). Of je kunt in de hoek staan waar je zelf wil zijn. Wij hebben die avond na de eerste kwalificatiewedstrijd tegen Pakistan met elkaar gegeten en met de staf en spelers erover gehad hoe we ons voelden tijdens de wedstrijd. Spelers waren onder andere gestrest. Dat is benoemd. Graham (Reid, oud-assistent Oranje, nu bondscoach India, red.) had me al eerder opgebeld die dag, dat de druk van zo’n kwalificatiewedstrijd echt enorm is. Wij hadden ook een korte voorbereiding op deze wedstrijd. Wij hadden niet de tools om stabiel te zijn.’ Olympic Qualifier Tokio. Nederland – Pakistan 4-4, bondscoach Max Caldas (Ned) doceert aan Floris Wortelboer (Ned). Foto: Koen Suyk ‘Als coach moet je verdomde goed zijn, om te kiezen wat je dan in zo’n hectisch weekend doet. Je moet ook niet in de heat of the moment iets totaal anders willen met de spelers. Die zondagochtend hebben we gesproken over waar we wilden zijn die middag, en wie we wilden zijn. Wij hebben gepraat over hoe wij wilden spelen en wat we moesten uitstralen. Het klinkt simpel, maar de hamvraag was: durf jij daar als speler te staan? De oplossing zat voor de wedstrijd zondag niet in de inhoud. Het zat in de persoon, de spelers en staf zelf. Ze moesten zich bevrijd voelen. Het zat niet in het aanlopen van de press. Je wilt niet dat spelers tijdens de wedstrijd gaan denken, maar dat ze spelen.’ Lees ook andere masterclasses Paul van Ass over ‘de staat van bevrijding’ Jeroen Delmee legt de zone-verdediging uit Het bericht Topcoach Masterclass: Max Caldas over aanpassingsvermogen en chaos verscheen eerst op Hockey.nl .

Lees het hele bericht op Hockey.nl

Deel dit artikel met anderen

‘Afstand, afstand!’ galmt door het Wagener bij Oranje-training

Nederlands Elftal

06/05/2020

Het zonnetje scheen, de oranje t-shirts zaten weer als gegoten, en ook de tip-ins en backhands vlogen als vanouds in het net achter de keepers. De terugkeer van Oranje op het hockeyveld ging gepaard met veel blijdschap, totdat het coronaprotocol in gevaar kwam. Als het harde schot van Jelle Galema net langs alle bescherming van Maurits Visser glipt, trekt de keeper een moeilijk gezicht. Hij heeft even serieus pijn en voelt aan zijn lichaam. Dus wil Galema checken hoe het met zijn maatje is. Zo is de menselijke natuur. Maar dan schalt de harde stem van bondscoach Max Caldas door het Wagener. ‘Afstand, afstand!!’ wordt naar Galema geschreeuwd. De aanvaller van Den Bosch luistert meteen en herstelt wat zijn intuïtie hem had ingefluisterd. Hij doet een paar stappen terug, zodat hij die drie meter kan handhaven, die de internationals op het veld moeten houden. Assistent Rick Mathijssen legt uit wat er op de training moet gebeuren. Foto: Koen Suyk ‘Dit is zeker vanaf drie meter?’ Het is een incident, zoals trainen tijdens corona veel kleine aanpassingen vergt. Middenvelder Robbert Kemperman vertelt dat hij al is gewezen op zijn spuuggedrag. ‘Je maakt tijdens de training speeksel aan in je mond. Dat wil je kwijt. Ik ben al een paar op m’n vingers getikt. Maar verder is het prima. Je hoeft ook niet heel gek te doen met z’n allen, je moet gewoon een beetje opletten’, zegt de middenvelder. Het protocol van drie meter wordt zelfs misbruikt door de spelers, als het ze uitkomt. Als Thierry Brinkman een schot en een tip-in scoort bij keeper Pirmin Blaak, lacht de keeper: ‘En dit is zeker vanaf drie meter?’ Zo is het sfeertje woensdag bij Oranje, dat deze week de trainingen weer mocht oppakken, met aangepast coronaprotocol. Dat oogt niet per se superstreng in de warme ochtendzon, maar is dat wel. Zo traint Max Caldas met een groep van negen tot tien uur ’s ochtends, met onder andere Bjorn Kellerman, Billy Bakker en Jeroen Hertzberger. Assistent Rick Mathijssen heeft zijn eigen groep van tien tot elf. Van elf tot twaalf sluit assistent Taco van den Honert af in het stadion dat is afgesloten voor het grote publiek. Mink van der Weerden haalt uit met zijn backhand. Foto: Koen Suyk Elke trainer heeft zijn eigen groepje spelers De groepjes bestaan uit maximaal zes spelers, wat ervoor zorgt dat het imposante veld in het nationale hockeystadion er nog groter uitziet dan normaal. Het Nederlands elftal beschikt elk uur over een keeper. Pirmin Blaak, Sam van der Ven en Maurits Visser wisselen elkaar af. Deze week traint Oranje twee keer per week. Dat wordt langzaam opgevoerd naar vier keer per week. Er zijn duidelijke routes in het stadion gemaakt door de coronacoördinatoren van de KNHB. Wie klaar is met de training, moet afsluiten op het veld naast het stadion, bij inspanningsfysioloog Auke Klarenbeek. Daarna is een vertrek verplicht en rest niets anders dan een paar woorden en even zwaaien naar de ploeg die dan op het veld staat. Om de kans op besmetting zo laag mogelijk te houden, blijven Caldas, Mathijssen en Van den Honert de komende weken met dezelfde groepen trainen. Caldas kijkt dus wel naar de andere trainingen en kan ook contact maken met die andere spelers, maar omdat het niet de bedoeling dat spelers blijven ‘hangen’, is er van socializen niet echt sprake. Verdediger Sander Baart houdt zich strak aan deze coronaregels. Hij stond al om half tien voor het witte hek van het Wagener. Hij had verkeerd gekeken op het schema en blijkt pas elf uur op het veld verwacht te worden. Dus ging hij maar om de hoek van het Amsterdamse Bos ergens koffie halen. Sander Baart wacht op de volgende shift zodat hij het veld op mag, bij de training van het heren hockey team. Foto: Koen Suyk De blaar van Baart Maandag beleefde de ervaren verdediger Sander Baart (32) een primeur in zijn lange loopbaan, die tot nu toe 191 interlands lang is en waarvan het de vraag is wanneer de tikker eindelijk naar de 192 kan slaan. ‘Op een gegeven moment voelde ik tijdens de training maandag wat knappen. Het was een bloedblaar die open sprong. Dat was voor het eerst in m’n leven, een blaar op m’n hand’, vertelt Baart, die komend seizoen terugkeert bij Oranje-Rood in Eindhoven. ‘Ik denk dat het komt, omdat we veel hadden geschoten op goal. Het was even wennen. Maandag was de eerste bal die ik sloeg ook niet echt vlak.’ Het is een euvel waar meer spelers last van hebben. Als onder andere Mirco Pruyser, Mink van der Weerden en Sander de Wijn de bal hard naar elkaar overslaan, over de hele breedte van het veld, klinken opeens woeste kreten, als golfers die in paniek ‘Fore’ roepen als een bal richting andere mensen zweeft. Een ‘pass’ van Pruyser schiet snoeihard de tribune op, en raakt gelukkig geen verslaggevers en ook niet Michiel van der Struijk, de bondscoach van Jong Oranje, die aan het observeren is hoe een ‘coronatraining’ eruit ziet, als hij eventueel met zijn team weer mag trainen. De ene international slaat de bal woensdag consequent vlak, de ander doet het soms nog met een flinke stuiter, na anderhalve maand geen bal te hebben geslagen. Als een international een bal niet stopt, lacht de strak geschoren bondscoach Max Caldas op de tribune. ‘Quarantaine stoppen’ is de ludieke kreet die deze weken bij een gemiste bal hoort. Voor het eerst in z’n leven had Baart na zes weken zonder hockey blaren op z’n handen. Foto: Koen Suyk Sander Baart wordt elke keer gecontroleerd bij de grens Voor Baart is de training van een uur een uitje. Ook al komt hij ervoor uit Antwerpen en moet hij op de terugweg bij de Belgische grens altijd een papier van de hockeybond met allemaal handtekeningen laten zien om te bewijzen dat hij daadwerkelijk in Nederland moet zijn, om zijn werk als hockeyprofessional uit te kunnen oefenen. ‘Voor mij is dit net vakantie. Twee uurtjes in de auto, op rustige wegen, met een muziekje aan. Even geen krijsende kinderen. Dat is heerlijk’, bekent Baart, die opmerkt dat de regels in België wat strenger waren dan in Nederland. ‘Bij de grens met Nederland word je niet gecontroleerd. Het is op de terugweg, België weer in. Het is als een alcoholcontrole. Ze vragen wat je komt doen. Je moet dan wel met een goed verhaal komen.’ Bondscoach Max Caldas met Jorrit Croon tijdens de training van het heren hockey team. Foto: Koen Suyk Keepers hebben het zwaar op de training Waar de een elke keer moet bewijzen dat hij wel een reden had om de grens over te steken, komt de ander met de fiets uit Amsterdam, zoals Robbert Kemperman (29). Op de training waant de ervaren middenvelder(210 interlands) zich weer een C-pupil, toen hij bij Union in Nijmegen samen met goede vriend Sander de Wijn speelde. Woensdagochtend pushen ze hard naar elkaar, voordat Kemperman de bal terugkrijgt van De Wijn en hij mag slaan op goal. Dat is met afstand houden en het niet mogen spelen van duels dé lekkernij van de training: afronden op de goal, met keeper. De spelers houden zich niet in en de keepers zijn daarmee meteen schietschijf op de coronatraining, waarbij de doelman passeren het competitie-element heeft dat passoefeningen en de basistechniek aanscherpen allemaal niet over beschikken. Ook Robbert Kemperman, gevreesd om zijn backhand, schiet met scherp. ‘Ik zei net tegen Jonas (de Geus, red.) op de training, dat we bevoorrecht zijn dat we hier mogen staan. We hebben een voordeel op de rest. Daar moeten we blij mee zijn. Ook al is het nog een lange weg tot een competitiestart’, zegt de speler van Kampong na de training. Kemperman wist even niet wat hij moest voelen, toen het grote doel ‘Tokio’ werd verplaatst met een jaar, vertelt hij. Nu leeft hij even zonder verwachtingen. Hij is ook te druk om te reflecteren. Hij is elke dag druk met het initiatief ‘Help je cluppie’ dat hij met vrienden opstartte. Robbert Kemperman na de training met Oranje. Foto: Koen Suyk Het initiatief van Kemperman loopt beter dan verwacht Ondertussen is het initiatief, waarbij leden van sportverenigingen kleding kunnen kopen en de winst naar de club gaat, omarmd door de hockeywereld. Nu begint het ook te leven bij andere sporten. ‘Ik had dit niet verwacht. Het slaat echt aan. We krijgen grote orders binnen, dat is superleuk om te zien en geeft megaveel energie’, vertelt Kemperman. ‘Wij willen de clubs helpen. Het zijn nu voor iedereen zware tijden. Straks kunnen we rekening opmaken en de clubs blij maken. Die staan straks met tranen in de ogen, als je straks tweeduizend euro voor ze hebt.’ Als Kemperman even later voor de fotograaf poseert met zijn nieuwe elektrische fiets, heeft hij een grote glimlach op zijn gezicht. Tasje op de schouder, zonnebril, één hockeystick in de tas, het is net als in de jeugd. Even wat lichtheid in de coronacrisis. ‘Nu zijn we gewoon kleine jongetjes die weer mogen spelen. Natuurlijk is het gek om geen duels te spelen. Maar met basistechnieken en afronden hebben we zo niets te klagen. Het is lekker om de scheenbeschermers weer aan te trekken en goed om zo te starten.’ Het bericht ‘Afstand, afstand!’ galmt door het Wagener bij Oranje-training verscheen eerst op Hockey.nl .

Lees het hele bericht op Hockey.nl

Deel dit artikel met anderen

Floris Wortelboer na schouderoperatie: ‘Nu moet het klaar zijn’

Nederlands Elftal

06/05/2020

‘Voor mij is het coronavirus toch een beetje een gelukje geweest.’ Floris Wortelboer zegt het tijdens het interview met de nodige voorzichtigheid. Ook hij weet dat het virus voor veel ellende zorgt. Maar de international van Oranje en Bloemendaal heeft deze hockeyloze periode wel mooi kunnen gebruiken om zijn gekwelde schouder te laten opereren. ‘Hiermee moet het nu klaar zijn.’ Als we de sympathieke Brabander op deze dinsdagmiddag aan de lijn krijgen, is hij net terug in zijn ouderlijk huis na een wandeling naar de supermarkt in Breda. ‘Ik wandel deze dagen veel. Het is de enige beweging die ik op dit moment mag maken’, vertelt Wortelboer. Op de kop af twee weken geleden is hij, nadat zijn arm binnen anderhalf jaar drie keer uit de kom was geschoten, geopereerd aan zijn linkerschouder en zit zijn arm in een mitella. ‘Ik heb inmiddels al zo vaak een mitella om gedaan, dat ik er geen hulp meer bij nodig heb’, zegt hij lachend. Lachen doet Wortelboer graag. Binnen Bloemendaal en Oranje behoort hij tot de gangmakers. Maar de lol is de verdediger annex middenvelder de afgelopen jaren veelvuldig vergaan. Nooit was hij geblesseerd. Tot hij in de competitiewedstrijd met zijn club Bloemendaal tegen Tilburg in september 2018 verkeerd viel en zijn schouder uit de kom schoot . Wortelboer ging meteen revalideren en maakte drie weken later alweer zijn rentree. Het WK in India stond voor de deur. Hij wilde zijn plek veiligstellen. Floris Wortelboer moet in oktober 2018 het veld verlaten nadat hij tijdens een oefentoernooi in Valencia zijn arm uit de kom schiet. Links Valentin Verga, rechts dokter Connie van Bentum. Foto: David Aliaga/Get Ready Images Dat lukte, maar in de aanloop naar het WK tijdens een oefentoernooi in Valencia sloeg het noodlot toe: opnieuw schoot zijn linkerarm uit de kom . Dit keer zo erg dat het anderhalf uur duurde voordat zijn schouder terug in de kom was gezet. Uit een MRI-scan werd tevens duidelijk dat een stuk van het labrum (kraakbeen) was gescheurd door de klap. Discussie met staf Oranje Terwijl de Oranje-spelers van Oranje in Bhubaneswar de zilveren WK-medaille veroverden, revalideerde Wortelboer in Nederland. Achter de schermen ontstonden destijds de eerste discussies over het te volgen traject. Vanuit het Nederlandse kamp kreeg Wortelboer het advies zich in de winterstop te laten opereren. De speler raadpleegde zelf ook andere specialisten en lotgenoten. Hij besloot uiteindelijk niet onder het mes te gaan, maar door middel van extra training de spieren rondom het geteisterde gewricht te versterken. Ik wilde niet eigenwijs zijn. Maar het voelde voor mij toen beter om me niet te laten opereren. Het is mijn lichaam. Daar ben ik de baas over.’ Floris Wortelboer Wortelboer maakte die keuze, zo blijkt uit zijn relaas, na lang wikken en wegen. ‘Het was lastig. Maar ik raakte er niet van overtuigd dat een operatie dé oplossing was. Ook na een operatie kon de arm uit de kom gaan, kreeg ik te horen. Daarnaast: bij een operatie snijden ze toch in je lichaam, waardoor de kans op complicaties bestaat. Kijk, als het de enige optie was, had ik toen al een operatie ondergaan. Maar ik dacht: als het volgens specialisten ook zonder operatie kan, ga ik daarvoor. Uiteindelijk is het ook lang goed gegaan. Ik heb daardoor met Bloemendaal wel landskampioen kunnen meemaken.’ Vreugde bij Floris Wortelboer en keeper Flip Wijsman  na de derde en beslissende finale van de play-offs om de Nederlandse titel. Bloemendaal-Kampong (2-0). Bloemendaal is landskampioen. Foto: Koen Suyk Wortelboer keerde in de zomer van 2019 ook terug in Oranje . Hij speelde in de FIH Pro League, maar miste het EK in België. Niet door een blessure, maar omdat Caldas ontevreden was over zijn arbeidsethos. In oktober stond hij er echter weer tijdens de gewonnen olympische kwalificatiewedstrijden tegen Pakistan. Worstelboer excelleerde vervolgens bij Bloemendaal, ging in januari met Oranje op trainingskamp naar Maleisië en was aan de vooravond van de Pro League-wedstrijden tegen India klaar voor de weg die naar de Olympische Spelen van Tokio moest leiden. In een openhartig interview met hockey.nl stelde Wortelboer zich kwetsbaar op. Hij erkende dat de wake up call van Caldas terecht was . Dat zou hem niet meer gebeuren. De op dat moment 51-voudig international nam zich voor geen toernooi meer te missen. ‘In de kleedkamer zat ik echt even stuk’ Maar in zijn 52ste interland ging het al in het eerste kwart in de eerste wedstrijd tegen India mis voor Wortelboer. Bij een vrij onschuldige slag langs de lijn van een Indiër strekte Wortelboer zijn linkerarm. Hij onderschepte de bal, maar voelde meteen dat het mis was: weer was zijn schouder uit de kom. ‘Onmiddellijk schoot er van alles door mijn hoofd’, vertelt Wortelboer. ‘De schouder ging er dit keer gelukkig gemakkelijk in, maar ik zat in de kleedkamer echt even stuk. De jongens kwamen in de rust naar mij toe en waren heel begaan. Maar zij gingen daarna weer het veld op. Ik zat daar met mijn arm in een mitella op de tribune. Daar had ik het wel moeilijk mee.’ ‘De volgende dag, tijdens de tweede wedstrijd tegen India, zat ik daar weer. Ik kreeg vanuit Nederland tal van berichten. Heel lief bedoeld, maar ik heb mijn telefoon op een gegeven moment weggelegd en de appjes niet meer gelezen. Ik zat er niet op te wachten.’ Optrainen of opereren? Terug in Nederland, met nog iets meer dan een half jaar voor de start van de Olympische Spelen, was Wortelboer terug bij af en stond hij opnieuw voor de keuze: optrainen of opereren? Hij koos weer voor optrainen. ‘Als ik me toen had laten opereren, was ik zeker niet op tijd fit voor de Spelen. Natuurlijk snapte ik ook dat mijn kansen op Tokio een stuk waren verkleind. Je mag op de Spelen maar zestien spelers meenemen. Dan zit je als coach niet te wachten op een speler die in de eerste wedstrijd geblesseerd kan raken. Maar hoe klein de kans misschien ook: ik wilde ervoor gaan. Daarnaast stonden we met Bloemendaal bovenaan en speelden we nog de EHL. Dat wilde ik ook niet missen.’ De komst van het coronavirus veranderde alles. De Olympische Spelen werden een jaar verschoven, de EHL werd uitgesteld en de competitie is voortijdig beëindigd. ‘Dat zette mij aan het denken. Ik heb daarop een call georganiseerd met daarin diverse specialisten en Connie (van Bentum, dokter van Oranje. red). We hebben een goed gesprek gehad en zij adviseerden om dit moment aan te grijpen om me toch te laten opereren.’ Foto: Willem Vernes Wortelboer nam nog een paar dagen bedenktijd en hakte toen de knoop door: hij liet zich opereren. Twee weken geleden was het zover en ging hij onder het mes in de Bergman Clinics. Orthopeed Van der Hoeven voerde daar de zogenoemde Latarjetoperatie uit. Bij deze operatie wordt door middel van een stuk bot van de voorkant van het schouderblad de kom gereconstrueerd. Eenzelfde operatie onderging ook oud-international Kelly Jonker met wie Wortelboer contact zocht voor advies. Veertien dagen na de operatie stelt Wortelboer dat hij blij is met zijn keuze om zich nu als nog te laten opereren. ‘Het is een vervelende tijd voor iedereen. Maar ik heb deze tijd nu toch goed kunnen gebruiken om me te laten opereren. Zo is dat coronavirus voor mij toch een beetje een gelukje.’ Hij keek tegen de operatie op, maar die viel in de praktijk mee. ‘Toen ik wakker werd, zei ik: oh, is het al klaar? Ik heb ook daarna amper pijn gehad.’ Spijt? Heeft hij nu geen spijt dat hij zich niet eerder heeft laten opereren? Wortelboer: ‘Met de kennis van nu, had ik misschien een andere keuze gemaakt. Maar ik sta er nog steeds achter dat ik destijds zo heb besloten. Ik heb ook tegen de staf van het Nederlands team gezegd dat ik echt niet eigenwijs wilde zijn, maar dat het voor mij beter voelde om me niet te laten opereren. Het is mijn lichaam. Daar ben ik de baas over. Binnen de staf is daar ook begrip voor.’ View this post on Instagram Vandaag succesvol geopereerd aan mijn schouder! Nu alle focus op een goed en volledig herstel. Dank Dr. Vd Hoeven! A post shared by Floris (@floriswortelboer) on Apr 21, 2020 at 10:08am PDT Wortelboer richt nu het vizier naar voren. Hem wacht een revalidatie van vier maanden. Terwijl de spelers van Oranje deze week de training – onder het strenge coronaprotocol – hervatten, moet Wortelboer het doen met de wandelingen door het Brabantse land. ‘Daar geniet ik nu van. Ik ben opgelucht, ga ervan uit dat het nu klaar is met de schouder en ik me helemaal op het hockey kan focussen. Iedereen mist het hockey, maar ik verheug me erop dat ik over een paar maanden weer met bal en stick het veld op mag. Als er dan door corona nog steeds geen lichamelijk contact mag zijn, kan ik misschien zelfs al wat eerder met de groep meetrainen.’ Het bericht Floris Wortelboer na schouderoperatie: ‘Nu moet het klaar zijn’ verscheen eerst op Hockey.nl .

Lees het hele bericht op Hockey.nl

Deel dit artikel met anderen